Overbrugging

Soms camoufleert de twijfel zich in durf en driestheid, maskeert de innerlijke zekerheid zich met pose en grootspraak. Jaak Fontier

“Toen mijn man aankondigde dat hij de triatlon wilde gaan doen, zei ik: Prima schat, maar begrijp wel dat ons sociale leven dan helemaal nul wordt. En je kunt niet van mij verwachten dat ik alle dagen thuisblijf omdat jij zo nodig vijfentwintig uur in de week moet trainen om ergens ver weg wat te kunnen gaan lopen en zwemmen om je jeugd te bewijzen.

“Ik heb toen onmiddellijk het bridgen weer opgepakt – ik had het in geen jaren meer gedaan, maar het was net of ik nooit gestopt was.

“Dus pak ik tegenwoordig onmiddellijk de tablet als ik wakker word. Dan lees ik er eerst het ochtendblad op en daarna ga ik meteen een potje driven. Na een half uurtje ben ik dan wel klaar.”

Ze pakte het blikje olijfolie voor haar op tafel en smeerde twee druppels op haar neusvleugels.

“Ik heb het zo koud, tegenwoordig,” rilde ze.

Standaard

Sambal bij

Als u geblaf hoort in het Chinees restaurant komt het niet uit de keuken, maar van een van de tafels waaraan uw landgenoten zitten. Jan-Willem Overeem

“Je moet tegenwoordig ook uitkijken met de Chinezen,” zei de blonde vrouw terwijl ze wachtte tot ze was bij het afhaalloket.

“Hoezo dat?” vroeg de jongen.

“Ze zijn gevoelig geworden,” verklaarde de vrouw, “je mag geen sambal-bij meer tegen ze zeggen.”

Het was haar beurt en ze deed haar bestelling. Bij de saté stak ze drie vinger omhoog.

“Drie porties,” zei ze en wees naar de vingers, “kijk: een-twee-drie. Drie.”

“Je moet zo uitkijken met wat je zegt, tegenwoordig,” draaide ze daarna naar de jongen, “voor je het weet is er weer iemand beledigd. Iedereen is zo gevoelig, vandaag de dag. Lastig hoor.”

“Dat maakt negenendertig vijftig,” zei het meisje van de kassa. De vrouw gaf twee briefjes van twintig.

“Hou maar,” zei ze toen het meisje vijftig cent wilde teruggeven, “dat is voor de sambal bij.”

Ze sloeg een hand voor haar mond.

“Zei ik het toch,” giechelde ze.

Standaard

Ontvangenis

Je moet niet over de muren willen klimmen, want achter de muren zijn andere muren, altijd blijft er een gevangenis. Je moet ontsnappen over de daken, naar de zon. Nooit zullen ze een muur zetten tussen de zon en de aarde. Bernard-Marie Koltès

Een paardenbloem had zijn vruchtpluis losgelaten; ik zag het naar omhoog zweven, terwijl de taptoe klonk en de stilte nabij was.

Links van het plein was een nieuw huis opgetrokken. De bewoners stonden er voor de geopende ramen, zodat ze niks van de herdenking hoefden te missen.

Aan de andere kant woonden ook mensen. Er waren tenminste woningen. Twee bewoners stonden er op een balkon. Verder zag ik niemand.

Het plein zelf stond vol met mensen.

“We komen op televisie,” fluisterde iemand achter me bij het zien van de camera’s.

Ik had de neiging om mijn telefoon te pakken om te zien hoe lang het nog zou duren – maar ik wist me te beheersen. Ik probeerde de tijd te tellen, maar ook daar had ik geen gevoel voor. Langzaam zag ik de zon achter het monument zakken.

Dan viel de verstomming in. Ik keek omhoog en zag het pluisje stijgen.

Standaard

Greasy spoon

Onze werkelijke behoeften liggen binnen een klein bestek. Winston Churchill

“Ik ken hem ergens van,” peinsde Dageraad toen ze langs Hamburgerjongen liep bij het scheiden van de markt. Ze dorst het hem niet te vragen, dus schoot ik haar te hulp.

