Blindganger

Ooit vind ik een weg
Uit dit doolhof in mijn hoofd
En misschien zal ik zien
Wat ik nooit heb geloofd.
Stef Bos

Vroeger zou ik zijn doorgelopen met misschien nog een vriendelijk woord ofzo als teken dat ik haar wel degelijk had opgemerkt, maar vanwege de moderne omgangsvormen hield ik voor alle zekerheid halt toen ik een dame zag oversteken met een geleidehond en een witte stok met rode bandjes.

Meteen bleef de vrouw zelf ook stilstaan – midden op de weg.

Een naderende fietser week uit en reed achter haar langs.

“Ik rijd achter u langs, mevrouw,” meldde ze bij het voorbijgaan. Waarschijnlijk had ze ook de visuele belemmering van de voetganger opgemerkt.

Die draaide haar hoofd naar de wegrijdende fietser.

“Neemt u mij niet kwalijk,” reageerde ze, “maar ik bleef staan omdat ik iemand op het trottoir hoorde lopen.”

Ze had het over mij. Ik liep maar weer door. Nu merkte ik hoe mijn eigen hakken over de tegels klakten.

“Fijne dag,” wenste ik.

Maar ze hoorde me al niet meer.

Standaard

Teken

Bij de insekten wordt de rups tot vlinder, maar bij de mensen is het omgekeerd. Anton Tsjechov

Ik stelde vast dat we op dezelfde dag jarig waren, het jonge meisje en ik.

“Dan zijn we van hetzelfde sterrenbeeld,” jubelde ik. Het meisje zweeg. Ze probeerde vriendelijk te kijken, realiseerde ik me achteraf, maar was gewoon beleefd, terwijl ik geloofde dat ze net zo enthousiast was als ik.

“Ja,” zei ze. Ik voelde me aangemoedigd.

“Waren er maar meer, zoals wij, niet?” ging ik door, “net zo vriendelijk en intelligent en begaan met de wereld. Dat zou een hoop schelen. Wat zouden we beter af zijn zonder die anderen.”

Ik trok een gezicht alsof ik een grapje maakte, maar ergens was ik bloedserieus. Vooral wat die anderen betreft.

“Ik ben geadopteerd,” zei het meisje, “mijn werkelijke geboortedatum is onbekend. Ik kan dus net zo goed ook een andere zijn.”

Het was haar gelukt om in twee tellen mijn vleugels af te knippen.

“O,” zei ik terwijl ik neerstortte.

Standaard

Greifet zu, faßt das Heil

Beschaving is een voortdurende opeenstapeling van nutteloze noodzakelijkheden. Mark Twain

Er gaat een buitengemene, bijna vermolmde bedrijvigheid door cafés en restaurants die stilaan ontwaken uit hun onvrijwillige winterslaap. Er wordt geschilderd en schoongemaakt, verbouwd en opgefrist, alsof het de hoogste tijd was om alles terug nieuw te maken.

Nog maar enkele dagen voordat er weer buiten de deur gegeten en gedronken mag worden – en ik heb het gemist, om een aperte vanzelfsprekendheid te debiteren. Hoewel, nu de heropening dichterbij komt, merk ik dat mijn begeerte naar de langontbeerde bacchanalen zienderogen verschraalt.

Het zal niet meer worden als vroeger, ben ik bang. Mijn angst laat me ouwelijk voelen en kleinhartig, hoe vaak en stellig ik ook mezelf vertel dat ik dat niet ben.

Het helpt niet echt.

Vanzelf wordt het weer Pinksteren. Vanzelf stromen de terrassen weer vol. Vanzelf zal ik weer gevraagd worden aan te schuiven.

Ik zal huiveren. Dat weet ik.

Wat daarna komt is nog slechts een vermoeden.

