Shoot out

De mens hangt zich te drogen aan de waslijn van zijn eigen denken. Wout Vercammen

Het meisje kwam uit de woning tegenover de vrijeschool gehuppeld, op weg naar het andere meisje dat er op het muurtje zat. Halverwege de straat bleef ze staan – maar dat gaf niks, want er kwam toch geen verkeer aan. Een paar tellen bekeken de twee elkaar, als Nobody en Beauregard, voordat het huppelmeisje een paar stappen verder zette naar haar antagonist. Het muurmeisje kauwde op de nadering. Ieder moment kon een stepperoller langs komen geblazen.

“Hoe komt het dat jij er altijd uitziet als een klein dametje?” tartte het muurmeisje.

Het huppelmeisje hoorde het en glimlachte. Uitdagend zette het een stap naar voren.

“Dat komt,” zei ze – en elk woord dat ze sprak was als een zweepslag dat de losgeslagen kudde in toom moest houden, “dat komt, omdat mijn ouders van Zeeland zijn.”

Dan liep ze verder – voldaan en tevreden fluitend, nagekeken door het muurmeisje, onder de klanken van Toots.

Standaard

Luikje

Wat idioot is, is niet noodzakelijk vervelend. Wolinski

“Ik voel me melancholisch, maar niet onprettig,” reageerde ik op de bekommernis van Lief na het acht slaan op mijn gelaatsuitdrukking.

Dat kon beter omschreven. De gepaste vergelijking kondigde zich onmiddellijk aan.

“Het is alsof ik me achter het luikje van een automatiek in een cafetaria bevind, zittend naast een net wat langer dan verantwoord warmgehouden kroket,” lichtte ik toe.

“Juist,” zei Lief. Ik negeerde de ingehouden ondertoon die me duidelijk moest maken nu helemaal de weg kwijt te zijn en stond op.

“Dit is eigenlijk best wel geniaal,” oordeelde ik ingenomen, “dat moet ik opschrijven.”

Ik ging naar de belendende kamer en opende de schootrekenaar om het kennelijke vernuft te noteren. Dan sloot ik het deksel weer en dacht na over de tekst. Een onderhuidse neiging kwam, ontstoken door de woorden, tot een niet te negeren uitbarsting.

“Liefste,” riep ik naar de eetkamer, “zullen we straks een frietje halen?”

Standaard

Gelach

Wat houdt ons vast op deze globe, buiten de zwaartekracht? Stanislaw Jerzy Lec

Nu we het er toch over hebben: ze lachte.

Ze lachte hard en helder. Het was pijnlijk te horen, hoe hard en helder ze lachte. Er viel immers niks te lachen – zeker niet voor haar, en zeker niet hard en helder.

Haar man was ineens gestorven en toen had ze corona gekregen, waarbij ze tegelijk ontdekten dat ze aan suikerziekte leed. En nu ging haar dochter verhuizen, die al die tijd met haar gezin bij haar had ingewoond: ja, dat was gezellig geweest, maar ja, wat was het druk bij tijd en wijlen en nog meer ja, wat zou ze ze gaan missen.

“In oktober gaan we naar Disneyland,” zei ze, “dat hadden mijn man en ik al voorgenomen, maar ja.”

En nu ging ze dan toch: met de dochter en haar gezin.

“Ik kijk ernaar uit,” zei ze, “maar het zal ook wel weer niet doorgaan.”

Daarna lachte ze.

Standaard

Geopend

Fictie verlicht de waarheden die door de werkelijkheid werden verduisterd. Jessamyn West

Het was een zonnige dag – daar lag het niet aan. Of nee, wacht, misschien kwam het daar juist wel door.

Hoe dan ook, ik liep, in het aangemeten tempo van het weer, door de straat met een enkele boodschap losjes hangend in mijn handen. Je hebt niet veel nodig als de zon schijnt, dacht ik, het dolce far niente van het Zuiden omvattend. De dagen die ons reden geven onbekommerd te genieten zijn spaarzaam hier in het Noorden.

Er stond een jongetje in de deuropening, toekijkend hoe ik ijdel jouïsserend passeren ging. Hij zwaaide naar mij.

Ik was goed geluimd, dat spreekt, en voelde me beter dan ik in tijden had gedaan en glimlachte daarom breed en knikte terug en zwaaide zelfs.

De jongen verstrakte. Zijn ogen werden groot. Dan draaide hij zich en liep naar binnen.

“Mam, mam!” hoorde ik hem roepen, “er zwaait een vreemde meneer naar mij!”

Standaard

Aleksander

Voelt het gras pijn als je erop trapt? O.A. Battista

Tweeduizend kilometer moest hij afleggen om de kogel te vinden die hem zou doden. Vijf maanden later werd zijn dochter geboren.

Aleksander heette hij, zo leerde ik, en hij was acteur in Estland, waar hij geboren werd als zoon van een maalder, die ramen ging lappen toen het niet anders ging. Aleksander moest ook naar ander werk omzien en werd metaalarbeider. Maar zijn werkelijke beroep was revolutionair.

Van het kleine dorpje waar hij opgroeide vertrok hij met zijn vrouw naar Samara, een miljoenenstad in Europees Rusland. Daar hielp hij de bolsjewieken mee met de voorbereiding van de Oktoberrevolutie, die in zijn nieuwe woonplaats tamelijk rustig verliep.

Elke beweging creëert een tegenbeweging en in 1918 waren het de Witten: vooral Tsjechische contrarevolutionairen die de Sovjets probeerden omver te werpen.

Op dinsdag achtentwintig mei van dat jaar werd hiervoor een Estse acteur doodgeschoten. Zijn vrouw was vier maanden zwanger van hun derde kind.

