Rap

Het woord is maar de schaduw van de daad. Democritus van Abdera

Geschrokken – of zo leek het, tenminste – ruimden de beide jongens hun spullen op in hun rugzakken.

“Moeten jullie ergens heen?” vroeg ik. De vraag weerhield het inpakken niet.

“We moeten naar onze vriend,” zei de ene.

“Die moet optreden,” zei de ander.

“Hij is rapper,” verduidelijkte de ene weer.

“Rapper?” herhaalde ik, “Cool. Waar treedt hij op?”

De jongens wezen in een onbestemde richting.

“Ginds,” zei de ander. “Op het veld.”

“Als we op tijd zijn, zien we hem nog,” zei de ene tegen de ander, “maar dan moeten we wel wat meer opschieten.”

“Is hij een beetje goed?” vroeg ik. De jongens stopten met inpakken. Peilend keken ze elkaar aan. Samen zochten ze naar de woorden die verboden waren.

“Niet echt,” bekende de ander na een poosje.

“Hij is waardeloos,” knikte de ene. Hij keek op zijn horloge.

“Met een beetje geluk is hij al klaar,” hoopte de ander.

Standaard

Hen en weerum

Dialect is een taal die haar jas uit doet, in haar handen spuugt en naar haar werk gaat. Carl Sandburg

De vrouw met het rijwiel aan de hand sprak plat. De fietsenmaker sprak plat terug. Een emmer vol heimwee werd over me uitgestort.

Niet dat ik dialect praat – mij was Nederlands geleerd, want daar kom je verder mee – maar ik hoorde wel de taal van mijn jeugd, van mijn familie en vrienden van mijn ouders. Ik verstond het, ik begreep het nog beter.

Ik vertraagde mijn tred om nog meer woorden en klanken tot me te nemen – tot ik tot op het bot doorweekt zou zijn van nostalgie, alsof ik met mijn ogen dicht een stortbad van sentiment nam.

Maar veel meer werd er niet gezegd tussen de hersteller en zijn klant. Zoals er ook vroeger nooit veel woorden werden vuil gemaakt aan zaken waar een paar syllaben volstonden.

En ineens drong het tot me door, na jaren in een meer van taal, dat ik was opgegroeid in een oase.

Standaard

Dubbelzijdig

Ideeën krijgen is als het plukken van bloemen.
Denken is het vlechten van deze bloemen tot slingers. Anne Sophie Swetchine

“De printer doet zo raar,” zei de vrouw, met de afdrukken in de hand. “Het papier komt er eerst uit en dan wordt het weer ingeslikt en daarna komt het er nog een keer uit.” Ze gebaarde met haar hand de bewegingen die de velletjes gemaakt zouden hebben.

“En kijk,” zei ze, wijzend naar de uitdraaien, “alles is dubbelzijdig. Dat deed hij vroeger nooit.”

De printerjongen reikte naar de afdrukken.

“Als dat een probleem voor u is, wil ik ze wel opnieuw printen,” zei hij, “u heeft ze liever enkelzijdig?”

De vrouw hield de papieren bij zich.

“Hoe bedoelt u?” vroeg ze argwanend.

“Als u liever geen dubbelzijdige afdrukken wilt, kan ik ze wel opnieuw voor u uitdraaien,” zei hij. De vrouw trok rimpels in haar hoofd.

“Ik weet eigenlijk niet of ik alles heb,” peinsde ze.

“Nee,” schudde de vrouw haar hoofd resoluut, “misschien red ik het zo wel.”

Standaard

Keirei! Keirei!

‘t Is makkelijker een krans te winden,
Dan een hem waardig hoofd te vinden. Johann Wolfgang von Goethe

Tante Nel zou nooit in een Mazda rijden of naar een Sony-televisie kijken. Sushi hoefde ze niet en mikado speelde ze niet. Toen de Japanse keizer naar Nederland kwam, zat ze te huilen voor de televisie. Tante Nel kwam uit een Jappenkamp.

We wisten het allemaal van Tante Nel, maar zelf had ze het er nooit over. Waarschijnlijk werd er ook niet naar gevraagd – door ons niet, tenminste. We hadden hier zelf net een oorlog achter de rug, toen ze hierheen kwam.

Leed valt niet te wegen, pijn niet te vergelijken. En we hadden hier, in het moederland, ook onze razzia’s gehad en deportaties en was het voedsel op de bon.

Maar we hadden wel een Blaupunkt televisie thuis en reden in een Opel. De schnitzels konden niet groot genoeg zijn en ‘s zondags keken we naar Die Sendung mit der Maus.

Tante Nel heeft daar nooit wat van gezegd.

Standaard

Verbond

Als je Gods licht wilt zien, doof dan je kandelaar. Thomas Fuller

God vond het blijkbaar geen probleem dat ik de heilige teksten uit de Koran aanraakte, ook al was ik een ongelovige.

“Wil je een dadel?” vroeg de Alevitische leerling, “Ze zijn heerlijk, ze komen uit Israël.” Hij schoot in de lach toen hij mijn verbazing zag.

“Ontspan,” zei hij, “we zijn allemaal van één familie. Zij zijn als onze neven. De Almachtige had een verbond met hen gesloten. Maar dat hebben ze keer op keer verbroken.”

Waarna hij vertelde over de straffen die de Israëlieten vervolgens hadden gekregen.

“Ze zijn in slavernij gevoerd, verspreid over Europa en tenslotte is Hitler over ze heen gekomen. En nog steeds willen ze niet luisteren.”

“Je praat wel slecht over je neven,” zei ik. Hij haalde zijn schouders op.

