M.

Een leeuw houdt zich niet met vlinders bezig. Marcus Valerius Martialis

Nog voor ik iets van haar hoofddoekje kon vinden, liet ze me een blaadje uit een schrift zien. Ze wachtte niet tot ik wat zou zeggen.

“Ies diet goed, ja?” vroeg ze. Ze wees naar de bovenste regel. Van harte gecondoleerd, stond er geschreven, Groeten, M.

Ik knikte. Zij zal dan wel M. zijn, dacht ik, en: wie zou er gestorven zijn?

“Helemaal goed,” zei ik met een glimlach die met opzet ook deelneming zou moeten kunnen betekenen. Ze keek maar deels opgelucht, want er was meer.

“En diet?” wees ze. Van harte beterschap, stond er onder de condoleance, Groeten, M. En daaronder weer Van harte gevinliciteerd, Groeten, M.

“Bijna goed,” bevestigde ik, “alleen moet het gefeliciteerd zijn. Kijk.” Ik corrigeerde de gelukswens. Aandachtig bekeek ze mijn penbewegingen. Met een finale glimlach stak ze daarna het blaadje in haar boodschappentas.

“Ies voor kaartje,” legde ze uit, “klaine moeite, groot plezier.”

Standaard

Aapjes

Het lijk van een vijand ruikt altijd goed. Aulus Vitellius

We kwamen er eigenlijk alleen omdat er iets cultureels werd georganiseerd. De gastvrouw herkende ik. Ze probeerde in een geel hesje het publiek dat er nog niet was maar in groten getale zou kunnen komen in ordentelijke banen te leiden. Voorlopig had ze het rustig.

“Ze noemen me directeur, maar ik ben ook maar een gewone vrijwilliger.” kirde ze.

Ik zei dat ik dat wist en dat ik ooit nog eens een sollicitatiegesprek met haar had gehad. “Weet u dat nog? Maar u had het vast te druk als gewone vrijwilliger-directeur. Ik heb namelijk nooit meer iets van u gehoord.”

Zonder ook maar een ogenblik te verstrakken of op mij te reageren begon ze over iets heel anders.

“Hier komen alleen maar echte mensen,” jubelde ze luid, “geen aapjes.”

Waarna ze zich resoluut omdraaide. Er was iemand anders met wie ze moest praten. Misschien had ze toch op mij gereageerd.

Standaard

Bus

Misschien is het naar aanleiding van vele staaltjes welzijnsdenkerij dat iemand er ooit toe gebracht werd het verschil uiteen te zetten tussen een socioloog en een trolleybus. Een trolleybus, zei hij, stopt als hij de draad kwijt is. Bart Tromp

Van achter uit de bus kwam een passagier naar voren gehaast. Hij was spits met een kortgeschoren hoofd en droeg een hippe fanny bag over zijn schouders.

“Chauffeur,” waarschuwde hij, “kunt u de deuren openen? De mensen willen naar buiten.”

De chauffeur keek niet om.

“Ik sta voor een rood verkeerslicht,” zei hij, “en de halte is even verderop, zoals je kunt zien.” De passagier keek. Voorbij het kruispunt stonden er mensen te wachten.

Een andere man, die de hele rit al naast de chauffeur had gestaan, keek hoe de reiziger getroffen weer terugliep. Hij zinde op woorden, kon je zien, maar hij wachtte tot de man weer was gaan zitten en het beeld klaar was.

“Je maakt wat mee, hier,” stelde hij, na een zorgvuldige overweging te hebben gemaakt.

Het licht sprong op groen en de chauffeur trok op.

“Ik zou d’r een boek van kunnen schrijven,” zei hij.

Standaard

Vergeten

In de herfst krijgt de twijfel gelijk. De wereld vergaat een beetje, om het eens te proberen. Simon Carmiggelt

“De computer zegt dat ik nog een boek op mijn kaart heb, maar ik heb alles ingeleverd,” zei de lezer verontwaardigd. Zijn vrouw, naar ik veronderstelde, kwam er net aangelopen. Ze keek ongerust.

