TrapLeestijd 1 min

Foto: Rick Kewal Gademann
Wie zegt dat ons leven geen tunnel is
tussen vage dimensies licht?
Pablo Neruda

Vanwege zijn postuur – of beter: het gebrek daaraan – noemden we hem Plank. Hij liep, met een arm onverklaarbaar gestoken in een lege kartonnen doos, met zijn vriendin door de Watertuin. Zij kreeg, vanwege de dartelheid waarmee ze de stenen trap met twee treden tegelijk beklom, de afschilderende aanduiding Vlinder.

“Kijk daar eens,” riep Vlinder, op het hoogtepunt, “stond dat bankje hier altijd al?”

Ze wees naar een verweerde zitplek enkele passen verderop. Plank antwoordde niet, maar gromde, terwijl hij de laatste opstap nam. Vlinder sloeg er geen acht op, maar huppelde verder naar de brug. Daar liet ze zich over de reling hangen.

“Ach,” riep ze verrukt, “wat is het toch mooi hier!” Plank was nog niet zover, of Vlinder fladderde alweer door. Hij keek vermoeid.

“Kom je?” jubelde Vlinder, “hier is het ook prachtig.” Plank verhief zijn arm in de doos.

“Ik kan toch niet zo snel,” verklaarde hij.

Standaard