Ik vertrek niet

Als conservatisme betekent bewaren wat goed is, ben ik conservatief. Freek de Jonge

“‘Ja maar,’ zei mijn oom, ‘ik spreek Engels, Frans en Duits.’ Ik zei: ‘Dat is hartstikke mooi, maar daar heb je niks aan in Spanje!’ ‘Onzin,’ zei hij, ‘koffie is over hetzelfde.'”

De jongen tikte op het tafelblad.

“Ze waren net overgegaan van de peseta naar de euro,” zei hij, “dus mijn oom dacht dat het wel een goed idee was om een zaak te beginnen op Malaga. En of ik dan mee wilde doen. Dus heb ik daar een huis gekocht.”

Hij zei het met zulk een achteloosheid dat hij evengoed had kunnen vertellen een boterham gesmeerd te hebben.

“Tapas,” zei hij, “dat was ons plan. Dat eten ze veel, daar.”

Hij knikte.

“Maar als ik op de boulevard liep, ging hij naar het café en dan belde hij: ‘Ik kan ze helemaal niet verstaan!'”

Het tikken stopte.

“Toen wist ik dus dat het niks zou worden,” zei hij.

Standaard

Gehaktbal

Hoe kun je genieten van een lekkere entrecote als je niet weet hoe vieze gehaktballen smaken? Hugo Claus

“Eén gehaktbal,” zei de man van de kassa. Hij klonk alsof hij hem zelf moest opeten.

“En een plakje kaas en een broodje,” vulde ik aan. De kassaman, die net de gehaktbal had aangeslagen keek op. Zijn ogen vernauwden zich, terwijl hij me in zich opnam.

“Zover was ik nog niet,” zei hij. Ik zag hem diep ademhalen en begreep dat dit, gehaktballen aanslaan op een heen-en-weer varende veerpont tussen twee kades in, nooit de uitkomst van zijn beroepskeuzeadvies kon zijn geweest. Dat hij hier toch stond was een vreselijke wending van het lot, wat al erg genoeg was zonder die opvarenden die hem nodeloos opjoegen.

“Het spijt me,” was de minste genoegdoening die ik hem kon bieden. Hij haalde zijn schouders op en drukte op een correctietoets.

“Nou kan ik weer helemaal van voor af aan beginnen,” zei hij.

De kruisende meeuwen buiten krijsten dat Lothario gekielhaald moest worden.

Standaard

Bril

Liefde is gebroken potten met tranen proberen te lijmen. Dries Janssen

Bij de sjieke opticien blufte ik dat ik voor mijn verzekering de rekening moest hebben van mijn aankoop destijds en leerde dat die alweer zes jaar eerder was gedaan.

“Daar krijgt u niet veel meer voor terug,” waarschuwde de vriendelijke bediende. Ik vertelde haar niet dat ik vooral mijn oogmeting nodig had om elders, op het internet nota bene, een veel goedkopere bril aan te schaffen. De ene is uiteindelijk net de andere, nietwaar, met enkel een andere omlijsting eromheen. En zo te zien waren de aangeboden monturen op het web alleszins acceptabel – voor zover ik dat zonder kijkglazen kon bepalen.

“We kunnen hem misschien nog wel lassen,” overwoog de dame, terwijl ze naar de gebroken brug van mijn bril keek, “maar dat blijf je altijd zien. En het blijft een zwak punt natuurlijk.”

Ik knikte en loog dat ik het in mijn besluitvorming zou meenemen.

“Wie weet,” zei ik.

Standaard

Och

Een kat komt als je haar roept – tenzij ze wat beters te doen heeft. Bill Adler

Ze had lippen die, als te hard opgepompte fietsbanden, bijna van de velgen dreigden te rollen. De vrouw die tegenover haar kwam zitten kon daar nog een puntje aan zuigen. Haar wapen was de directe aanval, die ze onmiddellijk inzette.

“Ik dacht dat jij nu wel bij die vrachtwagenchauffeur zou wezen,” schalde ze. Zelden bleven in één zin zowel de laagdunk voor een gehele beroepsgroep als de diepe afkeer tegen de aangesprokene ongezegd maar amper verholen. De uitgeperste glimlach duwde de dolk alleen maar verder in de rug van de fietsbandlippen. Die reageerde onderkoeld.

