Driftstroom

Leg als laatste wat gij doet
al mijn gedichten aan mijn voet;
krachten waarmee ik opstaan moet.
Gerrit Achterberg

“Lees me een gedicht,” smeekte ik zowat meer dan ik gebood.

Lief schrijft, net zoals ik – maar waar mijn teksten ongebonden heten te zijn en een gevolg van de omstandigheden, is hij de schepper, de poëet, in de ware betekenis van de Griekse oorsprong.

In de ochtend, elke ochtend wanneer de gelegenheid zich voordoet (en dezer dagen is dat zo goed als dagelijks), maak ik koffie en opent hij zijn geschriften om een proeve van zijn bekwaamheid voor te dragen, zodat ik me kan laten voeren naar werelden, ver voorbij mijn bevattingsvermogen, gedwongen om slechts de meest basale van de gemoedsbewegingen te laten evoceren.

Ik zou geen ander begin van de dag wensen.

Vrijheid is niets anders dan de afstand tussen de jager en zijn prooi, herzegt Vuong in zijn debuut. Dat is maar al te waar. De gedichten die ik elke ochtend krijg opgediend bewijzen maar eens hoe waar.

Standaard

Tussen beide

Onze woorden hebben vleugels, maar ze vliegen niet naar waar wij het willen. George Eliot

Ergens speelde iemand het Slotkoor van Beethovens Negende op de blokfluit, in een tempo en op een wijze die de oude meester bijkans had doen terugkeren om de vlegel met het blaasinstrument om de oren te slaan.

Ik zat in de tuin en las Zafón met Nova op mijn schoot. ‘Wat denken we van een toost op het verleden, de toekomst en op ons die zich tussen beide bevinden?’ opperde Sempere op bladzijde 459.

De kat sprong op toen ik iemand voelde aankomen. Lief, wist ik meteen, zonder hem te hebben gezien. De ogen in de rug zijn vaak getrouwere waarnemers dan die in het hoofd. Ik legde het boek weg. Lief omhelsde me.

“Wat heb je gedaan?” vroeg hij.

“Niet veel,” antwoordde ik naar waarheid, “gelezen, geschreven.”

Lief ging aan de tafel zitten.

“Een uitstekende tijdsbesteding,” oordeelde hij. Ik pakte zijn hand.

De muziek was gaan liggen. Beethoven kon bedaren.

Standaard

Vidi aquam

Niets op aarde, onder de aarde of in het water zal onvervolgd, onverstoord of onbedorven blijven. Leonardo da Vinci

Het was zondag, palmpasen, en ik stond onder de douche. Het water stroomde over mijn schouders en spoelde me schoon. Mijn gedachten bleven echter ongereinigd. Ik maakte me zorgen.

Tal van gitzwarte scenario’s bekropen me en huisden zich in mijn buik – de plek waar ik alle onraad steevast verzamel. Ik sloot mijn ogen.

Ik dwong me te realiseren dat ik er nog steeds ben, met vrienden om me heen en in een leven waar het gros van de mensheid me om zou benijden. Mijn dagen waren rijk in alle opzichten met alleen maar betere en mooiere in het verschiet. Met wie zou ik in hemelsnaam willen ruilen – behalve met die man die ik enkele weken geleden was in een wereld die voorgoed vergaan leek?

Weer had ik het voor elkaar gekregen om de magere hoop te verjagen.

Ik haalde diep adem en verslikte me in het water dat ik opsnoof.

Standaard

Verdergaan

Het leven bestaat uit niet doen wat we willen en doen wat we niet willen. Johann Wolfgang von Goethe

Voor een kunstenaar was E. behoorlijk nuchter te noemen. Hij baseerde zijn scheppingen dan ook graag op fysica en formules. Onverholen – maar op gepaste distantie – openbaarde hij zijn visie over de geldende verdorring van het maatschappelijke landschap en de respons van het volk hierop.

