Qui vive

Het geluk is een tussenstation tussen te weinig en te veel. Channing Pollock

Achter me, op een bank, zat een man aan de telefoon. Ik wilde niet luisteren – oké, dat wilde ik wel en dat deed ik half, maar als ik het niet had gewild, had ik toch moeten horen, omdat hij zo hardop sprak. Dat was ook wel nodig, want de lijn was niet zo best. Dat zei hij tenminste toen het gesprek plotseling was afgebroken.

Op het stilvallen van het onderhoud keek ik hem aan. Hij staarde eerst even naar zijn toestel en merkte toen mijn aandacht.

“De huisarts van mijn moeder,” legde hij uit, “maar het was zo’n slechte verbinding dat ik hem nauwelijks kon verstaan en nu is hij zelfs weggevallen.”

Meteen ging het apparaat weer over. De huisarts van zijn moeder, dacht ik. De man hervatte het gesprek – het klonk vrij serieus. Er was iets loos, begreep ik.

Verdomme, dacht ik, waarom heb ik niet meteen goed opgelet?

Standaard

Buiten westen

Als God terugkeerde op aarde zou hij waarschijnlijk in een psychiatrische inrichting belanden. Erica Jong

Ik vroeg of alles in orde was, knikkend naar de man die tegen de muur in slaap was gevallen. De drie anderen lachten.

“No worries mate,” zei er eentje. Hij werd bijgevallen door de twee die met een dik Oost-Europees accent vertelden dat ze dertig uur achter elkaar hadden gewerkt en nu een biertje dronken. En de vierde was gewoon te moe om te blijven staan – niks om me zorgen over te maken – maar toch bedankt. En ze proostten met hun halveliterblikjes.

De sfeer veranderde toen de No-worries-mate werd ingerekend door de politie die later kwam. Er was versterking opgeroepen om de orde te handhaven.

Nu had ik het liefst willen zeggen dat de slaper ontwaakte en met een kwinkslag het ijs ontdooide. O ja, hij werd wakker. Maar meteen daarop trok hij zich langs de muur omhoog als iemand wiens droom ineens een nachtmerrie was geworden.

Ik zag het.

Standaard

Vieren

Onverschilligheid is de handschoen waarin het kwaad zijn hand steekt. Bodie Thoene

“We hebben het virus eens flink onder handen genomen en gezegd zich koest te houden.”

Ik geef toe: het was een wat juveniele reactie van mijn kant op de vraag van de – ik moet dat er even bijzeggen, om een idee te geven over de aard van de persoon die ik sprak – keurig geklede heer wat er eigenlijk met de veiligheidsmaatregelen was gebeurd.

Het zit namelijk zo: vanaf deze week zijn de meeste protocollen facultatief geworden en wat nog wel voorgeschreven is wordt ruimhartig gehandhaafd.

Het nieuwe normaal begint zo op een ongebonden samenleving te lijken. Niet tot ieders vreugde kreeg ik de indruk, als ik het gezicht van de man bekeek.

Hij draaide zich om en wilde doorlopen, maar bedacht zich.

“We spreken elkaar in oktober wel weer,” grimde hij voor zich van mij te verwijderen.

Ineens rilde ik. Wat als mijn welgemoedheid inderdaad te naïef of voorbarig was?

Standaard

E=T+V

Dit glas maakt trots of geeft ons pijn. Hiëronymus van Alphen

Ze vond het moeilijk haar schilderijen aan vreemden te verkopen, omdat ze ze dan kwijt was.

Een probleem dat een schrijver niet heeft – dat wist ik natuurlijk ook: die kan zijn werk aan alleman slijten zonder het ooit werkelijk bijster te raken. Ineens werd ik me van een anomalie bewust.

“Ik overtreed een natuurwet,” frazelde ik. Het was met een mengeling van verbijstering en trots dat het besef bij mij indaalde. Zij reageerde met een verbaasde blik.