“Maar zo is het toch?” stelde hij, “Ze beheersen alle banken, zaten achter 9/11 en hebben IS opgericht. Dat weet toch iedereen.”

Mijn zwijgen verwondde mezelf.

Standaard

Les

De geschiedenis is het beste bewijs van de verkeerde opvoeding van de mensheid. Karlheinz Deschner

Het kind was het er niet mee eens dat ik voor hem in de rij stond. Het ging op de vloer zitten en begon te krijsen. Het kassameisje zette een glimlach op, maar ik zag dat het liefst zware maatregelen had genomen.

De moeder stond achter mij.

“Huilen helpt niet,” zei ze tegen het kind, “die meneer is voor ons. Je zult moeten wachten, zoals zo vaak in de rest van je leven. Dus ophouden nu.”

Ik draaide me om. Ik had een verhit gezicht verwacht, maar de vrouw zag er fris uit. Vrolijk, zelfs.

“Sinds kort heeft hij ontdekt dat hij met huilen kan chanteren,” zei ze, “maar bij mij lukt dat niet. Zit je nou nog op de grond? Kom op!”

Het jongetje was ineens stil en kroop overeind. Gehoorzaam ging het achter mij naast de moeder staan.

“Mama wint toch altijd,” zei zij met een grote glimlach.

Standaard

Kwaltergast

Pessimisten worden nooit teleurgesteld. Maurice Chapelan

Zijn ervaringen hadden hem waarschijnlijk gewaarschuwd – zoveel leek duidelijk toen hij de bibliotheek inkwam en luid zijn beklag deed, tegen niemand in het bijzonder en het universum in het algemeen.

“Overal zijn de wc’s afgesloten of bezet,” zei hij, “zul je zien dat ik hier ook voor een dichte deur kom, nu ik zo’n aandrang heb.”

De deur waaraan hij morde gaf mee en verschafte moeiteloos toegang. De man sloot zich op. Enige tijd later verscheen hij weer.

“Sjees,” zei hij, “staan de computers natuurlijk boven – daar kom ik juist vandaan.” Hij slofte zuchtend naar de lift.

“Ze zullen wel weer kaduuk zijn,” zei hij, terwijl hij voor één van de twee deuren ging staan, “of boordevol.” Hij drukte op de liftknop. Bijna meteen schoof de deur achter hem open. De man draaide zich om naar een lege lift.

“Mooi is dat,” zei hij, “sta ik weer voor de verkeerde.”

Standaard

Gezelligheid

Wat een heerlijke tijd, waarin de een tegen de ander zegt:
Laat ons broeders zijn, of ik vermoord je. Ponce-Denis Ecouchard Lebrun

De twee limonades waren voor moeder en dochter. De zoon had een biertje met een viltje op het glas, tegen de insecten die door de wespenval op het tafeltje ernaast werden aangetrokken. Het zal niet direct de bedoeling zijn geweest van de pizzaboer waar ze zaten.

De goede sfeer wilde er bij het gezinnetje niet echt inkomen. De jongen keek naar zijn glas alsof hij dat het liefst in één teug wilde legen, terwijl zijn zusje en zijn moeder heel hard hun best deden het leuk te hebben achter de flesjes fris.

De zoon stak maar eens een joint op. Het samenzijn leek niet aan hem besteed.

Moeder en dochter blikten naar elkaar, maar zeiden niks. Het zwijgen werd aan dit tafeltje sowieso tot de norm verheven.

Toen de insecten teveel werden gingen ze naar binnen. De jongen keek mij bij het passeren even aan.

“Wat een gezelligheid,” monkelde hij.

Standaard

Kruising

De prijs van langer leven is langer doorgaan. A.J. Cuppen

Er lag een ballon op het kruispunt. Hij was een lichtblauwe, met vage opdruk en een touwtje aan het knoopje. De buitenkant zag er nog strak uit en opgeblazen, alsof hij elke voorbijganger opriep hem op te pakken en mee te nemen.

Dat zag het kind ook, dat met zijn vader kwam aangefietst.

“Kijk,” riep hij uit, “er ligt een ballon op het kruispunt!”

De jongen had naar de ballon gewezen, dacht ik, als hij niet nu al van pure opwinding van de fiets dreigde te vallen.

“Gewoon laten liggen,” oordeelde de vader, “die ballon is vies.”

“Maar papa…” protesteerde het jongetje.

“Hij is vies,” herhaalde de vader, “doorfietsen.”

Als hij het niet al had gekend, had de jongen nu voorzeker de betekenis van bedeesd geleerd. Zo fietste hij verder althans, naast zijn vader. Hij keek nog één keer om.

De ballon was weg, toen ik er even later terugkeerde.

Standaard

Goldene Klänge

Een open geest is de toegangspoort tot de hemel. Gary Barnes

Omdat ze slechter was gaan horen, had Lenie de Egerländer-muziek extra hard gezet. Ik kon aanbellen wat ik wilde, maar niemand deed open. Tegen beter weten in klopte ik ook maar op de deur.

Er was niemand om me te helpen de deur te openen en me binnen te laten. Binnen zat Lenie naar de muziek te luisteren. Ik pakte mijn telefoon.

“Met Lenie,” zei Lenie toen ze opnam.

“Met René,” zei ik.

“Met wie?” vroeg ze. Ik herhaalde mijn naam.

“Wacht even,” zei ze, toen ze me nog steeds niet kon horen, “ik loop even naar de gang, want de muziek staat zo hard.”

Door het glas in de deur zag ik Lenie de kamer uitkomen. Ik klopte nog eens. Ze keek naar de telefoon in haar hand en toen naar mij. Lachend deed ze open.

“Dat is ook toevallig,” zei Lenie, “ik had je net aan de lijn.”

Standaard