Klokkenspel

Kome wat kome mag, maar kome de punt op tijd. Gerrit Komrij

Ze vond het maar niks, die jonge vrouw die pizza aan het eten was op het terras aan de voet van de kerk, toen de beiaardier aan zijn carrillonconcert was begonnen. Trouwens, zij niet alleen: de jongen tegenover haar maakte ook een geërgerde indruk, door achterover te gaan zitten en zijn bord van zich af te schuiven.

“Wacht maar,” zei de jonge vrouw, waarbij ze haar stoel achteruit stiet en naar het bedienend personeel binnen stiefelde. Daar gesticuleerde ze flink, maar de jonge serveerder hief machteloos zijn handen omhoog. Vergramd kwam de vrouw weer terug naar buiten.

Toornig ging ze weer zitten en toornig sneed ze een stuk van haar maal dat ze toornig in haar mond stopte.

“En?” gebaarde de jongen.

“Ach,” deed de jonge vrouw, “het personeel is hier zo fokking waardeloos.”

Ze nam een diepe teug.

“Ze weigeren gewoon om dat klokkenspel uit te zetten,” ziedde ze.

Standaard

Balletjes

De taak van de kunst is chaos in de orde te brengen. Theodor W. Adorno

“We zouden zijn balletjes wel willen meenemen,” zei één van de twee jongens die met hun beagle bij de dierenarts waren. Het duurde even voor de assistente begreep wat hij zei, waarna ze in de lach schoot.

“Leuk voor in de letterbak,” meende de tweede. Hij keek alsof hij het meende. Het leek de medewerker te ontgaan, ze besloot in elk geval haar eigen humor te lozen. Ze wees naar haar oren.

“Of je maakt er hangers van,” joelde ze. Ze sloeg een hand voor haar mond. “Sorry.”

De jongens keken elkaar aan.

“Een leuk sieraad,” knikten ze, “nice.”

Daar kwam de veterinair uit de behandelkamer. Ze gaf de jongens een plastic bakje.

“Alsjeblieft,” zei ze, “veel plezier ermee.”

“Dankjewel,” zeiden de jongens, “tot ziens!” Ze gingen met de hond mee naar buiten.

De lach van de assistente bevroor. Langzaam hief ze haar pols.

“Tot ziens,” haperde ze.

Standaard

Gang

Het menselijk hart is een kerkhof van begraven verwachtingen. Peter Sirius

Er stonden twee mannen in het gangpad met elkaar te praten en ik moest passeren.

“Pardon,” zei ik, “mag ik voorbij?”

Mijn verzoek was meer dan alleen een onderbreking van hun gesprek, zag ik. Met merkbare tegenzin schoof de ene een stap aan de kant. Ik moest hiermee genoegen nemen, was de boodschap.

“Kunt u misschien iets verder opzij gaan?” waagde ik desalniettemin. Nu was een meewarig lachje mijn antwoord.

“Tjongejonge,” kwam daarop, terwijl hij ostentatief een grote stap achteruit zette. “Is dit ver genoeg voor je?”

Ik zei niks, maar nam de geboden ruimte aan met stille gram. Na het langsgaan hoorde ik de twee gniezen.

“Horken zijn het en het wordt steeds erger!” fulmineerde ik later. “Wat mij betreft verplichten ze die mondkapjes meteen, met fikse boetes voor elke overtreding. Misschien dat dat ze zal leren.”

Mijn collega hoorde mijn uitval aan.

“Minder koffie voortaan?” opperde hij voorzichtig.

Standaard

Cactus

Het zijn niet de rotsblokken die de mens doen struikelen. Fernand Lambrecht

“Ze denken zeker dat we aan Paris-Plages zijn,” hoonde ik, aan een tafeltje op het opgespoten zand aan de oever van de rivier. Ik had een blond biertje besteld.

“Kijk al die zogenaamd hippe mensen aan hun cocktails met die vermaledijde zonnebril in het haar,” snoof ik, “en maar loungen en erbij proberen te horen.”