“Och,” zei ze slechts. Haar opponent schoof naar voren.

“Ach ja,” vervolgde ze de verbale slachting, “ze willen van alles en beloven van alles maar d’r komt nooit iets van terecht.”

“Och,” was het antwoord weer.

De aanvallende partij vouwde sereen haar handen.

“Gelukkig heb je mij als je beste vriendin,” zei ze met toegeknepen ogen.

Standaard

Lezen

Regen lijkt nooit zo nat als op zondagmiddag. Dan Bennett

Hij had het boek beetgepakt alsof hij aan een graf uit de heilige schrift moest voorlezen. Zijn lippen prevelden ook in die trant. En alhoewel er niemand te betreuren viel – of misschien temeer daardoor, vond ik het aandoenlijk hoe hij zijn woorden proefde: één voor één, alsof hij elk doppertje afzonderlijk smaakte, in plaats van ze op een grote lepel naar binnen te kauwen, gelijk het grauw van ons dat doet in het gemeen.

Hij sloeg een pagina om, waarbij hij zag dat ik hem bekeek.

“Pagina elf,” meldde hij. Het klonk bijna triomfant.

Ik glimlachte, enigszins beschaamd dat ik betrapt was op mijn bespieding. Ik wilde iets zeggen ter compensatie, maar hij was teruggedoken in zijn papieren wereld. Dus deed ik er maar het zwijgen toe.

Voor hem was het niet gedaan echter. Hij keek nog eens op en glimlachte.

“Het boek begint pas bij pagina negen,” smuilde hij.

Standaard

Banaan

Wij zijn bang voor de vrijheid en onverantwoordelijkheid. Daarom stikken wij liever achter de tralies die wij zelf in elkaar hebben geknutseld. Franz Kafka

Als kind had hij soldaat willen worden, of een brandweerman. Mogelijk had hij gedroomd van verre oorden die hij als ontdekkingsreiziger voor de beschaafde wereld zou verwerven. Maar het lot was hem niet goed van zins geweest: in plaats van inboorlingen te bevechten fietste hij nu elke dag naar kantoor waar hij koffie dronk en dossiermappen verplaatste.

Zo met de jaarwisseling had hij vrij gehad, een triest begrip dat gevangenschap voor de rest van de tijd impliceerde. Maar goed, het had hem in elk geval de gelegenheid gegeven terug te denken aan zijn jeugdidealen en voornemens te maken er nu werkelijk zijn schouders onder te zetten.

Maar och, de dagen verstreken en het werd weer zaak om de fiets te pakken naar zijn werk. Achterop zijn bagagedrager had hij een banaan gespannen, voor tussen de middag.

Zijn gang was traag maar gestaag. Hij was het nieuwe jaar alweer bijna gewoon.

Standaard

Tegenlicht

Er is in iedere omhelzing een moment waarop de geliefde al niet meer bij ons is. Gustave Flaubert

Als om de zonnewende te loochenen, donkerde het extra vroeg, deze dag. De bewolking die, met wat fantasie, op de heenreis nog op een berg aan de horizon had geleken, had de hemel intussen ingepakt en het daglicht omneveld.

Een auto kwam ons tegemoet gereden. De lampen schenen in de ogen van onze chauffeur, de enige dame van het gezelschap, die een hand van het stuur haalde om het schijnsel af te weren.

“Verdomme!” foeterde ze.

Lief, die naast haar zat, legde een hand op haar schouder. Hij hoefde niks te zeggen.

We hadden de Trompettist achtergelaten in zijn kamer waar de pauwen konden binnenkijken. Hij was te moe geworden, dat kon je zo zien. We hadden zijn rolstoel ingeklapt en hem op zijn bed gezet. Daarna omhelsden we elkaar en zwaaiden gedag, tot voorbij de deuren van het hospice.

De lippen van de dame trilden.

“Verdomme,” herhaalde ze zacht.

Standaard