Uitkomst

Een rechtschapen man glimlacht bij het lezen van aforismen; omdat ze, niet waar en niet onwaar, niets anders zijn dan één vluchtige vondst, een pluisje van de paardenbloem op de wind. Jan Greshoff

Een fragment uit mijn kindheid ontwaakte toen ik die vrouw – ik schatte haar mijn leeftijd en vermoedde haar dakloos – tussen de voor de buurtsuper gestalde fietsen zag zoeken naar stompjes tabak. Het was een rekensom uit een Vakantieboek waar ik de zomer mee moest door zien te komen.

Een man maakt een sigaret van zes peuken. Hij heeft er zesendertig. Hoeveel rokertjes kan hij opsteken?

Roken was nog ongevaarlijk in die tijd en de welvaart stond in de steigers. Ik kreeg ter plaatse heimwee naar de onschuldige jaren.

De vrouw had geen weet van mijn nostalgie. Haar noden waren duidelijk anders, zoals ze de grond af speurde terwijl zij en de passerende klanten elkaar vakkundig negeerden. Ze had het raadsel misschien gehoord of gelezen, toen ze jong was, net als ik, schoot door me heen. Ik stapte op haar af.

“Zeven!” riep ik enthousiast.

Stomverbaasd keek de vrouw me aan.

Standaard

Spil

We klimmen alleen naar boven om te zien hoe mooi het beneden is. Kadé Bruin

De grootmoeder (aanmerkelijk jonger dan ik) kreeg een blikje energiedrank aangereikt door haar dochter (beduidend jonger dan jij) die het weer uit de knuistjes van de kleindochter in de kinderwagen (ongetwijfeld veel jonger dan elkeen van ons) had gepakt zodat het kon worden weggegooid in de grote vuilnisbak bij de ingang van de buurtsuper waarvan de deuren zich al hadden geopend.

Het meisje keek beslist net zo beduusd naar haar lege handjes als de grootmoeder naar haar volle. De moeder stond intussen op het punt het wagentje de winkel in te duwen. De grootmoeder reikte het blikje terug.

“Het is nog niet leeg,” zei ze.

De moeder negeerde de geweigerde prik en zette het karretje in beweging.

“Mwa,” zei ze alleen toen ze naar binnen reed.

De grootmoeder wist even niet wat ze met het blikje moest doen, maar gooide het dan toch weg.

“Wacht,” riep ze haar dochter na.

Standaard

Kwakker

Je ziet je gedachte pas duidelijk als ze in de wereld van een ander weerspiegeld wordt. Louisa May Alcott

Voor mijn voeten langs schoot een kikker. Hij zat eerst aan de kant van het pad, in het midden van de nacht, alsof hij aan het wachten was tot ik langskwam voordat hij definitief besloot over te steken.

Ik schrok geeneens; geen idee of ik dat wel had gemoeten. Maar terwijl ik verder liep en meer van deze puiten mijn weg kruisten, begon ik me te vragen of ze er misschien ook ginds, in het duisterste waar ik vandaan kwam, hadden gezeten en ik ze allegaar had kunnen mijden of dat er dan toch misschien eentje onder mijn zolen was verplet.

Ik was ooit op een slak gaan staan, onbedoeld. Daar had het huisje van gekraakt. Ik had het gehoord – maar had ik de doodslag ook gevoeld? Ik twijfelde.

Eenmaal thuis keek ik onder mijn schoenen. Elk bewijs van een mogelijk bloedbad was weggespoeld. Ik voelde me even gelijk Pilatus.

Standaard

Inwachten

Hou me tegen en ik ben niet te remmen, spoor me aan, betaal, en ik breng er niets van terecht. Marc Callewaert

Ze was duidelijk blij dat er iemand was om mee te praten, de conductrice aan het eind van het perron.