Laatdunkend volgde ik de gebruikelijke verdachten in hun hedonistische jacht naar efemeer genoegen. Ik kon en wilde mijn dedain niet verhullen.

De zon overgoot intussen het nihilisme met haar warme stralen. Het geluidsspoor werd daarbij gevuld door de draaimeester vanuit een opgehesen laadbak. Het combineerde wonderwel, wat mijn stemming niet bepaald verbeterde.

“Geef nou maar gewoon toe dat het je bevalt,” zei Lief.

“Ik geef niks toe,” reageerde ik halsstarrig. Ik leegde mijn glas.

“Vooruit, nog eentje dan,” schikte ik in.

Ik wierp een blik op de kaart.

“Zie je wel,” smaadde ik, “geeneens bitterballen.”

Standaard

Iemand

Het licht is verantwoordelijk voor de schaduw die zij veroorzaakt. Tomi Ungerer

Er zijn van die dagen waarover vanaf de aanloop al een sluier hangt. Een onbenoembare zwarte voile van loden maliën die me schijnbaar zonder enige oorzaak of reden is opgelegd of, meer waarschijnlijk, door mezelf is omgedaan.

Dit was voorzeker zo’n dag.

“Je bent gespannen,” zag Lief.

Ik reageerde niet – natuurlijk niet, want het laatste wat ik wil op zulke dagen is dat mijn bui bemerkt wordt. Dus veinsde ik hem niet gehoord te hebben, maar daarmee nam hij geen genoegen.

Lief kwam achter me te staan en zette zijn vingers op mijn schouders. Hij masseerde het vlees tot in de nek. Ik boog mijn hoofd. Mijn handen begonnen te tintelen.

“Dankjewel,” fluisterde ik, nadat hij mij had losgelaten. Schoor bekende ik dat alles nog steeds omfloerst zag. Lief nam me in zijn armen.

De dag werd er niet lichter van, maar ik wist dat het weer goed zou komen.

Standaard

Versplinterd

Fictie verlicht de waarheden die door de werkelijkheid werden verduisterd. Jessamyn West

Het ging over multiversa en meerdere dimensies. Het had dus al heel snel kunnen gaan over kosmische dankbaarheid en blootsvoets dansen onder de volle maan – maar zo ging het niet. We bleven met die voeten op de grond.

“Wat heel esoterisch kan klinken, kan ook via kwantumfysica worden verklaard,” stelde ik vast, “en dat scheelt een hoop jeuk bij mij.”

Ze lachte – ze had hetzelfde, of zo leek het althans. Er ontstonden gedachten, niet in het laatst bij mij.

“Zal ik voorlezen?” waalde ik, “Ik bedoel, ik heb een verhaal gescheven hierover, over multiversa en verschillende dimensies – vind je het leuk als ik daaruit voorlees?”

Dat vond ze.

Dus vertelde ik even later van een versplinterde God en over een droom met meerdere persoonlijkheden. Afijn, je zou het zelf moeten lezen.

Allejekes goed geschreven, dacht ik nog, en raakte benieuwd wat men er in een andere realiteit van zou vinden.

Standaard

Verward

Wij leven met onze fouten als met de geuren die wij met ons meedragen: we ruiken ze zelf niet, ze hinderen alleen anderen. Marquise de Lambert

“Misschien is dit wel leuk voor uw dochter?” vroeg ze kauwgom-kauwend, terwijl ze een folder aan het kind aanbood.

“Dat is mijn zoon,” antwoordde de vader. De hand werd schielijk ingetrokken.

“O,” zei ze. Ze leek even van haar stuk gebracht – heel even, dan verwrong ze haar lippen in een glimlach.

“Maar ze heeft ook van die lange haren,” zei ze.

“Hij,” verbeterde de vader, “en hij is toch een jongen.”

“Ja, nou zie ik het,” zei ze, “maar als je vlug kijkt, zou je zweren dat het een meisje is.”

