Ochtendzang

Tijd is slechts herinnering in aanbouw. Wladimir Nabokov

Nog voor ik bij de hoek kwam, hoorde ik de jongen zingen en toen ik hem omsloeg zag ik hem ook.

Hij bloosde en stopte – ik weet niet zeker in welke volgorde, maar ik gok in deze: eerst blozen, dan stoppen. Maar het kon natuurlijk ook omgekeerd zijn geweest.

Ik vond het eigenlijk wel leuk, dat er eens iemand zong – het was tenslotte vroeg in de ochtend. Had ik dat gezegd? Ik was op weg naar mijn werk, toen ik hem tegenkwam. Nou ja, zijn stem tenminste en daarna pas hem. Voordat hij bloosde en stopte, natuurlijk.

“Zing,” zei ik, “ga door en maak de wereld mooier met je klanken.” Hij glom en zong verder.

Of eigenlijk had ik dat willen zeggen, achteraf gezien, en dan had hij dat kunnen doen. Maar ik zei niks en liet de zang besterven in de ochtend.

Ik heb er nog steeds spijt van.

Standaard

Onbezorgd

Iets tegemoetzien is nog leuker dan erop terugkijken. Malcolm S. Forbes

Je kent dat wel – of misschien ken je dat ook niet, nu tegenwoordig vandaag bestelde pakjes de volgende dag al worden bezorgd – dat je weet dat iets onderweg is en je hoort dat het ook werkelijk komen gaat. Omdat je een kaartje kreeg ofzo. Dat gevoel, dat ken je vast wel.

Ik in elk geval wel.

Die verwachting dus, die kreeg ik ook toen er een berichtje kwam van mijn huisarts. Ik ken haar niet – ik weet net dat ze een vrouw is, maar ik heb haar, geloof ik tenminste, nog nooit gesproken. Maar ze stuurde wel een boodschap.

Dat ik me kon aanmelden voor Het Vaccin. Omdat ik zeker zeventig zou zijn.

Het was een foutje, schreef de huisarts de volgende dag, ze had per ongeluk het bericht naar alle patiënten gestuurd. Sorry daarvoor.

Het pakketje was weer voor de buren bedoeld. Dat gevoel ken je dan toch wel.

Standaard

Elleboog

Geen brug verkort de afstand tussen twee oevers. Hans Kudszus

Het voelde snood en wie weet was het dat ook wel: een verjaardag in deze tijd, met mensen, aan een picknicktafel, al was het in de buitenlucht.

In mijn visioenen had ik geweten dat de politie charges zou uitvoeren, gegroepeerd en voorzien van rookgranaten en waterspuiten, om ons uiteen te drijven en in te sluiten vanwege evident subversief en illegaal gedrag. Maar blijkbaar hadden ze betere dingen te doen, want we konden tot het einde ongestoord op het bankje blijven zitten, met bier en wijn en borrelnootjes. Ik herinnerde me dat de lokale voetbalclub moest spelen en begreep het.

“Wil je een knuffel of een elleboog?” vroeg de gastvrouw. Zij was een rekkelijke als het op dogma’s aankwam. Ik overwoog een moment om met haar mee te dolen, want scepsis was een begeerde bestemming.

Ik glimlachte.

“Een elleboog,” zei ik quasi-beslist, alsof ik niets anders overwoog. Ik kreeg precies dat.

Standaard

Stoep

Opruimen geeft rommel. Jan Huinck

Hij veegde de stoep voor zijn huis – dezelfde stoep waarover ik kwam aangewandeld.

Even dacht ik erover om langs de geparkeerde auto’s te gaan, zodat we voldoende ruimte hadden, maar de man nam zijn bezem al en stelde zich op aan de rand van het trottoir. Hij knikte me daarbij toe, zodat ik begreep dat ik niet hoefde uit te wijken.

Beleefd knikte ik terug.

