Typisch

Zelfs schrijfmachines vertikken het soms. Karel Jonckheere

Er hoefde alleen een nieuw lint in, verder was de schrijfmachine, die vanwege een verhuizing op straat bleek gezet, nog prima te gebruiken. Dat stond er tenminste op het papiertje dat erbij lag.

“Ik heb er net zo één gehad,” zag ik aan het merk, “maar dan in het rood.”

En dat was niet het enige verschil, want die van mij was een koffermodel geweest met zwarte toetsen. Waar ook een dopje aan had gemankeerd – welke ook alweer? Geen lettertoets, dacht ik. De tabulator misschien, maar dat was het ook niet. De regelschuif, misschien. Ik draalde. Hoeveel knoppen had zo’n ding ook alweer?

“Die kunnen we toch niet laten staan?” zwijmelde Lief. Verrast draaide ik mijn hoofd: hij bedoelde waar ik stiekem op had gehoopt.

“Ik dorst het zelf niet voor te stellen,” marde ik. Voorzichtig pakte ik het apparaat op.

“Er hoeft alleen een nieuw lint in,” glom Lief.

Standaard

Flessen

Het geheim van het succes van de Italiaanse keuken? Ze koppelt een minimum aan gedoe aan een maximum van smaak. Antonio Carluccio

Het zou Toscane kunnen zijn, of een knoestige boomgaard in Frankrijk, waar de tafel stond gedekt, met brood en worst en wijn, en een dozijn willekeurige stoelen eromheen om op aan te schuiven. Aan de takken hingen gekleurde flessen met vrolijke lichtjes erin. Ze tikte op de foto uit het kookboek.

“Dat is dus mijn droom,” zei ze, “een oud huisje, ergens in het zuiden, met ruimte genoeg om vrienden en familie te ontvangen, aan een lange dis met voldoende eten en drinken om de avonden mee te vullen.”

Ze knikte terwijl ze bleef kijken naar het plaatje. Ik kon alleen maar raden wat ze aan het denken was.

“Ik heb nog een tijdlang van die flessen verzameld,” vertelde ze. Dan deed ze het boek dicht, voorzichtig, als om de tafelschikking niet te verstoren.

“Maar ik heb ze weggedaan,” zuchtte ze, “dromen zijn mooi, maar ze nemen teveel ruimte in.”

Standaard

Tosca

Je kunt maar op één manier de grenzen van het mogelijke ontdekken: door je er een stukje overheen te wagen in het onmogelijke. Arthur C. Clarke

Alsof ze op weg was naar de opera, zo zag ze eruit – maar ik wist beter. Heur omhooggestoken haar, het opgemaakte gezicht en de wapperende rokken, die uitwaaierden als een crinoline, deden denken aan voorname gelegenheden, met elegant geklede gasten die, zwierend over de gladgeboende dansvloer, en gerust van parelende drankjes en uitgekiende hors d’oeuvres, geen nood hadden aan voedsel of onderdak.

Zij wel.

Het kapsel was wat gaan zakken in de loop van de tijd, zag ik, en haar kleed meer gaan hangen, maar de allure die ze droeg was nog praktisch ongeschonden.

Ze passeerde met de gejaagde tred van hen bij wie ik zelden haast veronderstelde – de ogen star gericht naar een punt voorbij de wereld die haar had losgelaten. Laten vallen, was misschien een betere omschrijving, in dit geval.

Vissi d’arte kwam in mijn hoofd en verdween niet totdat ik eindelijk de slaap had gevat, die nacht.

Standaard

Kraai

De moed om ons de tegengestelde mogelijkheid voor te stellen is ons geweldigste hulpmiddel, een vermogen dat ons leven kleur en spanning verleent. Daniel J. Boorstin

Er krijste een kraai door de drukke stationshal. Althans, een kraai: zo geloofde ik dat. Ik was, zo meende ik, de enige die opkeek.

Er was verwantschap. Instant.

Het dier was naar binnen gevlogen en had zichzelf gevangen en ik was er vrijwillig ingegaan. Dat was het verschil. En ik wist er weer uit te geraken. Dat ook. Uit het gebouw dan. Maar ik voelde me – zo voelde dat – evenzo gevangen. Dat moment dan. Die dag. Die ochtend. Dat ogenblik.

Afijn.

Ik keek omhoog dus, terwijl ieder ander door leek te lopen naar waar die moest zijn. Ik keek omhoog naar het geluid van de kraai, die misschien geen kraai was. Ik zag hem ook niet, als ik eerlijk ben. Ik hoorde alleen het geluid. Het geluid van een vogel op zoek naar vrijheid.

Waar ben je toch, dacht ik.