“Ik ben hier al meer dan een uur,” legde ze uit. “Ik ben nooit zo goed in het lezen van roosters, dus ik had eenentwintig uur twintig gelezen in plaats van tweeëntwintig.” Ze keek op de stationsklok. “Over drie kwartier komt hij al,” aarzelde ze wat. “Als het goed is.”

Ze keek voor de zekerheid op haar boordcomputer. Er leken geen berichten te zijn.

“Er moet hier ook ergens een ruimte voor spoorwegpersoneel zijn,” meende ze te weten, “maar ik ben zo slecht in het vinden van de weg. Hier de trap af, dan links, dan weer een trap op.” Ze schudde haar hoofd. “Ik zou alleen maar verdwalen.”

Ze keek langs het spoor, diep de nacht in.

“Straks weer lekker thuis,” zei ze, “als ik mijn fiets tenminste terugvind.”

Standaard

Volksaard

Compromis: de kunst om een taart zò te verdelen dat iedereen denkt dat hij het grootste stuk heeft. Ludwig Erhard

Ze gaf me haar hand en feliciteerde me uitvoerig met de verjaardag van de gastvrouw waar we beiden waren.

“Ik kan er nog steeds niet aan wennen,” zei ze daarna, met een licht Teutoonse tongval, “dat jullie in Nederland ook de gasten van een feestje feliciteren. Bij ons wordt alleen de jarige zelf gelukgewenst.”

Ik knikte maar een beetje en lachte wat – ik wist ook niet hoe ik beter kon reageren. Haar verwachtingen en deze eigenaardigheid zouden nooit samenkomen, vreesde ik.

“Jij ook gefeliciteerd,” zei ik uiteindelijk.

Ze reageerde met een starende blik waaruit ik aflas dat ze voor mij geen moeite meer zou doen. Mijn buurvrouw kreeg haar hand en het relaas. De leeggekomen plek werd ingevuld door een nieuwe gast.

“Allemaal van harte gefeliciteerd!” zwaaide die breed.

De Teutoonse trok licht verbijsterd haar uitgestoken hand terug.

“Niemand heeft mij ooit verteld dat het ook zo kan,” mummelde ze.

Standaard

Toneel

Het zijn niet de rotsblokken die de mens doen struikelen. Fernand Lambrecht

“Ik was uitgenodigd,” mompelde hij, “voor een voorstelling van de theateracademie.” Dat laatste woord sprak hij bijkans zo zwaarmoedig uit als het bierflesje dat hij beschouwde.

“Een vriendin van mij heeft die school ook gedaan,” vervolgde hij, “maar zij is dan ook een echte actrice. Ze staat er als ze op het toneel staat, begrijp je.”

Hij schudde zijn hoofd.

“Maar dit…” Hij zuchtte. “Ik kon ze amper verstaan. Dus als je aan me vraagt waar het over ging…” Hij haalde zijn schouders op. “Geen idee. Ja, ze waren aan het apenkooien, leek het. Ze sprongen van blok naar blok en mochten niet op de grond komen. En aan het einde klapten hun vriendjes en was iedereen tevreden. Ach ja.”

Hij zuchtte nog eens extra diep. Dan tilde hij het flesje op.

“Maar het bier is slechts een euro,” zei hij, “kom daar bij het echte toneel maar eens om.”

Standaard

Moest

De religie van de ene is de bulderlach van de andere. Isaac Asimov

De vader zat, licht naar voren gebogen, aan het tafeltje dat hem scheidde van zijn zoon, aan de andere kant, die, achterover geleund en met zijn benen van zich af gestrekt, wel betere dingen leek te kunnen bedenken dan een gesprek als dit.

“Ik dacht dat we om drie uur hadden afgesproken,” opende de vader. Ondanks de vriendelijke toon, was het verwijt in de mededeling onontkenbaar. Het lukte de jongen wonderwel de aanval te negeren.

“Mijn paper was nog niet af,” legde hij uit. Hij trok een been op en zette zijn baseballpetje recht. Het waren tekenen dat deze verklaring afdoende moest zijn.

De vader dacht er anders over.

