Het laatste rondje

De lente is de manier waarop de natuur zegt: ‘Tijd voor een feestje!’ Robin Williams

Iemand had – ongetwijfeld met de beste bedoelingen – een partytent neergezet op het binnenplein van een seniorencomplex. Een eenzame muziekmenner draaide er een keten van Hollandse hits met de volumeschuif helemaal open.

Een korte tijd zat ik op een bankje, buiten de gebouwen, en probeerde er te lezen. En hoewel woorden in het gemeen het vermogen hebben om de wereld om ons heen te doen vervagen, wilde dat dit keer niet lukken.

Ik zocht soelaas in het aangrenzende bos. Maar ook dat was vergeefs.

De bomen resoneerden de bassen en lieten de tonen ongehinderd passeren. Tot aan de andere kant van de bebossing drongen de klanken door. De bomen waren simpelweg te weinig en de paden veel te kort.

Dit is dan dus het einde der tijden, dacht ik, en het wordt omlijst met André Hazes.

Dat dacht ik wel, maar ik zei het niet.

Want de bedoelingen waren best. Ongetwijfeld.

Standaard

Melkpak

Elk mens heeft behoefte aan meer, aan meer ruimte of meer aandacht. Györgyi Konràd

Vooropgezet, ik had de tijd, dus liet ik de oudere dame maar betijen.

Ze stond voorbij de kassa’s, maar nog voor de inpaktafel haar boodschappen in de tas te laden, waardoor er aan weerszijden van haar onvoldoende ruimte overbleef om te passeren.

Maar zoals ik zei: ik had geen haast, dus waarom zou ik haar opjagen?

“U wilt er langs?” vroeg ze, toen ze me nochtans had opgemerkt. Ik knikte vriendelijk.

“Doe rustig aan,” suste ik. Maar het was al te laat. De dame probeerde opzij te gaan en liet daarbij ongewild een pak melk uit de handen vallen.

“O jee,” keek ze hulpeloos naar de vloer, “en ik heb al zo’n moeite met bukken.”

Haar geringe uitwijk even daarvoor gaf me evenwel de mogelijkheid om haar veilig te passeren, zag ik.

“Dankuwel,” zei ik in het voorbijgaan. De dame keek me ontdaan aan.

“En mijn melk dan?” stamelde ze.

Standaard

Driftstroom

Leg als laatste wat gij doet
al mijn gedichten aan mijn voet;
krachten waarmee ik opstaan moet.
Gerrit Achterberg

“Lees me een gedicht,” smeekte ik zowat meer dan ik gebood.

Lief schrijft, net zoals ik – maar waar mijn teksten ongebonden heten te zijn en een gevolg van de omstandigheden, is hij de schepper, de poëet, in de ware betekenis van de Griekse oorsprong.

In de ochtend, elke ochtend wanneer de gelegenheid zich voordoet (en dezer dagen is dat zo goed als dagelijks), maak ik koffie en opent hij zijn geschriften om een proeve van zijn bekwaamheid voor te dragen, zodat ik me kan laten voeren naar werelden, ver voorbij mijn bevattingsvermogen, gedwongen om slechts de meest basale van de gemoedsbewegingen te laten evoceren.

Ik zou geen ander begin van de dag wensen.

Vrijheid is niets anders dan de afstand tussen de jager en zijn prooi, herzegt Vuong in zijn debuut. Dat is maar al te waar. De gedichten die ik elke ochtend krijg opgediend bewijzen maar eens hoe waar.

Standaard

Tussen beide

Onze woorden hebben vleugels, maar ze vliegen niet naar waar wij het willen. George Eliot

Ergens speelde iemand het Slotkoor van Beethovens Negende op de blokfluit, in een tempo en op een wijze die de oude meester bijkans had doen terugkeren om de vlegel met het blaasinstrument om de oren te slaan.