Toen vroeg ik me af tegen wie ik het had.

Standaard

Vakantie

Vele, van die thuis nogal geruisloos verlopende relaties, blijken niet bestand tegen vakantiegeneugten. Hedy d’Ancona

“Kom, lieverd,” porde de moeder, “we moeten thuis nog alles inpakken.”

“Waarom?” vroeg het meisje, dat geen meug vertoonde om ook werkelijk mee te gaan.

“We gaan op vakantie,” zei de moeder, “morgen. Dat hebben we je verteld.”

Het meisje had daar geen actieve herinnering aan.

“Wat is dat?” vroeg ze, “Vakantie?”

“Gewoon,” zei de moeder, “dan gaan we een paar dagen weg: papa, Carolien en jij en ik. Gezellig.”

“Weg?” herhaalde het meisje.

“Ja,” zei de moeder, “Naar zee. Lekker er even helemaal tussenuit. Jij, ik, papa en Carolien.”

“En Bolke?” vroeg het meisje.

“Die blijft thuis,” zei de moeder, “maar de buurvrouw past op Bolke. Ze houdt heel veel van hem.”

Het meisje fronste.

“Dan blijf ik ook thuis,” zei ze.

De moeder glimlachte.

“Dat gaat niet lieverd,” zei ze, “wie moet er dan voor je zorgen?”

“De buurvrouw,” zei het meisje. “Ze houdt heel veel van mij.”

Standaard

Kerstdag

Tradities zijn de wegwijzers die diep in ons onderbewuste verborgen zitten. De krachtigste zijn degene waar we niet bewust van zijn. Ellen Goodman

Toen het al te laat bleek te zijn, dacht ik aan Kerst, hoewel dat het laatste was waar ik me mee bezig wilde houden. Maar ik bleek niet de enige.

“Wat doen we nu met kerst?” vroeg de jongen me na het afscheid. De man die vlakbij stond had hetzelfde.

“Ja,” betoogde die, “hoe moet dat nu?”

“Ik heb precies hetzelfde gedacht,” mompelde ik – half beschaamd en met voelbaar rode konen.

Het was namelijk een gewoonte geworden – nee, geen gewoonte: een traditie, meer nog dan een traditie: een baken in december, waar naar uitgekeken werd, door de jongen, de man en de rest van de tafelgenoten, die, zorgvuldig genodigd en gerangschikt door haar aan de oogstrelend gedecoreerde dis gezet waren voor, nou ja, voor dat dus: het baken van december.

“Het mag niet stoppen, alleen maar omdat ze dood is,” meende de man.

We waren het er alledrie over eens.

Standaard

Gevangen

De pessimist klaagt over de wind; de optimist denkt dat hij wel zal draaien; de realist stelt de zeilen bij. William Arthur Ward

“Mag ik even klagen?” vroeg hij. Zonder een antwoord af te wachten ging hij zitten.

“Ik ben ontzettend woedend,” zei hij, “eigenlijk al jaren, maar dat wordt alleen maar meer. Kijk,” zei hij, met een draaibeweging van zijn hand, “het kwam een keer tot me dat ik geboren ben met een geweldig brein, een geest, als je wilt, die onbegrensd is, met ideeën en krachten die je niet voor mogelijk houdt. Maar dan wordt het gevangen in dat lichaam…”

Met dezelfde hand maakte hij nu een wegwerpgebaar.

“Ik ben bijna zeventig,” verklaarde hij, “en dat lijf van mij wil steeds minder. Het beklemt en beperkt alles wat ik zou willen doen. Dat is zo onrechtvaardig – en het wordt alleen maar erger. Ik word tegenwoordig al moe als ik plannen maak.”

Hij stond op.

“Dat wou ik alleen maar kwijt,” zei hij. “Doe ermee wat je wilt – ik kan weer door.”

Standaard

Neuzen

Elke paal heeft zijn meeuw. Jan G. Elburg

“Ik ben grootmoeder geworden,” jubelde ze. “Gisteren.” Ik feliciteerde haar – het leven gaat tenslotte door.

“Alles goed met de moeder?” vroeg ik, “En de vader?”

Ze knikte.

“Allebei prima. En de kinderen ook,” zei ze.

“Kinderen?” vroeg ik. “Meervoud?”

“Twee jongens,” zei ze, “David en Noah.”

“Mooie Bijbelse namen,” vond ik, “het zullen vast ook prachtige kinderen zijn.”

Ze vertrok haar gezicht en wankelde met haar hand.

“Mwah,” deed ze.

“Mwah?” herhaalde ik, “hoe dat zo?”

Ze boog naar voren.

