Dank u Sinterklaasje

Familie: een op willekeurige wijze heilig verklaard toeval. Jan Greshoff

De vrouw in de rolstoel was erg blij met haar tas die we hadden teruggevonden. Haar begeleidster wilde zelfs een beloning geven. We protesteerden zwakjes.

“Vindt u dat goed, mevrouw?” vroeg ze. Mevrouw hoorde het niet. Ik bedankte haar en wenste fijne pakjesavond. Ik moest het een paar keer herhalen voor ze me begreep.

“Ik kom net uit het dorp en heb geen Sinterklaas gezien,” zei ze. Ze klonk teleurgesteld.

“Wat vervelend,” zei ik.

“In geen enkele winkel,” zei Mevrouw, “nergens iets van Sinterklaas.”

“Tjonge,” zei ik.

“Dan kijk ik vanavond maar weer naar het Sinterklaasjournaal,” zuchtte ze. Ze gaf haar begeleidster een teken dat ze verder wilde.

“Het Sinterklaasjournaal?” reageerde ik.

Terwijl ze werd weggereden keek Mevrouw nog om.

“Dat wordt gepresenteerd door mijn nichtje,” zei ze.

Ze tikte tegen de rolstoel om door te gaan. Ik keek haar na.

“Dankuwel mevrouw,” zei ik verbluft en veel te laat.

Standaard

Onweer

Het leven is te kort om te schaken. Henry James Byron

Qua figuur was hij een grote man, wiens fysiek niet overeenkwam met zijn innerlijk.

“Het regent,” zei ik terloops – wat ook klopte. Het was een typische decemberavond, zo vlak voor Sinterklaas, waarop het al in de middag begon te duisteren en de neerslag gestaag viel. De man trok zijn mondhoeken omlaag.

“Het gaat onweren,” zei hij, terwijl hij me donker aankeek. “De weerman heeft gezegd dat het gaat onweren.”

Hij keerde zijn blik van me af, alsof hij dat zowat niet dorst te wagen – je wist maar nooit. De zwarte ruiten verborgen de wereld aan de andere kant.

“Het gaat onweren,” herhaalde hij voor zich. Zacht, bijna murmelend. Dan, met een ruk, draaide hij zijn hoofd terug naar mij. Hij boog zich voorover en ik zag pas goed hoe groot hij was.

“Ik houd niet van onweer,” ontvouwde hij zwaar en ernstig.

Ik durfde nauwelijks te bewegen. Ik knikte alleen.

Standaard

Weidman

Vrouwenjagers doen dat niet uit liefde voor de vrouw; zij doen dat alleen maar uit eigenliefde en zucht naar genot. Margareta van Navarra

Het was eigenlijk vooral de manier waarop hij keek, dat ik het tweetal in me bleef opnemen. Zijn blik had iets onbestemds, als van een getemd roofdier dat nu niet meer wist wat te doen met zijn ongebreidelde instincten.

Zijn disgenote moest haast wel iets dergelijks hebben gedacht, gezien de teruggetrokken beleefdheid waarmee ze aanzat. Ze was duidelijk niet van zins zijn prooi te worden.

Maar dat had hij weer niet in de gaten.

Zoals ze zaten, aan een lange tafel, naast elkaar op een bank, lukte het hem zijn arm over haar schouders te leggen. Van waar ik zat, kon ik geen directe aanleiding hiervoor constateren. Zij klaarblijkelijk ook niet, want met een kort handgebaar en vergezeld van een verwoestende gezichtsuitdrukking, viel zijn hand terug naar beneden om op de rugleuning te blijven rusten.

Daar werd hij gedoogd en bleef hij liggen, als een trofee van een verloren jacht.

Standaard

Uitkijken


Slechts weinig mensen bereiken de andere oever. De meesten lopen alleen maar langs deze oever op en neer. En sommigen verdrinken midden in de rivier. Boeddha

Ze waren jong genoeg om nog alles te weten, de meisjes op het bankje aan de rivier. Stilzwijgend keken ze naar de overkant, waar het misschien wel beter was dan aan deze kant – in elk geval anders. Na enige tijd verbrak het donkerharige meisje de gelatenheid door een gesprek te vervolgen wat blijkbaar nog voltooid moest worden.