Al was de ruimte die hij bood zeker geen anderhalve meter, bedacht ik me dat ik onwaarschijnlijk langer dan een kwartier in zijn nabijheid zou zijn – en bovendien nog in de buitenlucht, dus wat kon me werkelijk gebeuren.

Terwijl ik langs liep stootte ik – per ongeluk! – tegen het keurig bijeengeveegde hoopje zand en takjes. Geschrokken keek ik naar de man.

Hij sprak niet, maar zijn ogen spuwden de meest hartgrondige verwensing die ik in tijden gehoord had.

“Sorry,” mompelde ik gedwee, voordat ik kleinmoedig wegvluchtte.

Standaard

Protest

Vaderlandsliefde is een coöperatief egoïsme. F.J. Schmit

Het meisje stond achter een uitklaptafeltje met kopjes en strips en zelfs nog een oude VHS-band. De tafel was versierd met oranje en rood-wit-blauwe slingers en aan de rand was een foto geprikt van de koning en diens vrouw. Ernaast stond een man, die ik de vader van het meisje bedacht, met zijn armen gekruisd.

“Wat een mooi tafeltje,” zei ik, “ben je alvast aan het oefenen?”

De vader, die ik niet had aangesproken, antwoordde.

“Echt niet,” zei hij, “het is toevallig mooi weer en de kleine meid wilde een zakcentje verdienen, dus heb ik gezegd dat het vandaag Koningsdag is. De echte gaat toch niet door dit jaar.”

Hij slikte.

“Weer niet,” zei hij, “dat is waar dit land goed in is, alles afpakken wat nog de moeite waard is.”

Het idee wond hem behoorlijk op.

“Dit is een stil protest,” baste de man, “zo moet u dat zien.”

Standaard

Rekening

Foto: Rick Kewal Gademann
Want schizofreen wordt hij die immer droomt
en wezen mengen wil, morgen of later;
tot hij in ‘t leven staat als een in ‘t water
omgekeerd-weerspiegelde winterboom.
Marcel Coole

De verzekering had me een tekstbericht gestuurd, omdat een brief die aan mij was gericht, onbestelbaar retour was gekomen. Deze boodschap kreeg ik elk jaar weer.

De mensen van de klantenservice waren aardig – ik kan niet anders zeggen. In elk geval de jongen met de Portugese naam, die mij dit jaar hielp. Nou ja – probeerde.

“Mag ik uw rekeningnummer?” vroeg hij, nadat hij mijn naam en geboortedatum had gecontroleerd.

“Dat heb ik niet,” zei ik, “eerlijk gezegd heb ik geen idee om wat voor rekening het gaat.”

De Portugese jongen was even stil.

“Dat geeft niet,” zei hij, “het staat in de brief die we u gestuurd hebben.”

Nu moest ik even slikken.

“Die heb ik nooit gekregen,” zei ik. “Vanwege het verkeerde adres.”

“Hopelijk hebben we u naar tevredenheid geholpen,” onderbrak de automatische assistent.

Ik keek even naar mijn scherm.

Volgend jaar zou ik het nog maar eens proberen.

Standaard

Slapeloos

Foto: Rick Kewal Gademann
Niet in je slaap, maar in je slapeloosheid heb je het intiemste contact met de dood. Gerrit Komrij

Ik kon maar niet in slaap komen.

Het was niet dat ik niet moe was ofzo, of aan het malen was geraakt – dat gebeurt me weleens, dat malen, dan doe ik echt de hele nacht geen oog dicht – maar nu bleef ik gewoon redeloos wakker.

En ik hoorde alles. De treinen en het verkeer en heel de vette nacht.

Lief lag naast me en sliep wel. Hij sliep heel vast en rustig. Hij lag ook nog eens keurig op zijn eigen helft, zodat ik totaal geen last kon hebben van overhangende takken, om het zomaar eens te zeggen. Ik keek naar hem, behoedzaam, zodat het openen van mijn ogen mijn mogelijke sluimerstaat niet zou verstoren. Het was hemels hem hier te herkennen.