“Een jongen,” drong de vader aan, “hij is echt een jongen. Een jongen met lang haar, maar een jongen. Geloof me. Ik weet het.”

Ze knikte.

“Ja, ik hoor u wel,” zei ze. Ze maalde haar kaken tot een oplossing. Dan strekte ze haar arm weer met de folder erin.

“Ook leuk voor jongens,” zei ze met die glimlach.

Standaard

Sinister

Het leven is een doodlopende straat met éénrichtingsverkeer. O.A. Battista

Hij rilde nog van afschuw, de jongen die uiteindelijk toch was terechtgekomen.

“Ik volgde de pijlen,” vertelde hij, “want die staan er niet voor niks. En zo kwam ik binnen, door de deur die alvast geopend was.”

Hij ademde in en slikte – nu ging het komen.

“Maar toen ik wegwilde, leidde de richting naar een dichte deur, die ik met geen macht kon ontsluiten.” Zijn wenkbrauwen puntten omhoog.

“Uiteindelijk ben ik maar teruggekeerd naar de toegangsdeur en heb daar om hulp geroepen.” Hij deed het voor: “Help! Help!”

Nu sperde hij zijn ogen.

“Maar niemand die me hoorde en niemand die er kwam. Ik was daar moederziel alleen. Ik heb me nog nooit zo vreselijk bang gevoeld.”

Het was ongelogen, zag ik, afgaande op zijn rode kleur en tekenen van hoge bloeddruk.

“Maar wat vindt u,” vroeg hij na een tijdje, “zijn al die maatregelen eigenijk allemaal wel echt nodig?”

Standaard

Hetacombe

Het leven is een opeenvolging van komen en gaan en voor alles wat we meenemen is er iets dat we achterlaten. Herman Raucher

“Het was niet de eerste keer dat zijn verstand kleiner was dan de werkelijkheid.”

Ik spitste mijn oren toen ik het de vrouw over de man hoorde zeggen. Op de één of andere manier wist ik het belangrijkste deel van het gesprek terug te spoelen.

Het was in de bouwmarkt, waar de man aan de verkoopmedewerker uitlegde hoe hij een gaatje in de muur had geboord, waarna het licht in de woning was uitgegaan omdat hij een elektriciteitsleiding had geraakt. Met de handen over elkaar had de vrouw hem zijn verhaal laten doen.

“Hoe kon ik ook weten dat daar een kabel loopt?” was zijn verontschuldiging. Het klonk zwak, al begreep ik hem volledig, bekend als ik ben met de angst dat me overkomt wat hem was gebeurd.

Dat de bouwmarktmedewerker in de lach schoot na de hetacombe van de vrouw, maakte de man alleen maar fragieler.

“Sorry,” boog hij.

Standaard

Evident

Je hebt een vreselijk aantal giftige paddenstoelen nodig om je te doen inzien, dat het leven niet uit één lange champignon bestaat. Katherine Mansfield

De aarzeling om er wat van te vinden was evident. Uiteindelijk dorst hij dan toch te reageren op de almaar aanwassende aanspraak op meer vrijheid.

“Heel eerlijk gezegd hunker ik zowat naar die tijd,” zei hij. “Hoor mij,” smuilde hij, “Die tijd – alsof het zo lang geleden is.

Hij verdronk zijn glimlach in recente herinneringen.

“De straten waren leeg,” haalde hij dan op, “en de mensen die er gingen, liepen met grote bogen om elkaar heen. Er was respect voor elkaar en elkaars gezondheid. We wisten met ons allen waarvoor we ons inhielden en voelden dat geenszins als vrijheidsbeperking.” Hij schudde resoluut zijn hoofd. “Geenszins,” beklemtoonde hij.

Daarop staarde hij me indringend aan.

“Vrij is hij die zich weet te beteugelen voor het welzijn van de ander,” citeerde hij zichzelf. Een aantal tellen zag ik zijn vuur.

Dan sloeg hij zijn ogen neer.

“Maar wat weet ik daar nou van?”

Standaard