“Het lijkt me echt heel erg om altijd bij dezelfde te zijn geweest, zonder dat er een ander was en dat je daar dan, ik weet niet, mee moet trouwen ofzo.”

Ze zei het langzaam en monotoon. Het blonde meisje reageerde navenant.

“Ze hebben het in elk geval op tijd uitgemaakt,” zei ze.

Weer staarden ze naar ginds. Het donkerharige meisje verschoof.

“Mmm,” zei ze, voordat ze verder ging. “Het had ook wel eerder gekund.”

Het blonde meisje zei maar niets. Het gesprek was tenslotte voltooid en de overkant vroeg weer alle aandacht.

Standaard

Afrekenen

De aarde drinkt mijn schaduw. Tomi Ungerer

Het zwijgen was naast hen aan tafel gekomen of liever: tussen hen in gaan zitten. Zo voelde dat tenminste, als de man en de vrouw hun blikken van elkaar hadden afgewend. Of preciezer: zij keek de ruimte in, waar hij zijn ogen op het tafelblad had gericht. Zijn handen omklemden het theeglas.

Zij had haar benen over elkaar geslagen, die nu schuins vanonder de tafel uitkwamen, alsof ze ieder moment kon opstappen. Misschien voelde hij dat ook aan, toen hij, na een diepe, onhoorbare zucht, zijn glas opzij schoof en de handen van de rand liet vallen.

“Ik zal wel afrekenen,” zei hij, zonder werkelijk aanstalten te maken op te staan – een gebaar van uitzichtloze hoop, die gesmoord werd toen zij haar jas aandeed.

“Prima,” zei ze, wat klonk als Eindelijk.

De man keek getroffen, maar ontweek de ogen van de vrouw. Maar die hadden hem toch al niet aangekeken.

Standaard

Gezond


Gezond voedsel maakt mij misselijk. Calvin Trillin

De beide dames konden tweelingen zijn. Hun kapsels waren overeenkomstig doelmatig geknipt en hun dracht leek vooral te zijn uitgezocht op de praktische bruikbaarheid. De sandalen – robuust als vanzelf en schijnbaar onverslijtbaar – complementeerden het, mogelijk wat kleurloos en alledaags te noemen, beeld van de twee.

Die-aan-de-andere-kant-van-de-tafel haalde een papieren boterhamzakje tevoorschijn. 

“Wat heb je daarin?” vroeg Zij-van-deze-kant. De Andere-kant antwoordde niet maar haalde trots glimlachend twee sneetjes bruin brood tevoorschijn.

“Ah,” reageerde Deze-kant met een goedkeurend knikje, “volkoren spelt. Lekker en gezond.” De-andere-kant knikte, terwijl ze de sneetjes uit elkaar haalde.

“Boter?” fronste Deze-kant. “En zoveel ook? O jeetje.”

Daarna nam Zij-van-die-kant twee speculaasjes uit het zakje en legde die op de plakjes brood. Ze glunderde.

“Dat heb ik als kind al zó lekker gevonden,” zei ze. Ze nam een hap. Zij-van-de-andere kant keek misprijzend. Ook Die-kant zag wat aarzelend.

“Met witbrood is het eigenlijk nóg lekkerder,” kauwde ze verder.

Standaard

Sleutel


De opvoeding heeft bittere wortels, maar haar vruchten zijn zoet. Aristoteles

De man van de woningbouwvereniging keek medelevend.

“Dan zal het wel extra moeilijk zijn,” knikte hij.

Ik had hem verteld dat ik geboren was in het pas ontruimde huis. Ik was door de kamers gelopen en de keuken, had gekeken waar ik geslapen had en nog één keer de schuur gezien. Alles was leeg.

De tuin begon al wat te verwoekeren. De rozen langs het prieeltje waren verdord. Gelukkig schijnt de zon, dacht ik toen ik foto’s maakte voor later – wanneer dat ook mocht zijn.

