Verkeken

Verdiepen kan men slechts wat diepte heeft. Karel Boullart

“Eigenlijk gaat het best wel goed met me.”

Het was een te verwachten tegenvraag geweest, nadat ik Die-en-die had doorgezaagd over hoe ze het afgelopen jaar had ondervonden. “Hoe gaat het dan met jou?” wilde ze weten.

“Best wel goed,” dus. Ze zweeg en staarde me aan, zodat ik vanzelf verder ging praten.

“Ik weet ook wel, dat er mensen zijn die het allemaal niet meer trekken,” zei ik zoekende, “die de uitdagingen missen en de contacten.”

Ze bleef me maar aankijken – ik moest doorgaan.

“Dat is natuurlijk heel erg en waarschijnlijk hebben ze ook hulp nodig, voordat ze om gaan vallen.”

Ze knikte niet, ze schudde niet, ze keek alleen.

“Dus ja, het is niet eerlijk dat ik me zeg zo goed te voelen, terwijl er zoveel mensen zichzelf verliezen.”

Nu glimlachte ze toch. Tevreden.

Verdorie, vervloekte ik mezelf, kan ik dan ook nooit eens gewoon mijn mond dichthouden?

Standaard

Score

De zon, waar al die planeten om draaien die van haar afhankelijk zijn, kan nog steeds een tros druiven doen rijpen alsof ze in het heelal niets anders te doen had. Galileo Galilei

Ik had examen moeten doen. En dat was lang geleden.

Het stelde niks voor natuurlijk. Nou ja, het ging wel om het lidmaatschap van een stembureau met de komende verkiezingen en, nou ja, dat is voorzeker hartstikke belangrijk. En, o ja, ik werd nu vanzelf ook getest op mijn kennis van alle corona-bepalingen. Maar al met al was het appeltje-eitje. Ik kreeg een acht komma één. Hoger dan de meeste overhoringen die ik van mijn leven heb voorgelegd gekregen.

Maar daar gaat het niet om. Het gaat om dit.

Ik kreeg weer diezelfde krampen in mijn buik als toen ik nog een schriftelijk moest maken, dat mijn toekomst zou bepalen door vast te stellen of ik geslaagd was of gezakt.

Het verschil was, dat alles nu uiteraard digitaal ging. En dat ik na het indrukken van de verzendknop meteen mijn score kreeg.

Een hele vooruitgang, oordeelde ik met gekalmeerde ingewanden.

Standaard

Meekijken

Ons heelal bevindt zich misschien midden in de kies van een of ander monster. Anton Tsjechov

“Doet u maar even open.”

Mijn tandarts had een andere tandarts gevraagd om even met haar mee te kijken. Ik had in geen jaar zoveel mensen zo dichtbij gehad. Het voelde bijna onwerkelijk: alsof ik een geschenk kreeg dat ik niet mocht uitpakken. Maar nog voor ik daar over na had kunnen denken, boog de collega zich al over me heen.

Oef, dacht ik en vergat het hele dilemma dat me een moment eerder nog even had bezig gehouden. Door het mondkapje heen kwam een onaangename geur.

Een tandarts met slechte adem – het geval wilde dat ik daar kort geleden over had gelezen. Ik had er zelfs stiekem een beetje om moeten lachen. Want stel je voor: een tandarts met slechte adem.

Dat dus.

Ik herinnerde me dat aanbevolen werd het euvel gewoon bespreekbaar te maken.

Een goed advies, ongetwijfeld. Jammer van dat afzuigslangetje en de krabber in mijn mond.

Standaard

Dropjes

Als er in het diepst van een regenwoud een boom omvalt, zonder dat in de verre omtrek een mens aanwezig is om er getuige van te zijn, heeft dat omvallen dan toch het lawaai gemaakt dat erbij hoort? Jeroen Brouwers

“Heb jij R. nog wel eens gezien?” vroeg ik her en der, nadat ik ontdekt had dat hij al een tijdje niet meer was binnengewandeld. Dat was op zich niet zo vreemd, want we waren dicht – dus wat zou hij in hemelsnaam bij ons te zoeken hebben?