Standaard

Vluchtgedrag

Ieder mens is de architect van zijn eigen lot. Appius Caecus

Schijnbaar zinloos rende de hond rond over het weiland – de neus naar voren en de achterpoten gestrekt, zowat vliegend, negerend dat er virussen zouden zijn of beperkingen en vergrendelingen. Onwetende gelukzaligheid kruipt onder de huid van de getuige – zeker wanneer ze het baasje is van het dier.

De vrouw riep het dan ook tot de orde.

“Zoë!” riep ze. Haar stem droeg ver en noodde tot herhaling. “Zoë!” riep ze nog een keer.

Het was niet duidelijk wat de hond moest stichten of staken, maar hoe het ook zij: hij hoorde haar niet – mogelijk omdat zijn oren in de wind speelden en de toegang voor bevelen was afgesloten. Dat zou ik althans hebben gedaan, als ik het genot al had kunnen vinden in het gras onder mijn voeten en de lucht door mijn hoofd.

Maar ik was misschien toch meer zoals het vrouwtje.

Zolang mijn stem maar minder schel klonk.

Standaard

On the rocks

Als er twee op één paard rijden, moet de een achterop zitten. William Shakespeare

Met het parkeren van de camper was zijn taak feitelijk gedaan. Hij schoof alleen de luifel nog uit en zette twee klapstoelen neer voordat hij er echt klaar mee was.

Zijn vrouw doemde op met een boek en een tablet. Ze pakte een stoel en trok die onder het afdak. Daarbinst ze ging zitten bewoog de man nogal onrustig door de leefruimte. Hij zag fragmenten van haar, die het boek op de schoot had gelegd als onderzetter voor het scherm.

Steeds verdween hij weer om af en toe terug langs te dwalen, tot hij eindelijk naar buitenkwam met een ingeschonken whiskyglas. De vrouw ontging het niet, ook al bleef hij voor de deuropening staan.

“Zo,” zei ze, zonder op te kijken, “jij begint vroeg vandaag.”

De man wachtte een moment voordat hij het glas in één teug opdronk. Dan ging hij weer naar binnen.

“Tijd voor de volgende,” mompelde hij.

Standaard

Konsum

Stilte voor de geboorte, stilte na de dood, het leven is louter geluid tussen twee ondoorgrondelijke stiltes. Isabel Allende

Zelf vond ik het eigenlijk best wel reuze-interessant werk wat ik nu moest doen. Ga maar na: ik mocht zo’n kek geel hesje aan en mensen vertellen dat ze hun handen moesten ontsmetten voordat ze, met een winkelmandje, het gebouw in konden.

Ik bedoel: het was niet direct mijn levensbestemming – dat wist ik ook wel. Maar het was hartstikke tof om alle mensen weer te zien en te merken hoe blij ze waren dat we terug opengingen.

Eigenlijk en best wel – dat geeft al genoeg nuances. En anders had het die bezoeker wel gedaan, die meteen na binnenkomst melden moest dat het hem aan het oude Oostblok deed denken.

“Daar stond ook vijftien man personeel in een supermarkt, zonder dat iemand een idee had wat ze werkelijk deden,” zei hij.

Ik deed alsof ik glimlachen moest.

“Alle gekheid op een stokje,” zei hij, effectief eliminerend, “maar worden jullie hiervoor betaald?”

Standaard

Wat was is geweest

De enige mensen zonder problemen liggen op het kerkhof. Robert Anthony

De dood heeft een ander gezicht gekregen. Of nee, dat zeg ik verkeerd: het einde is eenvormiger geworden. Althans in mijn beleving.

De eerste bekende die bezweek aan het virus veroorzaakte nog beroering als van een aangekondigde maar nog onervaren bezoeking. Hij was, helaas, niet de enige die in deze omstandigheden overleed. Al snel bleek de oorzaak van het overlijden er niet meer toe te doen. Het was de onvrijwillige afstand die in de rouw betracht moest worden die alles anders maakte: gelijkheid in verscheidenheid, zogezegd.