Hij maakte zoete geluidjes bovendien, moest ik verstaan, waardoor de komst van Morpheus of de morgen mij om het even werd.

Veel te snel ging toch de wekker.

Standaard

Theater

Niet iedereen zegt dezelfde tekst. Maar iedereen speelt hetzelfde stuk. Georges Perros

Ze praatten met elkaar, lezend vanaf een stapeltje A4’tjes, dat ze elk in de hand hielden. Daarbij liepen ze door de tuin, steeds heftiger gesticulerend. Ze hadden geproclameerde woorden, bedacht ik me, tevreden over de zelfbedachte beschrijving van het tafereel.

Mijn verbeelding vertelde me dat ze een stuk aan het instuderen waren, een toneelspel, vermoedde ik, en die gerepeteerde kunstvorm liet me dorsten naar meer – te lang al was mij theater onthouden. Dan maar twee dames met A4’tjes in een tuindecor.

De ene, die wat kleiner was dan de andere, ging zitten op een bankje. Hier werd de oefening onderbroken, zag ik aan het gezakte script.

“Wat doe je nou?” riep de langere. De kleinere draaide haar hoofd weg.

“Ik vind het gewoon niet leuk zoals jij doet,” protesteerde ze, “zo gemeen.”

“Het is de tekst,” wierp de langere tegen.

De kleinere blies.

“Toch ben je een eikel,” betuigde ze.

Standaard

Trap

Foto: Rick Kewal Gademann
Wie zegt dat ons leven geen tunnel is
tussen vage dimensies licht?
Pablo Neruda

Vanwege zijn postuur – of beter: het gebrek daaraan – noemden we hem Plank. Hij liep, met een arm onverklaarbaar gestoken in een lege kartonnen doos, met zijn vriendin door de Watertuin. Zij kreeg, vanwege de dartelheid waarmee ze de stenen trap met twee treden tegelijk beklom, de afschilderende aanduiding Vlinder.

“Kijk daar eens,” riep Vlinder, op het hoogtepunt, “stond dat bankje hier altijd al?”

Ze wees naar een verweerde zitplek enkele passen verderop. Plank antwoordde niet, maar gromde, terwijl hij de laatste opstap nam. Vlinder sloeg er geen acht op, maar huppelde verder naar de brug. Daar liet ze zich over de reling hangen.

“Ach,” riep ze verrukt, “wat is het toch mooi hier!” Plank was nog niet zover, of Vlinder fladderde alweer door. Hij keek vermoeid.

“Kom je?” jubelde Vlinder, “hier is het ook prachtig.” Plank verhief zijn arm in de doos.

“Ik kan toch niet zo snel,” verklaarde hij.

Standaard

Wappies

Foto: Rick Kewal Gademann
Horen we sommigen praten over hun ‘vrijheid’, dan worden we vaak herinnerd aan een vals stoelganggevoel. Julien Vandiest

Er stonden wappies in het park. Ze zeiden het zelf: het stond op hun gele paraplu’s gestift.

Als dat niet was gedaan, had ik het wel kunnen raden. Ik bedoel: een groepje van zo’n man of twintig die zich zonder afstand te houden of mondkapjes te dragen bij elkaar verzamelden – dat kon haast niet anders.

Het aantal aanhangers van een opvatting is niet evenredig met de feitelijkheid ervan, hield ik mezelf voor, terwijl ik niettemin ingenomen was over het geringe aantal betogers dat was komen opdagen.

Ik zag een bekende tussen hen.

Het mocht geen verrassing voor me zijn, want ik kende diens decalage. Toch voelde ik me opgelaten bij de herkenning. Wat als hij mij ook zag?

Ik passeerde de groep zonder om te kijken. In mijn ooghoek zag ik hem opblikken.

Zover is het nu dus al gekomen, kommerde ik, dat ik verloren raak wie ik nooit kende.

Standaard