VrijstellingLeestijd 1 min

Het leven is verdeeld in het verschrikkelijke en het miserabele. Woody Allen

Ze was de bus ingelopen zonder mondkapje. De chauffeur had haar laten doorgaan, maar de man die een paar bankjes voor mij zat maakte een opmerking. De vrouw wapperde met een kaartje dat ze, gestoken in een plastic zakje, om haar nek had gehangen.

“Bemoei je met je eigen zaken,” zei ze ontstemd, “ik heb een vrijstelling.”

Ze nam plaats aan de andere kant van het gangpad, nog steeds verbolgen. Ze prevelde onverstaanbare, maar duidelijk verontwaardigde woorden. De man die haar had aangesproken, draaide zich naar haar.

“Mijn excuses,” zei hij, “ik was te snel in mijn oordeel. Hopelijk vergeeft u mij.”

De vrouw reageerde niet echt – dat wil zeggen: ze mopperde nog wel wat verder, tot ze uiteindelijk tot stilstand kwam, als een ouderwetse tweetaktmotor, die nog even doorpruttelde als de benzinetoevoer al was afgesloten.

Bij de volgende halte ging ze eruit.

“Ik heb een vrijstelling,” zei ze nog.

Standaard