Solo

Je moet elke dag dronken zijn. Het maakt niet uit of het van de wijn, de liefde of de kunst is. Charles Baudelaire

“Niet kijken!” waarschuwde ik, maar ze had haar hoofd al gedraaid.

“Bedoel je hem?” vroeg ze, teruggekeerd. Ik knikte.

“Hij zit daar nu al een eeuwigheid met een glas rode wijn en een bakje frieten. O wacht, daar komt de tweede.” De serveerster bracht de man een nieuw glas.

“Hij is alleen,” veronderstelde mijn tafelgenote.

“En eenzaam,” bejade ik het vermoeden. “Eenzaam aan een tafeltje met enkel de wijn en een portie patatten. Zo sneu.”

“Praat hij ook nog met iemand?” wilde de tafelgenote weten. Ik schudde mijn hoofd.

“Niemand,” verklaarde ik, “maar hij heeft nu wel zijn telefoon gepakt.”

“Misschien kent hij dan toch mensen,” bedacht de tafelgenote. Ik keek bedenkelijk.

“Maar hier is hij omringd door niemand,” zei ik, “hier is hij alleen. Tussen allen en zonder iemand.”

De tafelgenote zuchtte.

“Echt een schrijver,” vond ze, “je maakt er zoiets romantisch van.”

Ik glimlachte.

“Ach ja,” zei ik.

Standaard

Kapoet

Wat zo knap is aan het Internet is dat het zich niet aan de regels houdt. Richard Curtis

Ze waren met zijn tweeën, maar die ene, de linker, die had het voor het zeggen. Dat merkte ik al toen ik vroeg of het klopte dat er geen internet meer was. Ze hadden, met een aantal kompanen, al een tijd sleuven gegraven in de stoep voor ons huis. De rechter aarzelde en keek de linker aan. Die knikte resoluut.

“Dat kloept,” zei hij en wees naar een onbestemd punt achter hem, “die lain is kapoet. KaPieEn komt eraan.” Daarna knikten de beide mannen geruststellend, wat niet hoefde, want ik wist dat onze wereld stilstaat wanneer er geen webtoegang meer is, zodat de reparatie ervan voorzeker nog sneller zou komen dan het luchtalarm bij een nucleaire aanval.

“De lijn is kapot,” zei ik, terug in huis. “Voorlopig hebben we geen internet. Wat moeten we nu?”

Lief keek me aan. Zijn ogen begonnen te twinkelen.

“Ik weet wel wat,” zei hij.

Standaard

Absolve

De mens heeft zijn fantasie om hem voor te bereiden op de werkelijkheid. C. Buddingh’

Ik zag haar in de keuken staan en dacht: Je bent dood. Maar dat was ze niet. Ze stond achter het fornuis en het aanrecht en sneed speklappen. Ze zag me.

“Kun je me even helpen?” vroeg ze. Ze klonk gehaast, of beter: verstoord. Ik was te laat.

“Wat kan ik doen?” vroeg ik. Ze wees naar een grote pan in de gootsteen.

“Die mag je afgieten,” zei ze, “en daarna stampen. Eerst met de schuimspaan door elkaar roeren…”

“…En dan stampen,” vulde ik aan, “ik weet het. Ik heb het al zo vaak gedaan.”

“Met jou weet je het nooit,” reageerde ze, half honend, half hartelijk.

Ik goot de pan af. Dampende stoom sloeg in mijn gezicht en wekte me.

Ze leeft, dacht ik, alsof ik niet ontwaakte uit een droom. Voor even dacht ik dat ze er nog was.

Daarna viel ik onpeilbaar diep terug in de werkelijkheid.