“De mensen zijn bang gemaakt,” schamperde hij, “ze worden geregeerd door fantomen en geraken en masse paranoïde.” Hij schudde nog net zijn hoofd niet, maar zijn blik kon de spot niet verhullen. Voor mijn gevoel wandelde hij mijn kant op.

Ik deed een stap naar achteren.

“Zoals ik,” bekende ik, “en vooralsnog voel ik me daar comfortabel bij.”

Hij knikte alsof hij het begreep.

“Dan zal ik maar weer gaan,” zei hij, zich draaiend.

“Ik moet dezelfde kant op,” zei ik, “laten we samengaan.”

Hij keek om, bevreemd.

“Ga maar vast,” gebaarde ik, “dan volg ik je wel.”

Voor een nuchtere kunstenaar moest E. behoorlijk lachen.

Standaard

Terugkeer

Wandelen verjaagt de gedachten. Chettur Sankara Nair

O nee, het is nog niet zo ver – nog lang niet: het is oorlog, zei ik toch? Maar de mensen lijken er genoeg van te gaan krijgen, de Anderen, bedoel ik, precies zoals die Tilburgse socioloog had voorspeld. Hij had gezegd dat het nog maar even zal duren voordat de mensen er genoeg van gaan krijgen. En kijk nu eens.

Achteloosheid wordt langzaam maar zeker de norm. Zo lijkt het tenminste. Want de mensen, de Anderen dus, houden steeds minder rekening met de afstand die ze tot elkaar moeten houden. Zo lijkt het tenminste.

Ik lees het ook. Smalende berichten die verklaren dat het allemaal niks uitmaakt. Dat je eigenlijk zes meter uit elkaar zou moeten blijven. Of zeven. Acht. Of dat je het virus maar gewoon moet laten tieren, want hé, griep is ook erg en daar hoor je niemand over.

Soms zou ik ze zo graag willen geloven.

Standaard

Uitgeloot

Winnen is niets. Winnen laat geen sporen na. Winnen is bevrediging. Verliezen is leven. Cees Nooteboom

“Wat zou u doen als ik volgende week bel om te vertellen dat u tienduizend euro heeft gewonnen?”

Het is oorlog. Er vallen doden en de ziekenhuizen stromen vol. Niemand weet hoe de maatschappij er over een paar maanden uitziet.

En ik werd gebeld door een loterij.

Een vriendelijk klinkende jongeman – het zijn altoos vriendelijk klinkende jongemannen die verhoeden dat ik voortijdig ophang; alsof de loterij dat weet – bood me op last van zijn opdrachtgever lootjes aan voor slechts de helft van de prijs.

“Ik doe niet aan loterijen,” antwoordde ik om ervan af te zijn. Met die mogelijkheid had zijn script geen rekening gehouden. De jongeman was even stil.

“O?” herstelde hij snel, “En waarom, als ik vragen mag?”

“Uit principe,” loog ik.

Hij klonk teleurgesteld toen hij neerlegde. Ik voelde me bijna schuldig. Als ik hem nu maar niet werkloos had gemaakt.

Misschien kon hij mijn lot verkrijgen.

Standaard

Verlenging

Het einde van de wereld heeft gisteren plaatsgehad en niemand heeft het opgemerkt. François Cavanna

“Stel je voor dat het nog langer duurt,” bedacht ik toen we hoorden dat het nog langer ging duren.

In een persconferentie was dat bekendgemaakt, wat we allemaal al lijdzaam leken te verwachten: nog eens enkele weken leven in een kunstmatig in slaap gehouden maatschappij, waar alleen de meest belangrijk beroepen mochten bestaan. Nog steeds moesten we afstand tot elkaar behouden om veilig te blijven of casu quo te worden. Vooralsog zou er niets veranderen aan de gekantelde samenleving.

“Ik ben niet vitaal,” verwees ik naar mijn beroep, “maar wie weet bedenken ze wel iets om ons toch te laten werken.” Het klonk vrij amechtig, vond ik zelf.

Lief knikte.

“Ja,” meende hij, “met mondkapjes voor en handschoenen aan kun je best boeken uitlenen.”