Iedereen wist over wie ik het had: die lange jongen, die bijna dagelijks met zijn vader kwam om voorgelezen te worden. Hij noemde me Opa en moest daar zelf nog het hardst om lachen, vooral wanneer ik veinsde daar boos om te worden.

Het was een bijna dagelijkse ontmoeting die hoorde bij de werkdag als de koffie bij het begin ervan en de dropjes tussendoor van de mediaverwerking.

R. was bijna geruisloos uit de regelmaat ontketend; verschaald tot een vermiste voorbijganger. Iemand die ik niet kende, maar die me gewoon was geworden. Die ik miste nu hij ontbrak.

Daar konden geen dropjes tegenop.

Standaard

Tegels

Het beste middel tegen woekerkruid is berusting. Franklin P. Jones

“Ik vind het – ik weet niet – te netjes?”

Ik plaatste het vraagteken aan het einde van de stelling, omdat ik er niet zeker van was of ik dat ook werkelijk vond; of ik dat wel mocht vinden, misschien – ik merkte dat mijn natuurlijke empathie dezer dagen dreigde te verworden tot ondraaglijke allergie.

Het waren de verkiezingsborden waar ik me over uitsprak, met voorgedrukte posters in tegels van zes bij vijf.

“Die plakborden,” zei ik verder, “waarop de affiches werden gelijmd – nooit recht, maar altoos scheef, soms over elkaar heen, met opzet jennend danwel onbedoeld, dat had nog wat, wat anarchistisch, misschien.”

Ik bekeek het bord nog eens met een schuin gezicht.

“Maar misschien ben ik wel ouderwets,” voltooide ik.

Waarna ik verderliep, in mijn eentje, zoals ik ook mezelf had toegesproken, als in een oefening van vrije meningsuiting, zonder last of ruggespraak. Tenslotte waren daar de verkiezingen voor bedoeld, toch?

Standaard

Bekennen

poëzie is de twee-eenheid van iets
en zijn schaduw
Annie Reniers

Ik moet vertellen dat het een zonnige dag was – zo eentje waarop je je snel te fris aantrekt, omdat het binnen, vanachter het glas, zo aangenaam scheen, terwijl de temperatuur bepaald lager was dan de dagen ervoor.

Drie bankjes stonden er en op de zitting waren dichtregels geschreven. Ze gingen over een beuk.

Het zou de boom kunnen zijn waar omheen ze waren geplaatst, maar daarvan was niet veel meer over dan een stompje. Als ik een beetje moeite had gedaan, had ik de jaarringen kunnen tellen.

Ik ging naar een plaats in de zon om te bedenken wat ik moest vinden. Ik kende de dichter niet en net zomin de persoon die de boom had geveld of daarvoor opdracht had gegeven. Welke kleur ze hadden, welk geslacht of hoe men zich overigens identificeerde en of ik daarmee strookte.

Hoe kon ik überhaupt een mening hebben?

Seffens werd ik kouwelijk.

Standaard

Hoek

Het verhaal van sommige films wordt ongetwijfeld geconstrueerd op een papieren servet in een snackbar. Richard Harrington

Er stond iemand met de rug naar het raam, op de hoek aan de overkant. Een jonge vrouw, schatte ik, aan de bewegingen te oordelen. Ze had een donkere jas aan, mogelijk van leer, met aan de rechterschouder een tas. Het hengsel hield ze aan de voorkant vast. Ze praatte met iemand, die ik niet kon zien – vermoedelijk de bewoner, dacht ik.

Het was half negen, maar ze maakte geen aanstalten te gaan. Het was evengoed ook onduidelijk of ze wilde blijven. Misschien wist ze het zelf nog niet en praatte ze met de jongen om een beslissing te kunnen nemen. Zolang ze stond, kon het nog alle kanten uit.