Ik zat in de tuin en las Zafón met Nova op mijn schoot. ‘Wat denken we van een toost op het verleden, de toekomst en op ons die zich tussen beide bevinden?’ opperde Sempere op bladzijde 459.

De kat sprong op toen ik iemand voelde aankomen. Lief, wist ik meteen, zonder hem te hebben gezien. De ogen in de rug zijn vaak getrouwere waarnemers dan die in het hoofd. Ik legde het boek weg. Lief omhelsde me.

“Wat heb je gedaan?” vroeg hij.

“Niet veel,” antwoordde ik naar waarheid, “gelezen, geschreven.”

Lief ging aan de tafel zitten.

“Een uitstekende tijdsbesteding,” oordeelde hij. Ik pakte zijn hand.

De muziek was gaan liggen. Beethoven kon bedaren.

Standaard

Vidi aquam

Niets op aarde, onder de aarde of in het water zal onvervolgd, onverstoord of onbedorven blijven. Leonardo da Vinci

Het was zondag, palmpasen, en ik stond onder de douche. Het water stroomde over mijn schouders en spoelde me schoon. Mijn gedachten bleven echter ongereinigd. Ik maakte me zorgen.

Tal van gitzwarte scenario’s bekropen me en huisden zich in mijn buik – de plek waar ik alle onraad steevast verzamel. Ik sloot mijn ogen.

Ik dwong me te realiseren dat ik er nog steeds ben, met vrienden om me heen en in een leven waar het gros van de mensheid me om zou benijden. Mijn dagen waren rijk in alle opzichten met alleen maar betere en mooiere in het verschiet. Met wie zou ik in hemelsnaam willen ruilen – behalve met die man die ik enkele weken geleden was in een wereld die voorgoed vergaan leek?

Weer had ik het voor elkaar gekregen om de magere hoop te verjagen.

Ik haalde diep adem en verslikte me in het water dat ik opsnoof.

Standaard

Verdergaan

Het leven bestaat uit niet doen wat we willen en doen wat we niet willen. Johann Wolfgang von Goethe

Voor een kunstenaar was E. behoorlijk nuchter te noemen. Hij baseerde zijn scheppingen dan ook graag op fysica en formules. Onverholen – maar op gepaste distantie – openbaarde hij zijn visie over de geldende verdorring van het maatschappelijke landschap en de respons van het volk hierop.

“De mensen zijn bang gemaakt,” schamperde hij, “ze worden geregeerd door fantomen en geraken en masse paranoïde.” Hij schudde nog net zijn hoofd niet, maar zijn blik kon de spot niet verhullen. Voor mijn gevoel wandelde hij mijn kant op.

Ik deed een stap naar achteren.

“Zoals ik,” bekende ik, “en vooralsnog voel ik me daar comfortabel bij.”

Hij knikte alsof hij het begreep.

“Dan zal ik maar weer gaan,” zei hij, zich draaiend.

“Ik moet dezelfde kant op,” zei ik, “laten we samengaan.”

Hij keek om, bevreemd.

“Ga maar vast,” gebaarde ik, “dan volg ik je wel.”

Voor een nuchtere kunstenaar moest E. behoorlijk lachen.

Standaard

Terugkeer

Wandelen verjaagt de gedachten. Chettur Sankara Nair

O nee, het is nog niet zo ver – nog lang niet: het is oorlog, zei ik toch? Maar de mensen lijken er genoeg van te gaan krijgen, de Anderen, bedoel ik, precies zoals die Tilburgse socioloog had voorspeld. Hij had gezegd dat het nog maar even zal duren voordat de mensen er genoeg van gaan krijgen. En kijk nu eens.

Achteloosheid wordt langzaam maar zeker de norm. Zo lijkt het tenminste. Want de mensen, de Anderen dus, houden steeds minder rekening met de afstand die ze tot elkaar moeten houden. Zo lijkt het tenminste.

