Wee

Troost verlicht alleen zij die voelen dat ze niet lang bedroefd zullen zijn Etienne F. Coeuilhé

Ik had de korte dialoog die ik opving kunnen bedenken, zonder dat ik de woorden had gehoord.

Het meisje fietste met betonnen benen naast haar moeder – ik dacht tenminste dat ze de moeder was – die de grootste moeite had de droeve traagheid van het kind niet voorbij te gaan.

“Het komt allemaal wel goed,” zei ze, “uiteindelijk komt het allemaal wel goed.”

Het meisje zei niks terug. Het snikte terwijl ze de pedalen van haar fiets verder perste.

Hartezeer, dacht ik, het moest hartezeer zijn. Een verdriet zo diep, dat zowat het hele leven erin werd opgezogen en het bestaan verduisterd en gereduceerd tot een moeizame en zinloze weg naar huis – alsof er nog een doel was nadat het einde was gekomen aan iets wat kort daarvoor nog licht gaf en betekenis.

Het komt allemaal wel goed, wilde ik echoën, maar ik zweeg beter.

Hoop bieden is soms bijna pervers.

Standaard

Gebaren

Een paar rupsen zullen we wel moeten verdragen, als we ooit vlinders willen zien. Antoine de Saint-Exupéry

Ze drukte een paar keer op het desinfectiepompje.

“Dit is voor het eerst sinds maart dat ik weer buiten ben,” vertelde ze ondertussen. En, kijkend naar de vloeistof in haar handen: “ik zou hier verslaafd aan kunnen raken. Wat een lekker spul.”

Ze wreef de lotion in haar handen.

“Ik was laatst – waar was ik ook alweer? O ja, in Duitsland natuurlijk, want ik droeg een mondkapje bij de benzinetank – je moet daar overal een kapje dragen, dus daarom weet ik dat – en toen kon ik me helemaal niet verstaanbaar maken.”

Ze schudde denkbeeldige druppels van zich af.

“Ik kan best een aardig eindje over de grens, al zeg ik het zelf, maar toen pas merkte ik dat ik ook met de mond praatte. Ik bedoel, niet alleen de woorden, maar ook de mimiek. Grappig, hè?”

Ze rook aan haar handen.

“Echt, ik zou hier makkelijk verslaafd aan kunnen raken.”

Standaard

Zwijgplicht

Je kunt niet op je oordeel vertrouwen wanneer je fantasie niet op scherp staat. Mark Twain

“Achttien kilometer,” zei ze, “ik heb achttien kilometer gefietst.”

Ik was blij dat het eens daar over ging.

Het zijn obese tijden voor woorden. Tegelijk is het wegen ervan een delicate kwestie geworden die fijngevoeligheid en nauwkeurigheid vereist. Het gevolg is dat ik met sommige mensen niet meer over sommige onderwerpen spreek om onenigheid of erger te voorkomen.

De vriendin die sprak is, met velen als zij, namelijk nogal beducht voor de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer die gemaakt wordt door apps en vaccins. Daar heb ik het dus niet over, ook niet toen ik haar weer tegenkwam tijdens een fietstocht.

“Zo,” zei ik bewonderend en opgelucht, “en dan moet je nog terug ook.”

Ze knikte.

“Ja,” zei ze, terwijl ze haar telefoon pakte, “gisteren hebben we achtendertig kilometer gefietst en vorige week zelfs bijna vijftig.”

“En dat houdt je toestel allemaal bij?” vroeg ik.

“Ja,” zei ze, “fantastisch toch?”

Standaard

Badedas

Zij die vielen
zijn gevallen
Jules Deelder

Het ging over blaasontsteking. Dat komt, ik zat met twee vrouwen.

R. had het net gehad, maar was er gelukkig weer vanaf.

“Meestal krijg ik een kuurtje, maar het was ineens over,” zei ze verbaasd.

“Mijn moeder had het ook vaak,” zei H., maar ze ging dan in bad met Badedas, uit voorzorg. Dat ontsmet.”