“De wet van behoud van energie,” duidde ik, “als ik schrijf, of n’importe qui, komen er steeds weer woorden bij zonder dat er ergens anders wat vanaf gaan. Het worden er uiteindelijk alleen maar meer. En dat zou dus niet moeten kunnen.”

Ze keek me even aan en zei daarmee al voldoende.

“Afijn,” meende ze, “natuurlijk.”

Mijn kortstondige euforie raakte subiet gedempt. Ik kreeg het nijpende gevoel ergens een beredeneringsfout te hebben gemaakt.

Standaard

Kant en wal

Zodra de mens iets heeft aangeraakt of door technische middelen in staat is het aan te raken, verliest hij er zijn eerbied voor. Misschien is het daarom dat hij, bij wijze van contrast, de voorstelling nodig heeft van een onbereikbare God die zelfs zijn eigen moeder niet geschonden heeft. Paul de Wispelaere

Boeken heb je in allerlei soorten en zij had vooral mooi vormgegeven exemplaren bij zich: een heel stapeltje.

“Voor op de koffietafel,” grapte ik, maar het bleek de waarheid.

“Ze liggen daar prachtig,” beaamde ze en liet ze me één voor één zien. “Kijk.”

Ik zag Plato voorbijgaan en Kafka, Aristoteles en Kant, fraai gedrukt en gebonden en voorzien van glanzende omslagen. Ze las de vraag van mijn ogen.

“O nee, ik lees ze niet,” zei ze, “ik leg ze er alleen maar neer.”

Maar de banden waren meer dan louter kosmetisch. Ze sloot haar ogen en liet haar handen boven de verzameling wijsgeren drijven.

“Deze boeken hoeven er alleen maar te liggen,” zei ze, “en de inhoud komt dan vanzelf naar je toe.” Ze snoof haar longen vol. Daarna ontsloot ze haar gezicht en keek me aan. Ze straalde.

“Mooi hè,” zei ze, “daar word ik nou gelukkig van.”

Standaard

Krant

Zie, de grofste haatlijkheden
In een dagblad neergeschreven,
Noemt de lezer juist en geestig –
Mits die slechts hem zelf niet raken.
Jacob van Lennep

“Wat heb je gelezen?”

De jongen werd flink onzeker van de vraag die hem het vermoeden gaf het fout te hebben gedaan. Dus herhaalde hij aarzelend wat hij zojuist gezegd had.

“Geef hier,” zei de man, “ik kan me niet voorstellen dat zo’n krant zoiets schrijft.” Hij pakte het dagblad aan van de jongen. “Het is wel een kwaliteitskrant, hè,” zei hij. “Waar stond het?”

De jongen ging achter de man staan en wees het aan.

“Hier,” zei hij, “boven.” Zijn vingers gleden langs de dikgedrukte letters op de voorpagina.

De man las de kop van het artikel en barste in lachen uit.

“Daar staat Politiehonden,” hikte hij, “niet Politieke honden.

Hij vouwde de krant en gaf hem terug aan de jongen. Die keek vragend bij het aanpakken.

“Maar wat mij betreft ben je nu al met glans geslaagd voor je Inburgering,” gniffelde de man.

De jongen begon te glimmen.

Standaard

Ze

De waarheid blijft verborgen voor wie vervuld is van begeerte en haat. Boeddha

Hoewel hij op een propere afstand bleef, bezat hij een nabijheid die maakte dat hij aan mijn tafel leek te leunen.

“Ze hebben het leger op de demonstranten gestuurd,” zei hij, “wist je dat?”

Hij staarde met toegeknepen ogen in een onbepaalde verte. Ik werd nu niet geacht te reageren, maar moest met name luisteren, begreep ik.

“Dat moet vooral zo doorgaan,” ging hij verder op een toon die ik zowel bitter als vastberaden vond klinken, “dan zal het niet lang duren voordat ze gaan kennismaken met een burgerlijke opstand van tenminste tien jaar.”