De tijd begon te dringen. Er moest een keuze worden gemaakt – snel.

“Zullen we een film kijken?” vroeg Lief. Ik keek geeneens om.

“Als dit is afgelopen,” zei ik.

Ik schoof dichter naar het raam. Zouden we nog chips hebben?

Standaard

Voordoen

De wijsheid, die de neiging heeft tot vastleggen, staat aan de kant van de dood. Paul de Wispelaere

Ik had een stappenteller.

Dat kwam, er waren bekende mensen op televisie geweest die er eentje op hun telefoon hadden geïnstalleerd en het was gratis. Die zin beschrijft mij wel zo’n beetje.

“Ik heb hem eraf gehaald,” gispte collega K., “ik vond hem onbetrouwbaar. Kijk maar.”

Ze zette haar beide benen potig op de grond en begon met de heupen te draaien, alsof ze aan het hoelahoepen was.

“Nou zou dat ding kunnen denken dat ik een flink eind aan het wandelen ben,” hijgde ze, “terwijl ik in het echt geen stap verzet. En dit…”

Ze marcheerde op de plek, met haar telefoon ferm vastgehouden in de hand.

“Nu ben ik dus mijn berichten aan het bekijken terwijl ik loop,” zei ze, “maar het apparaat registreert helemaal geen beweging.”

Ze probeerde, geleund tegen een kast, op adem te komen.

“Een teller in een enkelbandje lijkt me veel handiger,” steende ze.

Standaard

Sjaal

Eerst schiep God de man, daarna was hij bang dat de man zich zou vervelen en schiep hij de vrouw. Wat later, verteerd door schuldgevoelens en vrezend dat de man zich niet zou vervelen, vond hij de tabak uit. Mark Twain

Ze keken zoals ik ook meteen vond dat ze moesten kijken: aarzelend en schuldbewust. Ik had er wat van gezegd, als het anders was geweest. Nou ja, waarschijnlijk niet, maar ik had het overwogen. Ergens. Misschien.

Goed dus. Ze kwamen er binnengelopen in de buurtsuper, zonder mondkapje of wat dan ook op. De ene trok zijn sjaal voor zijn gezicht, de ander bleef een beetje hulpeloos in een hoekje staan. Net goed, sukkel, dacht ik.

Die ene, die met die sjaal dus, liep naar de klantenservice, waar ze ook kraskaarten verkochten en sigaretten. Natuurlijk, dacht ik, wat maalt zo’n kind nou om zijn eigen gezondheid? Geen kapje op, maar wel peuken paffen. Natuurlijk.

“Heeft u ook mondkapjes?” vroeg hij. Het meisje schoof hem een pakje toe, dat hij afrekende.

“Kom,” knikte hij naar zijn maat, “we willen hier niemand besmetten.”

Aha! dacht ik, hier niet!

Daarna ging ik mij schamen.

Standaard

Dat

Dat er geen misverstanden van komen: ook als je geen toestemming geeft ga je dood. Fons Jansen

Hij keek naar buiten.

“Ik wil weer dansen,” zei hij zacht. Het kwam onaangekondigd, maar niet onverwacht. Nu de te vroege lente de te koude winter had overwonnen – of tenminste, zo leek het tot nu toe – groeide met de stijgende temperaturen het verlangen naar vrijheid in alle vormen.

Voor hem was dat dansen. Hij liet het meteen zien.

Er was geen muziek, maar dat was ook niet nodig, want de noten klonken overal – het was het leven zelf, zo kreeg ik de indruk, dat de maat sloeg en het ritme bepaalde.

Met zijn ogen toe, bewoog hij zich over de planken vloer alsof hij in een discotheek stond, in het felgekleurde licht dat door de glitterbollen op hem werd weerkaatst. Ik hoorde bijkans wat hij hoorde en begreep stilaan zijn wassende zucht.

De werkelijkheid waarin hij na afloop terugkeerde bood hem geen soelaas.

Hij ging weer zitten.

“Dat,” zei hij.

Standaard