VriendenLeestijd 1 min

Je moet aanvaarden dat je soms de duif bent, en soms het standbeeld. Claude Chabrol

“Daar zijn de mannen van de mooie woorden en foto’s,” hoorde ik.

Ik keek op en zag de serveerster met mondmasker en een dienblad aan onze tafel staan. Ze had het kennelijk tegen Lief en mij.

“Ik volg jullie op de voet,” zei ze, “ik kijk elke dag weer uit naar wat jullie nu weer plaatsen.”

Omdat ik tussen haar en Lief zat en omhoog moest kijken, kon ik niet even snel bij hem te rade gaan. Dus glimlachte ik maar, zoals je doet wanneer iemand je openhartig op straat begroet, zonder hem te kennen of tenminste te herkennen.

“Wat leuk,” zei ik als garnituur. Nu was het hoog tijd voor een openbaring, vond ik.

“Willen jullie wat drinken?” vroeg ze, tot mijn opluchting teruggekeerd in haar rol. We bestelden. Toen ze wegliep zocht ik bij Lief.

“Jullie zijn vrienden op Facebook,” hielp hij.

“Echt?” vroeg ik, “gunst, wat leuk.”

Standaard