In het Kwadraat

Nalatenschap van de stilte veroorzaakt het ernst.

Nalatenschap van de stilte veroorzaakt het ernst.

Al wat hij hoorde waren voetstappen vanuit de hal. Het leek alsof het volume harder werd gezet en de geluiden van harder tot zacht op hem afkwamen. Menno waste z’n handen intussen en keek naar zichzelf in de spiegel. Hij schrok van de reflectie die werkelijk waar weergalmde tot een duistere rook. Z’n weerspiegeling verdween. Spontaan trok het weg. Hij deed de kraan uit om te kijken of hij zich niet vergiste. Het bleek een formidabel feit te zijn. Koppen moesten gaan rollen als de zon onder zou gaan. Zo leek het. Een signaal van het opperste Himalaya.

“Ik word gek, dit ga je me niet menen.” schreeuwde Menno. “Zij heeft niets gedaan, of toch wel?” “Mens je maakt me gek!” “Dit is mijn doen en niet die van haar.” “Een beetje met de eer gaan lopen strijken.” “Wie denk je wel niet dat je bent?” “Vertel op dan! “

Menno begon door de drukte om hem heen kopstoten te geven aan de spiegel. Het werd zwaar in zijn hoofd van alle vraagstukken die hij naar zich toegeslingerd kreeg. Hij wist wie het was, maar zijn diepere innerste lieten het niet toe. Hij stopte met het geweld, en realiseerde zich dat het geen zin had. Het was een doodzonde om z’n schedel te verbrijzelen. Langs de barstlijnen van de spiegel begon het bloed zich te verspreiden.

Het rood vervormde zich en tekende een woordspel van Menno’s infusie. Verloren van je eigen ziel, stond er gegraveerd. Zijn mimiek begon te transformeren door de uitkomst. Menno werd woest en niets om hem heen mocht ademen. Zijn formele houding viel van de schouders af alsof hij zich eindelijk  kon spreiden. Een vleugel die ooit afbrak was hersteld als in herboren. Hij trok de spiegel van de muur af en smeet het tegen de deur. Spetters van bloed in glassplinters lagen in een fractie van een seconde door de gehele ruimte.

De uitbarsting veroorzaakte een stilte, waardoor alleen hij nog de klok hoorde tikken. Zijn voorhoofd begaf zich in een kritieke fase van bloed-druppels, die zich vormden tot zweet. Op dat moment wist hij wat hem te doen stond.

“Vond het heerlijk om mijn lusten te verwekken in het drietal.” “Dit is mijn doen en alleen dat van mij.”

Hij schreeuwde, knielde zich en stompte met zijn handen tegen de betonnen vloer. Zijn vuisten droegen de adel van staal om zich heen en een schild van berouw schreeuwde uit lijden.  Er werd geklopt op de deur, steeds harder en harder en harder. Menno’s ogen glunderden van doorlatendheid, hij wist waarvoor ze kwamen.

“Eindelijk het staal om m’n armen heen.” Hij lachte venijnig terwijl hij surveilleerde. “De realiteit is geschied.”

Standaard

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.