Wens

Het liefste wat ik doe is herinneringen ophalen met mensen die ik niet ken. Steven Wright

De man verontschuldigde zich allereerst voor zijn gebrekkige Nederlands.

“Ik ben pas vier maanden hier,” zei hij in vlekkeloos Buitenlands. Waarop hij wilde weten wat de autochtonen hier elkaar zoal wensen bij Oud en Nieuw.

“Fijne jaarwisseling,” bedacht ik. Ik wist zo gauw ook niks anders te bedenken, maar werd geholpen door de Voorzienigheid in de gedaante van een bekende vrouw die passeerde.

“Fijne jaarwisseling,” zei die. “Fijne jaarwisseling,” antwoordde ik haar.

“Dat dus,” glimlachte ik, ingenomen met de voorbijgelopen bevestiging.

De man probeerde het ons na te zeggen. Het was moeilijker dan gedacht.

“Ik zal het opschrijven,” hielp ik hem, “dan is het misschien makkelijker.”

In grote blokletters, om mijn handschrift te maskeren, schreef ik de heilswens en gaf het de man.

“Dankuwel,” zei hij, terwijl hij aanstalten maakte weg te lopen. Dan bedacht hij zich en keek op zijn blaadje. Hij pakte mijn hand.

“Fijne jaarwisseling,” schudde hij.

Standaard

Gehaakt

Je mag een kind geen ballon weigeren omdat je als volwassene weet dat ie vroeg of laat zal uiteenspatten. Marcelene Cox

Ik herinnerde me de sprei op het bed van mijn moeder.

“Dat heb ik nog gehaakt,” zei Lenie, “ik heb er wel een jaar over gedaan. Wat is er eigenlijk mee gebeurd?”

Als ik eerlijk was geweest, had ik haar verteld dat het dek, naar alle waarschijnlijkheid, met de rest van de inboedel door het kringloopcentrum was meegenomen en nu mogelijk op het bed van wie-weet-wie zou rusten. Als het niet op de stort was verdwenen.

Maar ik verzon een wenselijkere waarheid.

“Mijn zus heeft hem meegenomen,” fantaseerde ik. Het was de best bedachte verdichting, omdat mijn zus Ver Weg woont en Lenie zelden bezoeken kan.

Lenie klaarde op.

“Ze is vorige week nog hier geweest,” zei ze, “ik zal haar er de volgende keer eens naar vragen. Het zou toch jammer zijn als het weg was.”

“Nou,” knikte ik me mijn eigen graf in, “dat zou echt zonde wezen.”

Standaard

Boek

Bibliotheken zijn de graven van hen die niet kunnen sterven. George Crabbe

Boeken zijn weerbarstig, eenkennig en moeizaam van karakter. Dat weet een kind al na de eerste kennismaking. Meestal vervaagt deze wetenschap echter zodra het tot een ontmoeting komt. Boeken zijn als de liefde en malen niet om eerdere ervaringen.

De vrouw in de bibliotheek liet zich echter niet verblinden.

“Dit boek doet raar,” zei ze aan de balie, waar ze een exemplaar neerlegde, “het wil niet met me mee.” De medewerker legde het geschrift op een plaat.

“Ik zie hier geen problemen, mevrouw,” zei hij, “zal ik hem op uw pas zetten?” Hij stak zijn hand uit. De vrouw keek ernaar in een mengeling van afgrijzen en besluiteloosheid. Dan hakte ze de knoop door.

“Nee,” schudde ze resoluut haar hoofd, “het blijft een raar boek. Laat het maar hier.”

Waarop ze desalniettemin in een zekere aarzeling vertrok. Ik zei het al: boeken zijn weerbarstig. Je weet nooit wat je achterlaat.

Standaard

Zegeltjes

Wie we in werkelijkheid zijn, blijkt meer uit onze keuzes dan uit onze aanleg. J.K. Rowling

Een onbekende supermarkt is als een reis naar het buitenland, met producten die vreemd zijn omdat jij een vreemde bent. De wens van elke uitheemse is niet als zodanig te worden herkend. Ik vroeg daarom om zegeltjes bij de kassa.