“Mijn excuses,” zei ze, “hij is…” Ze maakte de zin niet af.

“Dat is heel vervelend voor u,” zei ik tegen de man, “waar heeft u het boek teruggebracht?” De man wees naar mijn desk.

“Hier,” zei hij, “op uw bureau.”

Ik schudde mijn hoofd.

“Die computers zijn namelijk lang niet zo slim als we soms denken,” zei ik, “ik moet hem even helpen.”

Ik scande het boek.

“Kijkt u nu nog eens of hij op uw kaart staat,” stelde ik voor. De man controleerde.

“Potjandorie,” zei de man, “nu is hij weg. Hoe kan dat?”

“Computers vergeten ook wel eens wat,” zei ik.

De man schudde zijn hoofd. De vrouw glimlachte naar mij.

“Dankuwel,” zei ze.

Standaard

Rap

Het woord is maar de schaduw van de daad. Democritus van Abdera

Geschrokken – of zo leek het, tenminste – ruimden de beide jongens hun spullen op in hun rugzakken.

“Moeten jullie ergens heen?” vroeg ik. De vraag weerhield het inpakken niet.

“We moeten naar onze vriend,” zei de ene.

“Die moet optreden,” zei de ander.

“Hij is rapper,” verduidelijkte de ene weer.

“Rapper?” herhaalde ik, “Cool. Waar treedt hij op?”

De jongens wezen in een onbestemde richting.

“Ginds,” zei de ander. “Op het veld.”

“Als we op tijd zijn, zien we hem nog,” zei de ene tegen de ander, “maar dan moeten we wel wat meer opschieten.”

“Is hij een beetje goed?” vroeg ik. De jongens stopten met inpakken. Peilend keken ze elkaar aan. Samen zochten ze naar de woorden die verboden waren.

“Niet echt,” bekende de ander na een poosje.

“Hij is waardeloos,” knikte de ene. Hij keek op zijn horloge.

“Met een beetje geluk is hij al klaar,” hoopte de ander.

Standaard

Hen en weerum

Dialect is een taal die haar jas uit doet, in haar handen spuugt en naar haar werk gaat. Carl Sandburg

De vrouw met het rijwiel aan de hand sprak plat. De fietsenmaker sprak plat terug. Een emmer vol heimwee werd over me uitgestort.

Niet dat ik dialect praat – mij was Nederlands geleerd, want daar kom je verder mee – maar ik hoorde wel de taal van mijn jeugd, van mijn familie en vrienden van mijn ouders. Ik verstond het, ik begreep het nog beter.

Ik vertraagde mijn tred om nog meer woorden en klanken tot me te nemen – tot ik tot op het bot doorweekt zou zijn van nostalgie, alsof ik met mijn ogen dicht een stortbad van sentiment nam.

Maar veel meer werd er niet gezegd tussen de hersteller en zijn klant. Zoals er ook vroeger nooit veel woorden werden vuil gemaakt aan zaken waar een paar syllaben volstonden.

En ineens drong het tot me door, na jaren in een meer van taal, dat ik was opgegroeid in een oase.

Standaard

Dubbelzijdig

Ideeën krijgen is als het plukken van bloemen.
Denken is het vlechten van deze bloemen tot slingers. Anne Sophie Swetchine

“De printer doet zo raar,” zei de vrouw, met de afdrukken in de hand. “Het papier komt er eerst uit en dan wordt het weer ingeslikt en daarna komt het er nog een keer uit.” Ze gebaarde met haar hand de bewegingen die de velletjes gemaakt zouden hebben.

“En kijk,” zei ze, wijzend naar de uitdraaien, “alles is dubbelzijdig. Dat deed hij vroeger nooit.”

De printerjongen reikte naar de afdrukken.

“Als dat een probleem voor u is, wil ik ze wel opnieuw printen,” zei hij, “u heeft ze liever enkelzijdig?”

