VerjaardLeestijd 1 min

Foto: Rick Kewal Gademann
Bloemen op een graf zijn vaak aflaten voor de levenden. Julien de Valckenaere

Ze zou vierennegentig zijn geworden, maar haar huis en dat van mijn kindheid stond nu al tweeënhalf jaar leeg.

Onbedoeld had ik de omweg genomen om er te gaan kijken. Ik was er wel eerder langsgereden, maar dat was met de trein geweest, in een vaart die werkelijk terugblikken onmogelijk maakte.

Nu, vertraagd en tot stilstand gekomen, zag ik de terugname door de natuur als een zachte zege – meer nog dan een troosteloze teloorgang. Waar eens een grasveld gemillimeterd gemaaid lag, was in achttien maanden tijd de aanzet tot een heuse boom gegroeid. Blauwe druifjes groeiden er ongeregeld. Het oude vogelhuisje stond er nog, maar was  door tuchteloze coniferen toegedekt.

Ik zou me gedempt moeten voelen, realiseerde ik me, of tenminste weemoedig, maar ik beleefde niets van dat. In plaats daarvan ervoer ik de ijdelheid van het bestaan.

Wat zijn we nietig, bedacht ik, en wat is alles waarlijk groots.

Standaard