“Badedas?” verbaasde R. zich, “Dat badspul?”

H. knikte.

“In die groene fles, met kastanjes op de verpakking. Ik ruik het soms nog wel eens en dan moet ik meteen aan mijn moeder denken.”

“En hielp het?” wilde R. weten.

H. dacht na. De vraag had ze zichzelf nog nooit gesteld, leek het.

“Dat weet ik eigenlijk niet,” peinsde ze, “ze had er wel erg vaak last van.”

R. grijnsde. Ze keek naar mij.

“Volgens mij heeft hij weer een Mowl’etje,” zei ze.

Ik lachte terug. Hoe zal ik gaan beginnen, dacht ik alleen nog maar.

Standaard

Spoedig

De wereld van de verschijnselen rondom ons is een schikking die wij ten onrechte voor de werkelijkheid houden. Paul de Wispelaere

“Ik verheug me er op, wanneer het weekeinde er is, om hier te komen en te gaan zitten tussen de boeken,” zei de man. Ik begreep hem maar al te goed. En had ik dat niet gedaan, dan hoefde ik maar naar zijn gezicht te kijken om het genot te zien waar hij over sprak.

“Het is hier rustig en vredig en de woorden omringen me,” verduidelijkte hij desalniettemin.

“Ik kom hier altoos zonder plan en zie maar wat er gebeurt – en steeds weer, echt waar meneer, steeds weer gebeurt er iets wat ik niet had voorzien, maar dat mijn dag kleurt en mijn leven weer een tikkeltje opfleurt – nou ja, voor die dag dan toch.”

Hij zuchtte.

“Maar goed, ik begrijp de staat van vandaag, waardoor de regels zijn aangescherpt en een onbepaald verblijf niet langer gewenst is of toegestaan.”

De man stond op.

“Tot spoedig meneer,” zei hij.

Standaard

Repeteren

Niets is zo slopend als zekerheid. J.W. Holsbergen

Solidariteit, daar hadden we het over.

“Vlak na de oorlog, op het puin van de stad, dacht iedereen alleen maar aan één ding: de wederopbouw. Samen, met zijn allen, de schouders eronder, dat was de mentaliteit. Een beetje het gevoel dat wij aan het begin van de coronacrisis hier hadden.”

Hij glimlachte erbij, zoals iemand glimlacht die nostalgisch terugdenkt aan vergane tijden zonder de illusie te koesteren dat deze ooit zullen weerkeren.

“Bedenk wel,” zei hij, waarbij hij mij deed denken aan de leraar die – wat hij ook vertelde – de gave had je aan zijn lippen te doen hangen en alles wat hij zei liet absorberen zoals de korrels op het strand de oceaan, “dat kort daarna dat unieke gevoel van saamhorigheid compleet was verdwenen en iedereen weer alleen voor zichzelf ging leven.”

Ik dwaalde even af. Hij moest mijn gedachten hebben geraden.

“Omgekeerd geredeneerd,” zei hij, “komt alles goed.”

Standaard

Niemand meer

Zonder herinneringen is het leven eenzaam. Gilles Marcotte

“Hoelang is je moeder nu al dood?”

Een gesprek met Lenie verloopt bijna altijd volgens hetzelfde patroon als de keer ervoor.

“Alweer twee jaar, tante,” antwoordde ik.

“Twee jaar alweer,” zei ze hoofdschuddend.

Iedereen is dood, dacht ik.

“Iedereen is dood,” zei Lenie, “Broer, Henny, Dorry, je vader. Er is niemand meer over.”

“Alleen u,” zei ik.

Ze lachte.

“Ja,” beaamde ze, “en ik ben voorlopig nog niet van plan te gaan. Wil je koffie?”

Ik maakte twee mokken voor ons.

“Zijn er nog speculaasjes? Kijk maar eens of er nog speculaasjes zijn.”