“Daar had je het hele weekend voor,” meende hij.

De jongen lachte een zucht. Hij keek opzij en dan weer naar naar zijn vader. Zijn ene hand zakte wijzend naar het skateboard naast de stoel.

“Ik moest skaten, ja,” schamperde hij.

Standaard

Hond

Wat is de mens? Een monument van zwakheden, een prooi van het moment, een speling van het lot; de rest is slijm en gal. Aristoteles

“Och wat heeft u een lief hondje,” draaide de dame op het terras naar een passant. Die knikte vriendelijk terug.

“Hij is nog niet zo oud, hè?” informeerde ze, “Dat zie ik zo.”

“Ga je nou tegen iedereen met een hond zeggen dat hij zo’n leuk beest heeft?” reageerde haar tafelgenoot van achter zijn biertje. Terwijl de passant verder liep keerde de dame zich terug. Met geknepen lippen keek ze de man strak aan. Dan tilde ze haar wijnglas naar de mond.

“Dat denk ik wel,” zei ze voordat ze een slok nam, “dat is nu eenmaal mijn mankement.”

De man kruiste zijn benen onder het tafeltje.

“Als ik een hond had zou ik het niet blieven dat iedereen me zou aanspreken,” stangde hij.

De dame zette het glas weer neer en draaide voor even aan de steel.

“Zelfs als je een hond had zou niemand je aanspreken,” zei ze.

Standaard

Duits

De Duitse taal is een taal met een ‘toegift’.Men moet er voortdurend iets van aftrekken, wil men tot de eigenlijke betekenis van het medegedeelde komen.In het Nederlands doet men er goed aan er iets bij te tellen. Godfried Bomans

“Ik kon toch niet ruiken dat hij Duits was?” zei het meisje. De verontwaardiging die ze uitspoog weerkaatste in het gezicht van haar vriendin, die verder alles over zich heen zou laten komen.

“Hij had geen woord gezegd toen hij afrekende,” verhelderde ze, nog steeds gebelgd, “dus vroeg ik hem gewoon in het Nederlands of hij een tas wilde.” Ze snoof. “Hij keek me aan alsof ik Chinees sprak, maar hij zei niks.”

Ze haalde de kauwgom uit haar mond, die de smaak moest zijn verloren.

“Ik kon toch niet ruiken dat hij Duits was?” korzelde ze nog maar eens.

“En toen hij wat zei over een Tüte heb ik er zo één voor hem neergekwakt.” ging ze verder. “Hij mocht hem hebben van me.”

Haar stem zakte.

“Ik kon toch niet ruiken dat hij Duits was?” zei ze.

Nu snoof haar vriendin.

“Ruiken niet,” zei ze, “maar wel zien.”

Standaard

Carla

De vlieg die hij geen kwaad zou kunnen doen, is inmiddels gestorven. Elias Canetti

Ze keken allebei naar de voorbijtrekkende stroomportalen langs de rails. Nadat de stilte haar lang genoeg had geduurd, verbrak de bebrilde dame deze met: “Ben jij nog wel eens binnen wezen kijken?”

De andere dame, aan de kant van het raam, draaide verbaasd haar hoofd. Ze wilde reageren, maar Brildame liet haar niet.

“Het is echt een Carla-inrichting,” constateerde ze. De Raamdame knikte. Ze sloot haar mond, bijna opgelucht dat ze niets hoefde te zeggen. De Brildame vervolgde.

“Dat klinkt heel onaardig, maar dat bedoel ik niet zo,” zei ze. De Raamdame schudde haar hoofd. Brildame maakte even oogcontact met haar en keek meteen weer naar buiten. Een glimlach verscheen, schier ongekend, op haar gezicht.

De trein raasde voort.

“Het wordt twintig graden, dit weekeinde,” meldde de Brildame. Ze knikte, terwijl de Raamdame haar ogen en mond opende om kort erop weer te sluiten.

“Misschien wel eenentwintig,” zuchtte de Brildame.

Standaard