De dood is zowat onwerkelijk geworden, want te veraf. Veel verder nog dan anderhalve meter, haast een oneindigheid verwijderd van de realiteit; een bericht slechts op sociale media waar met een muisklik een hartje bij kan worden gezet. Namen die voorbij blijven komen tot je ze, met eenzelfde klik, uiteindelijk verwijdert – mocht je daartoe in staat zijn.

Ik hunker haast naar een heuse uitvaart.

Standaard

Communio

Vrijheid is het brood en de morgen en de opgaande zon. Stephen Vincent Benét

We dronken witte wijn en aten bitterballen op het strand.

Niet zo lang geleden was dit een mededeling die hooguit tot schouderophalen had geleid – vandaag vraagt hij om ootmoed en rekenschap.

Wat gisteren schier onschuldig was, bleek bijkans verworden tot een misdrijf, waar slechts met goede redenen omkleed strafvermindering voor kan worden verkregen, laat staan vrijspraak.

Het zijn, om een veelgehoorde verzuchting dezer dagen aan te halen: Rare tijden.

Het was een besef dat razendsnel het geweten had doordrenkt en tot een voorheen ongekend schuldgevoel leidde. Wat ons echter niet belette om de witte wijn te drinken en de bitterballen te eten. Met – dat kan niet ontkend worden – de latente ervaring dat we iets stouts deden.

Misschien moesten we die sensatie koesteren.

Morgen kon alles immers anders zijn, wisten we, zoals eerder alles anders was om nooit meer zo te worden.

We vierden, dat begrepen we nu, een uitgestelde eucharistie.

Standaard

Tuurvrouw

Geluk is de verleden tijd herlevend door de dromen in een onhoorbare branding van beelden. Lucebert

Haar van daar, die van de overkant dus, was aan het sporten voor het raam. Nou ja, ze had het rolgordijn – je weet wel, met die kantelen van onderen en een koperen roede erdoorheen – half omlaag gedaan en ze stond een beetje verscholen daarachter, maar het was toch goed te zien. Zeker voor mij, omdat ik wist waar ik moest kijken.

Men zou het voyeurisme kunnen noemen, maar ik denk er liever over als Gebruikmaken van de aangeboden kennis. Nou ja, zoiets dan.

Bovendien: sporten – dat is wel een heel groot woord voor het wat op-en-neer zwaaien van de armen gedurende een bepaalde tijd. Daarnaast stopte ze steeds om de televisie bij te regelen, geloof ik.

Toen ze klaar was hield ik er ook mee op. Misschien keek ze wel terug en zag ze een eenzame man bij haar naar binnen turen.

Wat moest ze wel niet van mij denken?

Standaard

Vrouwtje

De eerste plichtgevoelens
zie je in de kat die zich schoonmaakt.
Sonja Prins

Met twee witte handschoentjes was ze naar de wc gegaan – met eentje kwam ze ervan af. Bedremmeld meldde ze zich bij mij.

“Ik heb er eentje in de pot laten vallen,” bekende ze.

Ik bekeek haar. Het was een broos vrouwtje. Hoezeer ik me ook bewust was van het neerbuigende karakter van dit gebrekkige etiket, ik wist geen beter passende te bedenken voor haar verschijning. Ze was klein en mager en oogde breekbaar, ondanks de ongetwijfeld heilzame levenswijze die ze zichzelf had opgelegd, met oog voor de wereld en de natuur. Die elke dag met granen en vruchtensappen begon en eindigde en ramen opende voor hinderlijke insecten.

Een vrouwtje, dus, waarvan er voorwaar veel te weinig rondlopen.

“Dankuwel voor het melden,” probeerde ik haar bekommering mild te temmen. Vooreerst leek ze daar genoegen mee te nemen, als ze weifelend wegwandelde. Dan keerde ze terug.

“Ik ben verzekerd, hoor,” fluisterde ze.

Standaard