“Ik ga zo dadelijk nog even naar het kerkhof,” vertelde ik. Ze knikte.

Na de koffie deed ik mijn jas aan en nam afscheid van Lenie. Bij de deur hoorde ik haar nog wat zeggen. Ik ging terug.

“Wat zei u, tante?” vroeg ik. Lenie keek op.

“Iedereen is dood,” zei ze. “Er is niemand meer over.”

Standaard

Verlopen

Elke dag begint met wachten op de avond en de nacht. Friedrich Hölderlin

Gearmd stonden ze in het licht van de etalage van de schoenwinkel. Het was na sluitingstijd.

“Dat zijn mooie,” wees ze.

Ze draaide de man mee om verder te wandelen.

“Dat is toch niks voor mij,” zei ze, “ik heb van die moeilijke voeten. Ze zijn breed,” zei ze, “en plat. Breed en plat. Moeilijke voeten.”

Ze kuierden verder. Het was een fraaie nazomeravond, de straten in de stad waren zo goed als verlaten. Alleen zij flaneerden er, gearmd in het schijnsel van de reclames en winkelruiten.

“Die zijn ook mooi,” knikte ze, even verder, toen zij bij een volgende schoenwinkel waren komen stil te staan. Ze zuchtte, met samengedrukte lippen.

“Toch jammer van die moeilijke voeten,” zei ze.

Gearmd liepen ze verder.

“Ik vind je voeten mooi,” zei de man na een tijdje, “en helemaal niet moeilijk.”

Hij pakte haar wat steviger vast, voordat ze uit het zicht verdwenen.

Standaard

Gehandhaafd

Bruggen verenigen maar scheiden ook. Jeanette Winterson

Ik dacht even in overtreding te zijn.

“We hebben een melding gekregen over twee personen die alhier verblijven,” zei de ene handhaver, van wie ik vermoedde dat hij de superieur was.

“Mag dat niet?” Ik had Agent willen zeggen, maar ik wist de aanspreektitel van een BOA niet. Hij gaf niet meteen antwoord.

“U kunt toch ook daar zitten?” wees de man naar de kade, even verderop.

“Het bevalt ons hier,” zei Lief, “hier op deze parkeerplaats onder de brug waar de avondspits over rondraast.”

De twee uniformen keken elkaar kort aan.

“Het is vreemd,” zei de ondergeschikte, alsof hij Verdacht bedoelde.

“Maar het mag dus wel?” probeerde ik nog een keer.

De ondergeschikte keek over het wagenpark.

“De volgende keer graag aan de kade,” ontweek de superieur.

“Het is gewoon vreemd,” herhaalde de ondergeschikte.

Er viel een moeilijk afrondende stilte. De ondergeschikte kuchte.

“Voor deze keer,” zei de superieur.

Standaard

Ontwaken

Het beste middel tegen woekerkruid is berusting. Franklin P. Jones

Morpheus’ wereld, die in ons, is soms verraderlijk gelijk aan de externe, die we de werkelijke noemen.

Ik zag mijn moeder en ze leefde. Ze was dement geworden, of in het beginstadium hiervan – maar ze was werkelijk vrolijk en gelukkig.

“Kom,” zei ze, “laten we nog één keer met zijn allen op reis gaan. Net als vroeger.”

Ze had een fietsvakantie gepland van tien dagen in de bergen van Frankrijk.

“Dat is elke dag zestig kilometer ma,” zei ik. Moeder woof mijn bezwaar weg.

“En we gaan met ons allen!” jubelde ze.

Tegelijkertijd moest het huis worden ontruimd en de auto verkocht – doorgaans trieste aangelegenheden, maar de stimulerende stemming van Moeder maakte het niet alleen draaglijk, zelfs mogelijk tot een genoegen.

Zoals ik zei was het een bedrieglijke realiteit.

Het huis bleek al ontruimd en de auto verkocht. Het einde droeg geen glimlach, maar was bitter.

Het was wreed ontwaken.

Standaard