“Ze kent jou ergens van,” verried ik haar.

“Nou!” bloosde Dageraad terwijl Hamburgerjongen zich omdraaide. Aan zijn postuur te zien deed hij vast meer dan gehaktschijven bakken alleen. Zijn tanden blonken bij het zien van Dageraad.

“Hey,” zei hij, “kennen wij elkaar?” Dageraad was ongemakkelijk.

“Ik weet het niet zeker,” draalde ze. “Misschien een keer van een date, ofzo?”

Ze sloot haar ogen. Er was misschien al teveel gezegd. Hamburgerjongen kruiste zijn armen en leunde tegen de wagen.

“Een date?” herhaalde hij alsof hij een tandenstoker in zijn kaken had.

“Ofzo,” rondde Dageraad blind af.

Hamburgerjongen bulderde.

“Meisje,” riep hij, “als jij een date met mij had gehad, was je dat echt niet vergeten.”

Daarmee opende Dageraad haar ogen.

Standaard

Krap

Een kunstwerk is nooit immoreel. De perversheid begint waar de kunst ophoudt. Raymond Poincaré

Ik geef toe, ik had de beste plek uitgekozen. Maar, hé, het was stil in de zaak en ik zag geen bezwaar om breeduit te gaan zitten. Bovendien was er nog plek zat.

De dames zagen het anders. Die ene tenminste, die als eerste van de trits haar hoofd om de deur stak en daarna in een rechte lijn op mij afkwam. Ik zette me al schrap.

“Kunt u misschien ergens anders gaan zitten?” vroeg ze, “Wij zijn met ons drieën.”

“Scheer je weg, feeks,” reageerde ik, “er zijn voldoende zitplaatsen in dit etablissement waar u met uw vriendinnen uitgebreid muntthee kunt drinken. Ik was hier het eerst en ben niet van zins uitsluitend voor uw gerief te vertrekken. Opzouten nu!”

Althans – dat hád ik kunnen zeggen. In plaats daarvan raapte ik mijn spullen met mijn vriendelijkste glimlach bij elkaar.

“Natuurlijk,” suikerde ik, als ik opstond, “met alle genoegen, dames.”

Standaard

Nachtblind

De meest gevraagde eigenschap van een vriend is een gewillig oor. Maya Angelou

Euforisch is misschien de beste beschrijving van mijn gevoel toen ik midden in de nacht wakker werd. Lief werd er door gewekt.

“Wat kijk je apart,” zei hij. Ik glimlachte door.

“Dat vertel ik je morgen wel,” zei ik.

Het zat namelijk zo: ik had gedroomd over de leegte van het universum en hoe we, door daar gebruik van te maken, zonder energieverlies konden reizen. Het was alleen een kwestie van knippen en plakken, wist ik nog.

Bovendien kon je veel ruimte besparen door met zijn allen op één plek te wonen. Door het vacuüm liep niemand elkaar in de weg.

Dat dus.

De volgende ochtend was Lief erg benieuwd naar de reden van mijn nachtelijke vervoering. Zo goed als ik kon, probeerde ik het aan hem uit te leggen – halverwege begreep ik mezelf niet meer.

“Soms moeten dingen een enigma blijven,” besloot Lief, terwijl hij in mijn handen kneep.

Standaard

Setpoint

In de kunst worden nieuwe vormen geschapen door de randvormen te canoniseren. Viktor Shklovsky

Toen hij me zei dat hij op tijd weg moest omdat hij morgen ging tennissen, keek ik verbaasd.

“Hoezo?” zei hij, “Je weet toch dat ik dat vroeger ook deed?

Misschien moet ik dit even uitleggen.

Hij woonde nu alweer jarenlang hier en we waren ooit eens aan de praat geraakt. Daarbij had hij verteld dat hij ooit, in een eerder leven, wereldberoemd was geweest, door zijn muziek.

“Ik had over de hele wereld huizen met zwembaden,” glinsterde hij. En tennisbanen dus. Dat had ik inderdaad nog moeten weten – maar wat geloof je nu helemaal van de verhalen van een dakloze die elke dag bij de uitgang van een supermarkt biertjes staat te drinken met zijn collega’s?

