Uitgepakt

Het geschenk geluk behoort toe aan degenen die het uitpakken. Andrea Dunbar

“Ik heb eens zitten rekenen,” zei ik, “en ik ben tot op heden al twaalf keer verhuisd. Twaalf keer.”

Lief keek me aan. Hij wist dat ik nog niet klaar was.

“En al die keren,” ging ik verder, zonder hierop acht te slaan, “zag ik torenhoog op tegen de verhuizing. Net als met de dood,” kwam erachteraan, “daar ben ik niet bang voor – maar wel voor de Grote Verhuizing.”

“Maar dat terzijde,” vulde Lief aan.

“Wat? O ja. Dat terzijde. Inderdaad. Wat ik dus allemaal hiermee wilde zeggen,” zei ik, “is dat ik met terugwerkende kracht eigenlijk helemaal geen herinneringen meer aan de verhuizingen heb – en al helemaal niet aan de verschrikkingen ervan.”

“Wat wil je nu eigenlijk zeggen?” vroeg Lief.

“Kunnen we alsjeblieft hier blijven wonen?” bracht ik uit. Lief nam me vast.

“Ik was niet van plan ergens anders heen te gaan,” zei hij, “zeker niet zonder jou.”

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.