“De moeder is half Colombiaans, half Frans,” zei ze, “en de vader half Duits en half Frans. Ze hebben enorme neuzen.” Ze keek alsof ze me zojuist de mogelijke lelijkheid had verklaard.

“Ai,” zei ik, maar slikte mijn ingebakken waardeoordeel gelijk weer in. “Grote neuzen kunnen ook best mooi zijn.” Geen idee waarom ik dat zei.

De grootmoeder twijfelde.

“Het zal dat Franse zijn,” opperde ze, “dat met die neuzen.”

Standaard

Meneer Rico en diens Fantastische Estiatografieën

I believe that this example demonstrates how great science and great poetry are both visionary, and may even arrive at the same intuitions. Our culture is foolish to keep science and poetry separated: they are two tools to open our eyes to the complexity and beauty of the world. Carlo Rovelli

ZIJN GEBOORTE HAD hij van horen zeggen en zijn dood was niets meer dan een gerucht, betrouwde de man die hoog op het balkon van het Magazijn stond om er vanaf te springen.

Daar beneden was het plein, met het grote, ronde bassin. Aan de linkerzijde zag hij de Aloysius Academie. Studenten van de school zaten op de rand van het waterbekken en genoten er de middagrust. Er werd geschaakt, wist de man, en gepraat, gedronken. Er waren leerlingen die er naar schoolgenoten lonkten, zoals dat in de aard van de jeugd ligt. De man glimlachte en dacht aan hoe hij zijn eigen vrouw had gevonden – en weer verloren, als door een hand van een macht groter dan hij. Tussen beide momenten was een era van geluk verlopen, die vergaan was voor hij er erg in had. Harentwille wenste hij zijn eigen ongelijk, maar zijnentwille was hij hier.

Ter rechterzijde van de man stond de Kathedraal van de Heilige Lazarus in zijn blikveld. De man besefte ineens dat hij al in geen jaren de horizon meer had gezien, net als alle andere inwoners van de stad die binnen de muren waren gebleven. Hij zou hoger moeten gaan, bedacht hij, waar geen mens ooit was geweest, om de lijn nog te kunnen zien die de aarde van de hemel zou scheiden. Nu stonden er stenen in de weg.

Terwijl hij de omgeving in zich opnam, stelde de man vast dat hij nog steeds herinneringen maakte – vrij overbodig, leek het hem, wanneer het zo meteen werkelijk allemaal voorbij zou zijn.

Alleen al daarom kon er geen einde bestaan. De man werd gesterkt in zijn overtuiging dat hij nooit zijn eigen sterfelijkheid zou ervaren. Volgens de eerste hoofdwet van de thermodynamica bleef alle energie immers behouden, en omdat kennis energie is, aldus de onomstotelijke opvatting van de man, zouden zijn herinneringen nooit kunnen verdwijnen.

Deze gedachten, hier zo nauwkeurig mogelijk genoteerd, vragen misschien enkele ogenblikken om tot u te komen, minuten wellicht, mogelijk nog langer als u het laat bezinken, maar in werkelijkheid bedroeg de tijdspanne waarin zich dit alles afspeelde slechts enkele seconden, of nog niet eens zolang.

Aan het einde van zijn overwegingen voelde de man zich in elk geval ongedurig en vervuld van een bijna smartelijk verlangen om ten langen leste de waarheid te ontdekken. Hij keek niet achterom of omhoog, hij haalde niet nog een laatste keer adem en hij sprak ook geen laatste woorden. Waarom zou hij ook? Er was immers geen begin of einde. 

De man zette zichzelf domweg af en verdween in de diepte.

Binnenkort is het hele verhaal van Meneer Rico en diens Fantastische Estiatografieën verkrijgbaar bij de boekhandel en de bibliotheken.
Standaard

Ine

Indien ik ontsterfelijk zou zijn, zou ik de dood uitvinden om van het leven te kunnen genieten. Jean Richepin

Dan ging je zitten, draaide je hoofd naar de zon en nam de tijd. Want die had je in overvloed, zo leek het – of zo liet je me geloven, in elk geval. Of nee, dat wilde ik geloven. Want je was er al voordat ik er was en zou mijn hele leven blijven, tot ik er niet meer zou zijn, zodat ik mijn hele leven zou kunnen kijken hoe je ging zitten en je hoofd naar de zon draaide. En de tijd nam.

Maar het was andersom. Dat wist ik ook wel – dat had ik kunnen weten, moeten weten, want ik ken het leven – nou ja, ik denk soms dat ik het leven ken. Een beetje, tenminste.

Maar ik weet niks van de dood.

Want toen het erop aankwam, was het niet zoals ik had gedacht. Niet zoals ik had gehoopt. Het was net andersom.

En de tijd nam jou.

Standaard