“Dat klopt,” haperde ik, “maar ik dacht…”

Ik wist niet wat ik dacht.

Gelukkig grijnsde hij. Hij sloeg me op de schouder.

“Zo zie je maar,” zei hij, “niets blijft voor altijd hetzelfde.”

Standaard

Terug

Ik heb geen andere reden een boek te schrijven dan mij op leugenachtige wijze van mijn geboorte en verleden los te maken, wat nooit lukt, maar in de leugen is een ondergrond van de waarheid, en de waarheid draagt de verborgen kiemcellen van de bevrijding, dat is een troost. Rudolf Geel

In het voorbijgaan keek ik onwillekeurig bij het restaurant naar binnen. Pas enkele stappen verder drong de herkenning in. Het was Broer, die daar zat, of anders iemand die sterk op hem geleek.

Sinds de begrafenis had ik hem niet meer gesproken – en eigenlijk toen ook al niet. Bloedverwantschap is een overdreven relatie: ik had het eerder al bij katten meegemaakt. Familie is geen keuze, het overkomt je. Het is een bevinding, meer niet.

Ik had er geen gedachte meer aan verspild, dat onze wegen elkaar voortaan niet meer zouden kruisen, maar nu was hij alsnog mijn wereld ingevallen en daarmee ook mijn hoofd. Of hij het nu wel was die daar zat of niet. Bijna wilde ik teruglopen om nog eens te kijken, maar hij was al binnen. Broer was terug.

Terwijl ik doorliep trok ik mijn kraag op en haalde diep adem.

Hij zou vanzelf wel weer weggaan.

Standaard

Vals

Zonder brood en wijn sterft Venus van de kou. Publius Terentius Afer

Ze stond voor me te wachten om twee flessen wijn en een port af te rekenen. Haar trainingsbroek viel me dadelijk op: hij moest ooit eens felblauw geweest zijn, maar was nu verschaald en groes. Het zitvlak was gaan hangen, gelijk heur ingekrulde haar, dat wel weer toe leek te zijn aan een nieuwe kleurspoeling. Haar toekomst leek al even achter haar te liggen.

Het kassameisje scande de boodschappen en noemde het bedrag. Terwijl de vrouw haar beursje uit de boodschappentas viste, keek ze haar aan.

“Zijn dat je echte wimpers?” vroeg ze. Het meisje leek te blozen.

“Nee hoor,” reageerde ze. “De mijne zijn wel lang, maar niet zo.” De vrouw glimlachte, tevreden naar het scheen, binst ze de flessen in haar tas deed. Dan gaf ze het kassameisje haar geld.

“Dat dacht ik al,” zei ze, wachtend op de pasmunt. “Wat zo mooi is kan nooit echt zijn.”

Standaard

Koppel

Liefde is een streep licht waarvan de lengte en de breedte bepaald worden door twee mensen die elkaar liefhebben. Riwka Bruining

Hij staarde de vrouw na, die voorbij was gelopen, met haar blik gericht op haar mobiel. Hij keek me even aan en glimlachte.

“Zie je die man daar, bij de etalage?” zei hij. Ik keek. Er stond even verderop inderdaad iemand, met de handen in zijn zakken, een winkel in te kijken. Ik mommelde bevestigend.

Hij hoort bij haar,” zei hij, wijzend met zijn sigaret. Ik keek van de man naar de vrouw – ze leken volledig ongebonden van elkaar.

“Let maar op.” beloofde hij.

De man maakte zich los van het venster en liep de straat in, de vrouw achterna. Kort daarna kwam hij naast haar en legde zijn arm op haar schouder. De vrouw reageerde niet, nog steeds gekluisterd aan het scherm in haar handen.

“Zo,” bewonderde ik, “hoe wist je dat?”

Hij trok aan zijn sigaret. Grinnikend blies hij uit.

“Jij bent niet de enige waarnemer,” zei hij.

Standaard