“Ze zijn op, meneer,” zei de caissière. Ze opende haar handen als om de god die over het plaksparen ging aan te roepen. De rij wachtenden achter mij leek geschokt, maar dan op een stille, ingetogen manier.

“O jee,” deed ik, zodat ze zou geloven dat ik werkelijk ontzet was omdat ik nu niet op tijd mijn kaartje volkreeg en naar mijn kerstpakket of waar ik verder nog voor mocht sparen kon fluiten, “en nu?”

Ze schudde lijdzaam haar hoofd. Ze was de fase van het vinden van oplossingen duidelijk voorbij.

“Wie zal het zeggen?” verzuchtte ze.

Ik had in geen tijden meer zoveel overgave gehoord in één enkele ademteug.

Standaard

M.

Een leeuw houdt zich niet met vlinders bezig. Marcus Valerius Martialis

Nog voor ik iets van haar hoofddoekje kon vinden, liet ze me een blaadje uit een schrift zien. Ze wachtte niet tot ik wat zou zeggen.

“Ies diet goed, ja?” vroeg ze. Ze wees naar de bovenste regel. Van harte gecondoleerd, stond er geschreven, Groeten, M.

Ik knikte. Zij zal dan wel M. zijn, dacht ik, en: wie zou er gestorven zijn?

“Helemaal goed,” zei ik met een glimlach die met opzet ook deelneming zou moeten kunnen betekenen. Ze keek maar deels opgelucht, want er was meer.

“En diet?” wees ze. Van harte beterschap, stond er onder de condoleance, Groeten, M. En daaronder weer Van harte gevinliciteerd, Groeten, M.

“Bijna goed,” bevestigde ik, “alleen moet het gefeliciteerd zijn. Kijk.” Ik corrigeerde de gelukswens. Aandachtig bekeek ze mijn penbewegingen. Met een finale glimlach stak ze daarna het blaadje in haar boodschappentas.

“Ies voor kaartje,” legde ze uit, “klaine moeite, groot plezier.”

Standaard

Aapjes

Het lijk van een vijand ruikt altijd goed. Aulus Vitellius

We kwamen er eigenlijk alleen omdat er iets cultureels werd georganiseerd. De gastvrouw herkende ik. Ze probeerde in een geel hesje het publiek dat er nog niet was maar in groten getale zou kunnen komen in ordentelijke banen te leiden. Voorlopig had ze het rustig.

“Ze noemen me directeur, maar ik ben ook maar een gewone vrijwilliger.” kirde ze.

Ik zei dat ik dat wist en dat ik ooit nog eens een sollicitatiegesprek met haar had gehad. “Weet u dat nog? Maar u had het vast te druk als gewone vrijwilliger-directeur. Ik heb namelijk nooit meer iets van u gehoord.”

Zonder ook maar een ogenblik te verstrakken of op mij te reageren begon ze over iets heel anders.

“Hier komen alleen maar echte mensen,” jubelde ze luid, “geen aapjes.”

Waarna ze zich resoluut omdraaide. Er was iemand anders met wie ze moest praten. Misschien had ze toch op mij gereageerd.

Standaard

Bus

Misschien is het naar aanleiding van vele staaltjes welzijnsdenkerij dat iemand er ooit toe gebracht werd het verschil uiteen te zetten tussen een socioloog en een trolleybus. Een trolleybus, zei hij, stopt als hij de draad kwijt is. Bart Tromp

Van achter uit de bus kwam een passagier naar voren gehaast. Hij was spits met een kortgeschoren hoofd en droeg een hippe fanny bag over zijn schouders.

“Chauffeur,” waarschuwde hij, “kunt u de deuren openen? De mensen willen naar buiten.”

De chauffeur keek niet om.

“Ik sta voor een rood verkeerslicht,” zei hij, “en de halte is even verderop, zoals je kunt zien.” De passagier keek. Voorbij het kruispunt stonden er mensen te wachten.