Ik antwoordde niet, uit angst dat het allemaal een grapje bleek te zijn. In plaats daarvan sloot ik mijn ogen en droomde van die heile wereld.

Standaard

After eight

Voorbij een bepaald punt kun je niet meer terug. Probeer dit punt te bereiken! Franz Kafka

De oude buren waren in haar huis aan het rommelen, moeder keek toe. Toen ik haar omhelsde, merkte ik hoe klein ze was. Ik dacht: zou ze weten dat ze dood is?

“Wat jammer dat je zo weinig hebt meegenomen,” zei ze. Ze wist het dus.

“Ik was boos,” antwoordde ik. Ze knikte.

“Dat begrijp ik,” zei ze. “Misschien kun je het hun vragen?” Ze wees naar de buren. “Ze kunnen mij niet zien,” zei ze, “dus jij moet het zelf doen.”

Ik kende ze eerlijk gezegd niet, maar de buurvrouw reageerde heel aardig.

“Vraag om de wandelstok,” zei moeder, “die vond je zo mooi.”

Ik herinnerde me inderdaad een mooie, houten stok met metalen plaatjes uit Zwitserland, maar die stond er niet meer. Alleen een kruk van de kruisvereniging, waar ik niks meer van wist. En heel veel snoep. Uiteindelijk verliet ik de woning met een zakje after eight.

Standaard

Uitdaging

Het verlangen naar vertroostende schoonheid, de wankele hoop dat de mooie illusie misschien ooit in mijn leven nog zal worden verwezenlijkt, dat is wat ik ervaar als heimwee. Jeroen Brouwers

Voor het raam stond een reusachtige beer in een omhelzing met een kleiner exemplaar. We bleven even staan kijken.

Het was het resultaat van een eigentijdse Uitdaging, wist ik, die hoorde in de rij jeugdfoto’s tonen op internet en op zoek gaan naar de nummer één-hit op je geboortedag. Vrij onschuldige bezigheden, geef ik onmiddellijk toe, maar mijns inziens tamelijk lijzig en zerp en bepaaldelijk niet de gegeven boude benaming waardig.

Maar de beren her en der voor het raam kwalificeerde ik welwillender, bijna vertederend. Ze waren bedoeld, veronderstelde ik tenminste, om de passanten dezer dagen een glimlach te bezorgen. In ons geval lukte dat. Daarom bleven we staan kijken.

Een meisje kroop vanachter de pluchen knuffelbeesten vandaan en zwaaide. Aan de andere kant van het venster zwaaiden we terug. Ik stak zelfs een duim op.

Het meisje glimlachte en verborg zich daarna weer.

“Tot de volgende voorstelling,” zei ik.

Standaard

Omslag

De wereld is een spiegel, en geeft iedereen de weerkaatsing terug van zijn eigen gezicht. Frons ertegen en ze kijkt u op haar beurt nors aan; lach en ze is een vrolijke metgezellin. William Makepeace Thackeray

Zo ver weg mogelijk als we binnen enkele uren van de Anderen vandaan hadden kunnen wandelen, zaten we in een polder, uit te kijken over de weidevelden.

De Anderen, dat waren de Preciezen, die geen stap buiten de deur durfden te zetten uit angst het virus te verspreiden. De Rekkelijken, waartoe wij ons rekenden, meenden dat een buitenwandeling een weldaad voor het eigen afweersysteem was. Of we een minderheid vormden, durf ik niet te beweren, maar we waren in elk geval spaarzaam in getal, waardoor uiteindelijk iedereen zijn gelijk behaalde.

Ik was niet ornitholoog genoeg om de vogels in de lucht te determineren, maar ik zag en benijdde de veronderstelde onbezorgdheid waarmee ze met hun dagelijkse fourage bezig waren – en wie weet niet eens met dat, maar enkel vliegend voor de aardigheid.

Nog is niet alles verloren, stelde ik vast, eindelijk de hoofdzaken verstaand.

Daar en dan kantelde mijn welbevinden.

Standaard