Van gelukLeestijd 1 min

De hond is het symbool van trouw. Maar we houden hem wel aan de lijn. Imre Sövény

“We mogen maar van geluk spreken, meneer,” zei de man. Ik herkende hem niet meteen, want naast het inmiddels obligate mondkapje, droeg hij ook een muts over zijn kenmerkende kale hoofd.

Ik was het met hem eens, maar toch benieuwd naar zijn beweegredenen.

“O ja?” vroeg ik daarom, “Hoezo dan?”

Hij keek me kwansuis gebelgd aan.

“Meent u dat nu werkelijk?” weerklonk hij, “maar meneer, u en ik, we hebben beiden werk. Nou, ik kan u vertellen dat het een heel ander verhaal was toen de dagbesteding gesloten was. Ik heb drie maanden thuis gezeten, zonder een mens te zien. U mag gerust weten dat de muren op me afkwamen, zoals ze zeggen.”

Zijn toon was te verheven om niet enigszins vermakelijk te zijn.

“Maar afijn,” ging hij onverstoord verder, “had ik een hond bezeten, dan had ik nu tenminste vrienden gehad.”

Ik kon mijn vertrieste glimlach niet langer onderdrukken.

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.