Standaard

Acculturatie

Lieve kinderen zijn net zonsondergangen. We beschouwen ze als iets vanzelfsprekends. Elke avond verdwijnen ze. De meeste ouders staan er nooit bij stil hoe ze hun best doen het ons naar de zin te maken, en hoe beroerd ze het vinden als ze denken dat ze dat niet gelukt is. Erma Bombeck

Om onduidelijke redenen had de jongen mij tot zijn gezelschap gemaakt, maar leek niet van plan aan zijn besluit een conversatie te verbinden, met als gevolg dat ik me enigszins opgelaten voelde en hem vooral probeerde te negeren zodat ik niet de verdenking van een oude viezerik op me kreeg. Op een gegeven moment speelden de zenuwen me parten en wendde ik me tot de knaap.

“Hoi,” zei ik zonder enig draaiboek. De jongen keek op.

“O, hoi,” zei hij terug, “u hoeft niet op mij te letten, hoor.”

“O,” zei ik. We waren even stil, maar het zinde me niet echt. De jongen moest dat hebben aangevoeld, want hij hernam zich.

“Mijn moeder is aan het bellen,” zei hij en knikte naar een vrouw even verderop, “en dat kan nog wel even duren.”

“Aha,” knikte ik. De jongen knikte terug.

“Ik wacht tot haar batterij leeg is,” zei hij.

Standaard

Voldoende

Leef zo dat je je dagboek niet hoeft te verstoppen. Robert Orben

De consequentie van jarenlange ervaring is, dat je uiteindelijk achter een bureau wordt gezet. Dat was ook hem overkomen, maar het leek hem vooreerst niet te grieven.

“Ik wil alles eens een keertje meemaken,” reageerde hij tamelijk lauw. Ik knikte met hem mee, maar had mijn twijfels. Ik herinnerde me een beroepskeuzetest.

“Wat voor cijfer geef je je werk?” vroeg ik.

“Een zes.” zei hij zonder een moment twijfel.

“Een zes?” herhaalde ik, “Had je niet liever een zeven willen hebben? Of een acht?” Ik dorst het over een negen of zelfs maar een tien geeneens te hebben.

Hij schudde zijn hoofd.

“Dat heb ik al gehad,” zei hij, “vroeger.”

Dan pauzeerde hij even. Mijn vraag leek hem tot overwegingen te brengen die hij misschien nog niet eerder had gemaakt. Uiteindelijk zuchtte hij.

“En een zes is toch voldoende?” vroeg hij.

“Natuurlijk,” antwoordde ik, terwijl ik zag hoe hij wegkeek.

Standaard

Doorzichtig

Ook door de volwassenheid heen stroomt de rivier van mijn jeugd. Frans Depeuter

“Geef mij eens zo’n tasje,” wees de moeder naar haar zoon. Die twijfelde voordat hij onder de kassa greep.

“Weet je het zeker?” zei hij. Hij wees naar de boodschappen op de lopende band. “We hebben alleen maar chips en chocolade.”

De moeder verblikte zoals iemand kijkt die de woorden hoort die ze met alle macht had willen mijden. Haar lippen verstrakten en haar ogen vernauwden enigszins, maar voldoende om de boodschap te herkennen wanneer ze gezien zou zijn. De zoon bleek geen goede ontvanger.

“Het kan toch hierbij?” zei hij, terwijl hij een plastic tas omhoog hield. Hij was doorzichtig, waardoor je kon zien dat hij een verpakking tofoe omvatte.

“Die is vol,” snerpte ze, “geef me nou maar zo’n tasje.” Ze wees dwingend. De jongen gehoorzaamde onwillig.

“Wat een onzin,” weerstreefde hij bij het toereiken van de tas. Zijn moeder greep hem aan.

“Die is vol,” hamerde ze.

Standaard

Uitkijken

In een rivier is het water dat u aanraakt het laatste van wat er voorbij is gestroomd en het eerste van wat er voorbij gaat stromen. Zo is het ook met de tijd. Leonardo da Vinci

Het jongetje trok zich los uit de hand van zijn zusje en rende de straat over, naar zijn moeder.

“Nee, nee!” riep die verschrikt, maar het was al te laat – het kindje was al overgestoken, voordat de laatste kreet verstomd was. Het wierp zich in de armen van de moeder, terwijl een aanstormende fietser het nog maar net wist te ontwijken. De moeder duwde hem meteen van haar af om hem bestraffend toe te spreken.

