WijszeerLeestijd 1 min

Foto: Rick Kewal Gademann
De mens is een kleine ziel die een lichaam ronddraagt. Epictetus

Omdat we er toch waren noteerde ik de verwoekering van mijn ouderlijk huis. En kort daarop zag ik de voltooide sloop van mijn vroegere werk. We eindigden – omdat we er toch waren – op het kerkhof waar ik, bij het graf, over de teloorgang van het verleden nadacht.

Omdat stenen niks terugzeggen, gingen we op de rand van het veldje zitten, blijkbaar tot afkeuring van een tweetal dat ons op de fiets voorbijreed.

“Moeder heeft ons nooit samen gewild,’ mijmerde ik, “zelfs op haar sterfbed kon dat niet rusten. En kijk nu eens.”

Ik pakte zijn hand en we lieten ons achterover glijden op het gras.

“Wij zijn er nog,” zei ik.

De fietsers keerden weer terug. Ik zag ze niet maar kon me hun gezichten voorstellen.

“Verwerping zal er altijd zijn,” zei Lief, “dat is nu eenmaal zo.”

Zo lagen we dus, op het kerkhof, en Epictetus was mijn man.

Standaard