Het dreigement was iets waar hij naar uit leek te kijken. Het was slechts een kwestie van afwachten voordat zijn visioen realiteit zou worden. Ze hadden het tenslotte over zich afgeroepen. De opstand van de horden was niets dan hun verdiende loon.

“Maar goed,” zei hij, als zijn ogen zich weer hadden geopend, “eerst even koffie.”

Standaard

Jeremia

Zekere mensen lezen als stofzuigers: uit alles halen ze vuil. Johan Daisne

De man wilde alleen zijn telefoon opladen.

“We hebben het ergste nog niet gehad,” zei hij, terwijl hij de stekker in het stopcontact stak. Ik verstond hem verkeerd.

“Gelukkig wel,” zei ik, “beetje bij beetje wordt het weer normaal.”

Hij stond op, legde het toestel op de vloer, en torende omhoog als een onheilsprofeet – het scheelde er nog maar aan dat hij zijn ene hand vermanend de hemel in had gestoten en in de andere gebeitelde tabletten meetorste, terwijl donderwolken zich achter zijn hoofd samentrokken.

“Dwaas!” riep hij, “Het onheil rolt andermaal over ons heen en we zien het niet, we zijn blind voor de tekenen en verkiezen epicuristisch genot boven democritisch realisme.”

Ik was er even stil van. De predicatie kwam me nogal rauw op het dak. Ik moest even tot mezelf keren.

“Nou ja,” zei ik dan, “democratie is ook niet alles.”

Ik had hem weer verkeerd verstaan.

Standaard

Respons

Sodemieter op met die computer. Ik ga gewoon naar de bibliotheek in Sofia en zoek het zelf op. Dat is veel leuker en onderweg zie ik nog wat. J. Bernlef

De vrouw was blij me te zien. Dat zei ze tenminste.

“Ik ben blij u te zien,” zei ze, terwijl ze haar handtas op de balie zette, “U stuurt me namelijk de hele tijd emails,” zei ze.

“Ik?” vroeg ik. De vrouw reageerde met een wijds gebaar.

“Nou ja, u,” zei ze, duidend op het grotere geheel. Ik begreep het.

“Goed, ik krijg dus die berichten en daar antwoord ik altijd keurig netjes op, want zo ben ik opgevoed: als iemand je een boodschap stuurt, reageer je daar op.”

“Niks mis mee,” vond ik.

“Niet dan?” onderschreef ze, “Maar ik krijg nooit respons en dat vind ik niet netjes, eerlijk gezegd. Dus daarom ben ik erg blij u nu hier te zien.”

De vrouw schoof haar tas en zichzelf naar voren.

“Dus nu wil ik graag meneer Noreply persoonlijk spreken,” verlangde ze vastberaden, “of mevrouw – dat stond er niet bij.”

Standaard

Crackers

Kunst is de kristallisatie van het wel en wee wat er in de mensen omgaat. Hugo Claus

Ze had het misschien beter dan goed voor haar was, de vrouw in de apotheek.

“Ik drink veel liever dan ik eet,” zei ze sans gêne, “mijn man is bijna nooit thuis en hij denkt dat ik wel voor mijn eigen eten zorg, maar zelfs een pizza bestellen is vaak al teveel voor me. Ik schenk veel liever een glaasje in en Netflix tot hij er is, wat eerder niet dan wel gebeurt omdat hij steeds meer tot laat door moet werken en dan in een hotelletje blijft overnachten en voor ik het dan weet gaat er weer een tweede fles open.”

De apothekersassistente keek bedenkelijk.

“U moet wel blijven eten, mevrouw,” zei ze. Ze probeerde mee te denken. “Misschien kunt u eens wat crackertjes proberen.”

De vrouw veerde op. Het voorstel sprak haar aan.

“Geen slecht idee,” klonk ze, “een droge cracker gaat prima samen met een glaasje Chablis.”

Standaard