SpoorLeestijd 1 min

Niets laat meer sporen na dan een trein. Louis Baret

In de nacht was het licht aangegaan om de mannen – het zijn immers meest mannen – aan het spoor te laten werken. In de ochtend erop wandelde ik langs de afzetting, waar er twee – één met een kijker, de ander met een fotocamera – naar de rails stonden te turen. Ze zagen iets wat ik niet zag of kon zien: ik noteerde alleen een trein en dat kwam me niet zo vreemd voor op die plek.

“Ik moet gaan,” verschrok degene met de camera toen hij op zijn horloge keek, “ik sta dubbel.”

De ander keek nog even door zijn lenzen.

“Tja,” zei die dan, “het is niet anders.”

De cameraman zwaaide half en liep al weg.

“Wacht,” riep de kijkerman. De cameraman draaide zich om.

“Laat je foto’s zien als er iemand bij de parkeerplaats staat,” wees de eerste naar diens toestel, “dan begrijpen ze het wel.”

“Vast,” zei de cameraman.

Standaard