Ik lees het ook. Smalende berichten die verklaren dat het allemaal niks uitmaakt. Dat je eigenlijk zes meter uit elkaar zou moeten blijven. Of zeven. Acht. Of dat je het virus maar gewoon moet laten tieren, want hé, griep is ook erg en daar hoor je niemand over.

Soms zou ik ze zo graag willen geloven.

Standaard

Uitgeloot

Winnen is niets. Winnen laat geen sporen na. Winnen is bevrediging. Verliezen is leven. Cees Nooteboom

“Wat zou u doen als ik volgende week bel om te vertellen dat u tienduizend euro heeft gewonnen?”

Het is oorlog. Er vallen doden en de ziekenhuizen stromen vol. Niemand weet hoe de maatschappij er over een paar maanden uitziet.

En ik werd gebeld door een loterij.

Een vriendelijk klinkende jongeman – het zijn altoos vriendelijk klinkende jongemannen die verhoeden dat ik voortijdig ophang; alsof de loterij dat weet – bood me op last van zijn opdrachtgever lootjes aan voor slechts de helft van de prijs.

“Ik doe niet aan loterijen,” antwoordde ik om ervan af te zijn. Met die mogelijkheid had zijn script geen rekening gehouden. De jongeman was even stil.

“O?” herstelde hij snel, “En waarom, als ik vragen mag?”

“Uit principe,” loog ik.

Hij klonk teleurgesteld toen hij neerlegde. Ik voelde me bijna schuldig. Als ik hem nu maar niet werkloos had gemaakt.

Misschien kon hij mijn lot verkrijgen.

Standaard

Verlenging

Het einde van de wereld heeft gisteren plaatsgehad en niemand heeft het opgemerkt. François Cavanna

“Stel je voor dat het nog langer duurt,” bedacht ik toen we hoorden dat het nog langer ging duren.

In een persconferentie was dat bekendgemaakt, wat we allemaal al lijdzaam leken te verwachten: nog eens enkele weken leven in een kunstmatig in slaap gehouden maatschappij, waar alleen de meest belangrijk beroepen mochten bestaan. Nog steeds moesten we afstand tot elkaar behouden om veilig te blijven of casu quo te worden. Vooralsog zou er niets veranderen aan de gekantelde samenleving.

“Ik ben niet vitaal,” verwees ik naar mijn beroep, “maar wie weet bedenken ze wel iets om ons toch te laten werken.” Het klonk vrij amechtig, vond ik zelf.

Lief knikte.

“Ja,” meende hij, “met mondkapjes voor en handschoenen aan kun je best boeken uitlenen.”

Ik antwoordde niet, uit angst dat het allemaal een grapje bleek te zijn. In plaats daarvan sloot ik mijn ogen en droomde van die heile wereld.

Standaard

After eight

Voorbij een bepaald punt kun je niet meer terug. Probeer dit punt te bereiken! Franz Kafka

De oude buren waren in haar huis aan het rommelen, moeder keek toe. Toen ik haar omhelsde, merkte ik hoe klein ze was. Ik dacht: zou ze weten dat ze dood is?

“Wat jammer dat je zo weinig hebt meegenomen,” zei ze. Ze wist het dus.

“Ik was boos,” antwoordde ik. Ze knikte.

“Dat begrijp ik,” zei ze. “Misschien kun je het hun vragen?” Ze wees naar de buren. “Ze kunnen mij niet zien,” zei ze, “dus jij moet het zelf doen.”

Ik kende ze eerlijk gezegd niet, maar de buurvrouw reageerde heel aardig.

“Vraag om de wandelstok,” zei moeder, “die vond je zo mooi.”

Ik herinnerde me inderdaad een mooie, houten stok met metalen plaatjes uit Zwitserland, maar die stond er niet meer. Alleen een kruk van de kruisvereniging, waar ik niks meer van wist. En heel veel snoep. Uiteindelijk verliet ik de woning met een zakje after eight.

Standaard