“Ja,” zei ik tegen de man van de woningbouwvereniging. Ik voelde de sleutel in mijn jaszak omkneld door mijn vuist. Het werd tijd.

“Alsjeblieft,” zei ik en legde hem in de uitgestrekte hand van de man. Er was niets wat ik hier nog moest doen.

“Dan ga ik maar,” zei ik.

Ik sloot de deur achter me en wandelde weg – zonder om te durven kijken.

Standaard

Vroeger

Vrijheid is niet kunnen doen waar je zin in hebt, maar kunnen doen waar je zin in ziet. Barbara König

Vroeger en Spijt waren woorden die ik niet aan de jeugd verbond, maar het meisje was wellicht ouder dan het leek.

“De tijd gaat zo snel,” leerde ze me, “dat je pas later leert te genieten.” Haar ogen peilden me op onduidelijke voorwaarden. Pas daarna voltooide ze de korte lezing. “Ik heb spijt dat ik dat vroeger nooit deed.”

Nu was het mijn beurt haar te bekijken.

“Dan hoop ik, dat je dat tenminste hebt geleerd voor nu en de toekomst.”

Ik haatte mezelf wanneer ik zo klonk. Het meisje dacht daar anders over.

Meer genieten?” vroeg ze, als in een openbaring. Ik knikte.

“Zodat je morgen niet weer hetzelfde hoeft te zeggen.” zei ik – ik was toch al bezig en kon net zo goed doorgaan.

“Dat zal niet gebeuren,” somberde het meisje. “Morgen ga ik op vakantie met mijn ouders.”

Ineens klaarde ze op.

“Maar misschien daarna,” hoopte ze.

Standaard

Foetsie

Wie zegt dat ons leven geen tunnel is tussen vage dimensies licht? Pablo Neruda

Op de eettafel lag mijn boek – het zag er nog ongelezen uit. Het was misschien ook niks voor Lenie.

“Zeker te kleine letters,” hielp ik haar.

“Ik heb een leesloep,” hoofdschudde ze, “Met een lampje. Daar kan ik heel goed mee lezen. Maar ik weet niet meer waar die is.” Ze keek peinzend om zich heen. Ik keek met haar mee.

“Twee bijzettafels zijn ook foetsie.” Ze wees naar de bank  “Daar stond dat ronde tafeltje. En die kristallen vaas. Ook foetsie. Net als de asbak. En de bloesjes uit de gang.” Ze keek over haar schouder.

“Op de kast lagen twee dekens, eentje ingepakt,” zei ze, “allebei foetsie.”

Ze ging rechtzitten.

“Mijn moeder zei altijd: ‘Wat je thuis bent verloren, zul je thuis weer terugvinden,” zei ze. Ze legde haar armen op de leuning. Haar blik dwaalde door de kleine kamer.

“Maar intussen is wel alles foetsie,” mompelde ze.

Standaard

Niet meer

Staar je, mijn Ster, naar de sterren omhoog? Was ik maar de hemel om zo, een en al oog, blikken te werpen op jou. Plato

Ik vertelde het meisje van de audicien dat mijn moeder niet meer op de afspraak zou komen. Ze tikte wat in op haar computer.

“O?” verbaasde ze zich, “Er is toch niks mis met haar?”

“Ze is dood,” zei ik. Ik had meteen spijt van mijn lompe directheid – ik had het meisje ook minder rechtstreeks kunnen antwoorden. Mijn zorg leek onterecht: ze tikte nog even door.

“Dood?” herhaalde ze, zonder me op of aan te kijken, “Gunst, wat vervelend.”

Ze zag haar scherm en een boodschap die erop verscheen.

“Zal ik alleen deze afspraak verwijderen, of…?” Ze zag me voor het eerst in mijn ogen en las er het antwoord op de vraag die nog gesteld moest worden. Ze glimlachte erom.

“Ik zal haar maar helemaal verwijderen,” knikte ze vragend. Ik knikte terug.

“Ze komt vast niet meer,” zei ik. Ze giechelde.

“Nee, dat denk ik ook niet,” zei ze.

Standaard