Standaard

Ringen

Het is het antwoord niet dat verlicht, maar de vraag. Eugène Ionesco

Met wat gedraai haalde de lijkbezorger voorzichtig de ringen van de vingers van Lenie – of althans, het lichaam dat ze vroeger was geweest. Daarna plaatste hij de bloemen opzij en pakte de deksel, die even opzij tegen de muur wachtte. Samen legden wij die op de kist.

We kregen ieder een schroef met een houten kop om in de voorgeboorde gaten te draaien.

Een dode ziet er nooit zo uit als bij leven, meende ik, terwijl ik de bout vastzette, denkend aan de wasachtige figuur die ik net had helpen toedekken. Het moet de ziel zijn of de geest die een mens maakt die hij is. Maar wat is dat ongrijpbare iets dan? Ik had nog zoveel te leren.

Ze had zo graag honderd willen worden, herinnerde ik me, en hoorde haar weer voluit lachen.

Zolang ik dat blijf horen, wist ik ineens, wordt ze honderd en nog veel ouder.

Standaard

Ontwappenend

Op de vleugels van het idealisme stort men het snelst in de afgrond. Gerrit Komrij

Ik keek ervan op en schoot in de lach – vergeef me hiervoor alvast: ik vond het zelf ook nogal onbetamelijk.

Maar laat mij het uitleggen, misschien leidt dat tot verschoning.

We waren aan het einde van een bespreking gekomen. Het moment waarop werd omgeschakeld naar ditjes en datjes, in dit geval de stand van vaccinatie. Bijna iedereen had de eerste prik al gehad, behalve C., maar die deed dan ook haar eigen onderzoek.

Ineens keek ze op van haar aantekeningen.

“Weten jullie wel dat je er magnetisch van wordt?” stelde ze.

En toen gebeurde dat dus, dat ik opkeek en in de lach schoot. Ik zal er ook verbaasd bij hebben geoogd. Al met al een nogal ongepaste reactie, geef ik toe, om een weerloze zeloot te bespotten. In elk geval kleurde C. en boog zich weer terug over haar aantekeningen.

“Ik heb toch zeker de foto’s gezien,” mompelde ze.

Standaard

Achteruit

Snakkend
naar een teken
van menselijk leven
zagen we eindelijk
een bordje met
verboden toegang.
Harry de Jong

Ik hielp hem zoeken, de tachtiger, en hij wilde meekijken. Daarbij kwam hij wel erg dicht in mijn buurt.

“Wilt u een beetje afstand houden?” vroeg ik. Ik zei het heel beleefd, vond ikzelf. De man hoorde het niet of verkoos het niet te horen. In plaats daarvan zette hij nog een stapje in mijn richting. Ik week uit naar achteren.

“Zo kan ik u niet helpen, meneer,” zei ik. Hij deed verbaasd – spottend misschien zelfs.

“En waarom zou ik afstand houden?” vroeg hij – daadwerkelijk honend. Er leek hem ineens een licht op te gaan. “Toch niet vanwege corona?” schamperde hij, “Geloof je daar soms in?”

Ik wilde me niet achter regels verschuilen.

“Alstublieft meneer,” bad ik, “ik vraag het u vriendelijk.”

Het gezicht van de man vergrimde.

“Ik ben een klant,” zei hij, “je hebt me niks te vertellen.”

Ik slikte.

“En ik ben een mens,” wist ik nog.

Standaard

Ontruimd

Het leven bestaat uit het verbranden van vragen. Antonin Artaud

Ik zag haar opkijken – we zagen het allemaal, denk ik. Daarna boog ze naar voren en opende haar microfoon.

“Sorry dat ik moet storen,” onderbrak ze het webinar, “maar ik moet weg. We worden hier allemaal ontruimd.” En nog voordat iemand wat kon zeggen, stond ze op en verdween uit beeld.

We waren er allemaal even stil van.

“Ze heeft de camera aan laten staan,” constateerde iemand.

“Nou, dan gaan we maar weer verder,” zei de gespreksleider na weer een verwachtingsvolle maar verder loze verstomming.

Na een kwartier ofzo keerde de ontruimde terug.

“Daar ben ik weer,” zei ze, vrij overbodig, “het was een periodieke oefening.”

We moeten allemaal even niet geweten hebben wat te zeggen.

“Jammer,” zei dan een ander.

Ze wachtte het Hoezo dat? niet eens af.

“Ik hoopte ergens op een vlammenzee en vallend puin,” zei ze.

Het klonk eerder spijtig dan verontschuldigend. We herkenden het allemaal.

Standaard

Typisch

Zelfs schrijfmachines vertikken het soms. Karel Jonckheere

Er hoefde alleen een nieuw lint in, verder was de schrijfmachine, die vanwege een verhuizing op straat bleek gezet, nog prima te gebruiken. Dat stond er tenminste op het papiertje dat erbij lag.

“Ik heb er net zo één gehad,” zag ik aan het merk, “maar dan in het rood.”

En dat was niet het enige verschil, want die van mij was een koffermodel geweest met zwarte toetsen. Waar ook een dopje aan had gemankeerd – welke ook alweer? Geen lettertoets, dacht ik. De tabulator misschien, maar dat was het ook niet. De regelschuif, misschien. Ik draalde. Hoeveel knoppen had zo’n ding ook alweer?

“Die kunnen we toch niet laten staan?” zwijmelde Lief. Verrast draaide ik mijn hoofd: hij bedoelde waar ik stiekem op had gehoopt.

“Ik dorst het zelf niet voor te stellen,” marde ik. Voorzichtig pakte ik het apparaat op.

“Er hoeft alleen een nieuw lint in,” glom Lief.

Standaard