GevangenLeestijd 1 min

De pessimist klaagt over de wind; de optimist denkt dat hij wel zal draaien; de realist stelt de zeilen bij. William Arthur Ward

“Mag ik even klagen?” vroeg hij. Zonder een antwoord af te wachten ging hij zitten.

“Ik ben ontzettend woedend,” zei hij, “eigenlijk al jaren, maar dat wordt alleen maar meer. Kijk,” zei hij, met een draaibeweging van zijn hand, “het kwam een keer tot me dat ik geboren ben met een geweldig brein, een geest, als je wilt, die onbegrensd is, met ideeën en krachten die je niet voor mogelijk houdt. Maar dan wordt het gevangen in dat lichaam…”

Met dezelfde hand maakte hij nu een wegwerpgebaar.

“Ik ben bijna zeventig,” verklaarde hij, “en dat lijf van mij wil steeds minder. Het beklemt en beperkt alles wat ik zou willen doen. Dat is zo onrechtvaardig – en het wordt alleen maar erger. Ik word tegenwoordig al moe als ik plannen maak.”

Hij stond op.

“Dat wou ik alleen maar kwijt,” zei hij. “Doe ermee wat je wilt – ik kan weer door.”

Standaard