VerdordLeestijd 1 min

Niet voordat het vlees van de mens begint te verdorren kan hij de geheimen van zijn ziel beginnen te kennen. Hugo Claus

Tijdens het lopen trapte de man door de hoopjes dorre bladeren op de stoep. Zij, aan zijn arm, keek hem aan.

“Wat doe je nou toch?” vroeg ze. Hij trapte door zonder op te kijken.

“Wat bedoel je?” vroeg hij onderwijl. Ze wees naar zijn voeten.

“Je schoenen,” zei ze, “ze komen helemaal onder te zitten.”

Hij glimlachte.

“Dit is het mooiste van de herfst,” zei hij, “door de bladeren trappen. Heb jij dat soms nooit gedaan?”

Ze zweeg alsof hij een onoorbaar voorstel had gedaan.

“Echt niet?” zei hij, “Doe het dan eens.”

Ze keek hem verrast aan.

“Voor mij,” pleitte hij.

Ze keek om zich heen voor ze met haar schoen wat blad wegtrapte.

“Toe maar,” zei hij.

Ze trok haar lippen samen als een ondeugend meisje en trapte nog eens – nu wat harder.

“Ik lijk wel niet goed wijs,” giechelde ze.

Hij zoende haar.

“Heerlijk,” zei hij.

Standaard