De vrouw hield de papieren bij zich.

“Hoe bedoelt u?” vroeg ze argwanend.

“Als u liever geen dubbelzijdige afdrukken wilt, kan ik ze wel opnieuw voor u uitdraaien,” zei hij. De vrouw trok rimpels in haar hoofd.

“Ik weet eigenlijk niet of ik alles heb,” peinsde ze.

“Nee,” schudde de vrouw haar hoofd resoluut, “misschien red ik het zo wel.”

Standaard

Keirei! Keirei!

‘t Is makkelijker een krans te winden,
Dan een hem waardig hoofd te vinden. Johann Wolfgang von Goethe

Tante Nel zou nooit in een Mazda rijden of naar een Sony-televisie kijken. Sushi hoefde ze niet en mikado speelde ze niet. Toen de Japanse keizer naar Nederland kwam, zat ze te huilen voor de televisie. Tante Nel kwam uit een Jappenkamp.

We wisten het allemaal van Tante Nel, maar zelf had ze het er nooit over. Waarschijnlijk werd er ook niet naar gevraagd – door ons niet, tenminste. We hadden hier zelf net een oorlog achter de rug, toen ze hierheen kwam.

Leed valt niet te wegen, pijn niet te vergelijken. En we hadden hier, in het moederland, ook onze razzia’s gehad en deportaties en was het voedsel op de bon.

Maar we hadden wel een Blaupunkt televisie thuis en reden in een Opel. De schnitzels konden niet groot genoeg zijn en ‘s zondags keken we naar Die Sendung mit der Maus.

Tante Nel heeft daar nooit wat van gezegd.

Standaard

Verbond

Als je Gods licht wilt zien, doof dan je kandelaar. Thomas Fuller

God vond het blijkbaar geen probleem dat ik de heilige teksten uit de Koran aanraakte, ook al was ik een ongelovige.

“Wil je een dadel?” vroeg de Alevitische leerling, “Ze zijn heerlijk, ze komen uit Israël.” Hij schoot in de lach toen hij mijn verbazing zag.

“Ontspan,” zei hij, “we zijn allemaal van één familie. Zij zijn als onze neven. De Almachtige had een verbond met hen gesloten. Maar dat hebben ze keer op keer verbroken.”

Waarna hij vertelde over de straffen die de Israëlieten vervolgens hadden gekregen.

“Ze zijn in slavernij gevoerd, verspreid over Europa en tenslotte is Hitler over ze heen gekomen. En nog steeds willen ze niet luisteren.”

“Je praat wel slecht over je neven,” zei ik. Hij haalde zijn schouders op.

“Maar zo is het toch?” stelde hij, “Ze beheersen alle banken, zaten achter 9/11 en hebben IS opgericht. Dat weet toch iedereen.”

Mijn zwijgen verwondde mezelf.

Standaard

Les

De geschiedenis is het beste bewijs van de verkeerde opvoeding van de mensheid. Karlheinz Deschner

Het kind was het er niet mee eens dat ik voor hem in de rij stond. Het ging op de vloer zitten en begon te krijsen. Het kassameisje zette een glimlach op, maar ik zag dat het liefst zware maatregelen had genomen.

De moeder stond achter mij.

“Huilen helpt niet,” zei ze tegen het kind, “die meneer is voor ons. Je zult moeten wachten, zoals zo vaak in de rest van je leven. Dus ophouden nu.”

Ik draaide me om. Ik had een verhit gezicht verwacht, maar de vrouw zag er fris uit. Vrolijk, zelfs.

“Sinds kort heeft hij ontdekt dat hij met huilen kan chanteren,” zei ze, “maar bij mij lukt dat niet. Zit je nou nog op de grond? Kom op!”

Het jongetje was ineens stil en kroop overeind. Gehoorzaam ging het achter mij naast de moeder staan.

“Mama wint toch altijd,” zei zij met een grote glimlach.

Standaard