Een andere man, die de hele rit al naast de chauffeur had gestaan, keek hoe de reiziger getroffen weer terugliep. Hij zinde op woorden, kon je zien, maar hij wachtte tot de man weer was gaan zitten en het beeld klaar was.

“Je maakt wat mee, hier,” stelde hij, na een zorgvuldige overweging te hebben gemaakt.

Het licht sprong op groen en de chauffeur trok op.

“Ik zou d’r een boek van kunnen schrijven,” zei hij.

Standaard

Vergeten

In de herfst krijgt de twijfel gelijk. De wereld vergaat een beetje, om het eens te proberen. Simon Carmiggelt

“De computer zegt dat ik nog een boek op mijn kaart heb, maar ik heb alles ingeleverd,” zei de lezer verontwaardigd. Zijn vrouw, naar ik veronderstelde, kwam er net aangelopen. Ze keek ongerust.

“Mijn excuses,” zei ze, “hij is…” Ze maakte de zin niet af.

“Dat is heel vervelend voor u,” zei ik tegen de man, “waar heeft u het boek teruggebracht?” De man wees naar mijn desk.

“Hier,” zei hij, “op uw bureau.”

Ik schudde mijn hoofd.

“Die computers zijn namelijk lang niet zo slim als we soms denken,” zei ik, “ik moet hem even helpen.”

Ik scande het boek.

“Kijkt u nu nog eens of hij op uw kaart staat,” stelde ik voor. De man controleerde.

“Potjandorie,” zei de man, “nu is hij weg. Hoe kan dat?”

“Computers vergeten ook wel eens wat,” zei ik.

De man schudde zijn hoofd. De vrouw glimlachte naar mij.

“Dankuwel,” zei ze.

Standaard

Rap

Het woord is maar de schaduw van de daad. Democritus van Abdera

Geschrokken – of zo leek het, tenminste – ruimden de beide jongens hun spullen op in hun rugzakken.

“Moeten jullie ergens heen?” vroeg ik. De vraag weerhield het inpakken niet.

“We moeten naar onze vriend,” zei de ene.

“Die moet optreden,” zei de ander.

“Hij is rapper,” verduidelijkte de ene weer.

“Rapper?” herhaalde ik, “Cool. Waar treedt hij op?”

De jongens wezen in een onbestemde richting.

“Ginds,” zei de ander. “Op het veld.”

“Als we op tijd zijn, zien we hem nog,” zei de ene tegen de ander, “maar dan moeten we wel wat meer opschieten.”

“Is hij een beetje goed?” vroeg ik. De jongens stopten met inpakken. Peilend keken ze elkaar aan. Samen zochten ze naar de woorden die verboden waren.

“Niet echt,” bekende de ander na een poosje.

“Hij is waardeloos,” knikte de ene. Hij keek op zijn horloge.

“Met een beetje geluk is hij al klaar,” hoopte de ander.

Standaard

Hen en weerum

Dialect is een taal die haar jas uit doet, in haar handen spuugt en naar haar werk gaat. Carl Sandburg

De vrouw met het rijwiel aan de hand sprak plat. De fietsenmaker sprak plat terug. Een emmer vol heimwee werd over me uitgestort.

Niet dat ik dialect praat – mij was Nederlands geleerd, want daar kom je verder mee – maar ik hoorde wel de taal van mijn jeugd, van mijn familie en vrienden van mijn ouders. Ik verstond het, ik begreep het nog beter.

Ik vertraagde mijn tred om nog meer woorden en klanken tot me te nemen – tot ik tot op het bot doorweekt zou zijn van nostalgie, alsof ik met mijn ogen dicht een stortbad van sentiment nam.

Maar veel meer werd er niet gezegd tussen de hersteller en zijn klant. Zoals er ook vroeger nooit veel woorden werden vuil gemaakt aan zaken waar een paar syllaben volstonden.

En ineens drong het tot me door, na jaren in een meer van taal, dat ik was opgegroeid in een oase.

Standaard