“Wil je dat nooit meer doen!” was niet zozeer de vraag als wel de opdracht van de moeder. Het jongetje leek het niet te begrijpen.

“Je had wel een ongeluk kunnen krijgen,” ging de moeder verder, “je had onder een fiets kunnen komen, of, of, ik weet niet wat!”

Het jongetje keek omhoog naar haar. Zijn ogen sprongen.

“Ik wilde alleen maar bij u zijn,” hakkelde het.

Bij gebrek aan woorden omhelsde zijn moeder hem.

Standaard

Joshua

Ontreinig de beek niet die je dorst heeft gelest; belaster de vrouw niet die zich door jou liet kussen. Pythagoras

Dat hij Joshua heette wist intussen iedereen in de coupé en dat hij problemen had met zijn vriendin. Aan de telefoon legde hij uit wat er was gebeurd. Luid en duidelijk.

“Weet je, man, toen ik die foto zag waarop ze seks had met twee mannen tegelijk trok ik het niet meer.” Zijn stem had nu misschien verontschuldigend moeten klinken, maar hoorde meer verongelijkt. Het gemurmel van de passagiers verstomde. We konden bijna de praatgenoot van Joshua verstaan.

“Ik weet het, ik had haar misschien niet moeten slaan,” vertelde hij aan zijn telefoon. Het publiek werd nu muisstil, maar Joshua noteerde dit niet. “Het was tenslotte ook lang voordat wij elkaar leerden kennen.”

Hij dacht na of luisterde of misschien wel alletwee.

“En zo hard was het niet eens,” zei hij. De trein minderde vaart.

“Of vind jij mij nou een klootzak?” vroeg hij.

Ik zag een aantal reizigers knikken.

Standaard

Gouden tip

Men kan de idealen van een volk leren kennen uit zijn reclame. Norman Douglas

De man liep op het meisje af, alsof er geen moment te verliezen was.

“Let op!” maande hij, waarna zijn priemende vinger het winkelpad inwees, “De yoghurtdrank is nu drie voor de prijs van twee.”

Het meisje had de man niet meteen in de gaten gehad. Maar toen ze zijn gezicht zag, aan haar zijde, met de uitdrukking die meer rappel las dan wenk, haalde ze geschrokken de dopjes uit haar oren.

“Sorry, meneer,” zei ze, met de luisterbolletjes in de handen, “ik verstond u niet.” Ze probeerde erbij te glimlachen. De man zag dat als een aanmoediging om dichterbij haar te komen. Op een handbreedte afstand zag hij zich verplicht haar nog eens te waarschuwen.

“Yoghurtdrank,” zei hij in kortschrift. Hij wees weer naar even verderop. “Daar. Drie voor twee.”

Hij keek om zich heen. Niemand had hen gehoord.

“Gouden tip,” wenkte hij. Dan zag hij een andere klant.

Standaard

Ongewis

Wanneer de telefoon niet belt, dan ben ik het. Jimmy Buffet

Ik hoorde het haar zeggen, de stem aan de andere kant: het nummer is niet in gebruik. Niet meer, had ik eigenlijk gedacht, maar over het verleden sprak ze blijkbaar niet.

Soms belde ik nog wel eens naar mensen die ik niet uit mijn adressenboek dorst te schrappen. Het was zo’n definitieve stap, leek het, alsof hun sterven niet al onomkeerbaar genoeg was.

Er zou een dag komen, vreesde ik, dat hun lijn aan iemand anders werd toegewezen en dat die dan zou opnemen als ik belde. Ik zag er nu al tegen op.

“Met Die-en-die,” zou die persoon dan kunnen opnemen, of, nog erger: “Ja?” En dan moest ik uitleggen dat ik eigenlijk iemand anders probeerde te bellen waarvan ik wist dat die nooit meer zou antwoorden.

Of ik zou snel ophangen, had ik voorzien. Het nummer was toch niet meer in gebruik.

Om het misschien dan te wissen.

Standaard