Mededogen

Je kunt alles leren behalve aanvoelen. Een kat heeft meer aanvoelen dan sommige mensen. Henri Cartier-Bresson

“Ik heb nog aan je moeten denken,” zei M., toen ik hem weer op het werk tegenkwam. In de tussentijd waren er drie mensen afgeslacht in een kerk in Nice en een man uit A. doodgeslagen door een vijftal jongens – waarvan de oudste achttien jaar zou zijn, achttien!

Er zat ongetwijfeld geen verband tussen beide daden, behalve dat het het voorpaginanieuws van dezelfde dag was.

“Ik was even bezorgd dat jij die man uit A. was,” zei M. ernstig, “jij woont toch in diezelfde buurt?”

“Woonde,” verbeterde ik, “al sinds mei niet meer. En de man was drieënzeventig.”

“Weet ik,” zei M., “allebei weet ik. Maar dat je verhuisd bent was ik even vergeten en het nieuws had eerst de leeftijd niet genoemd. Ze hadden het alleen over een oude man.”

Normaalgesproken was dit het moment voor een eloquente kwinkslag geweest. Maar dit keer even niet.

“Dankjewel,” meende ik oprecht.

Standaard

Adem

Al wat tanden heeft, bijt vroeg of laat. Jim Meuse

“Ik zie steeds minder kapweigeraars,” zei hij, terwijl we naar de voorbijgangers keken.

“Logisch,” zei ik, om te laten horen dat ik ook wel eens wat las, “een Schots onderzoek wijst uit dat deze mensen vaak anti-sociaal zijn.”

“Onderzoek,” hoonde hij, “dat is precies waar zij zich ook op beroepen. Toen ik studeerde leerde ik dat je met onderzoek alles kunt bewijzen wat je wilt. En het tegendeel net zozeer. Zolang je maar de juiste vragen stelt.”

“Waarom draag jij eigenlijk een kapje?” wilde ik weten.

“Voor mijn tanden,” zei hij.

“Voor je tanden?” vroeg ik.

Hij knikte.

“Yep,” zei hij, “toen ik dat kapje begon te dragen rook ik pas echt mijn eigen adem. Man, wat een putlucht – ik had geen idee!”

Hij lachte hard en breeduit – voor zover ik dat zag.

“Ik heb niet eerder mijn tanden zo goed gepoetst,” zei hij. Hij snoof. “Heerlijk fris,” genoot hij.

Standaard

Lepeltjes

Onze werkelijke behoeften liggen binnen een klein bestek. Winston Churchill

Ik had gedroomd van mijn lepeltjes, apostellepeltjes om precies te zijn. Ze waren nu bij mijn ex en mijn moeder – want van haar waren ze oorspronkelijk – wilde ze terug hebben.

Maar mijn moeder is al even dood en ze heeft niks meer te willen.

En toch, een droom hè. Ik ben niet bijgelovig (dat zal ik tenminste nooit erkennen, want dat brengt ongeluk), maar zo’n droom met een duidelijke boodschap, dat moest haast wel iets betekenen.

“Wil jij ze terug,” zei Lief, met de nadruk op Wil.

“Euh, nee,” antwoordde ik, “niet per se.”

En dat was ook zo. Ik bedoel, ik heb lepeltjes. Aan lepeltjes geen gebrek. Als er suiker geschept moet worden, heb ik de juiste lepeltjes.

Lief haalde zijn schouders op.

“Nou,” zei hij, “dat is dan opgelost.”

Zo makkelijk kan het dus zijn, dacht ik, als je gewoon jezelf beraadt, krijg je altijd het goede antwoord.

Standaard

Kennis

Foto: Rick Kewal Gademann
De gedachte verliest als de dingen haar overweldigen. Arletty

Hij stond al even glimlachend naast me, alsof we een geheim deelden waar ik niks van wist. Uiteindelijk besloot hij mijn ongemakkelijkheid te breken.

“Ik ken je,” zei hij, “we hebben op dezelfde school gezeten.”

Mijn brein moest ineens de opdracht verwerken om alle kaartenbakken die het ooit had opgeslagen subiet te doorzoeken.

“Maar jij kent mij niet,” zei hij alsof het al niet erg genoeg was, “ik zag je op internet en daar las ik dat, van die school.”

Dan noemde hij de namen van directeuren en docenten die ik ook had gekend. Maar in plaats van een verbondenheid die hij mogelijk wilde creëren, veroorzaakte hij een kregel alsof hij de binnenzak van mijn jas had geleegd en doorzocht.

Mijn aanvankelijke ongemak was degout geworden. Onterecht ongetwijfeld, want voorzeker goedbedoeld.

“We moeten binnenkort maar eens koffie gaan drinken,” vond hij.

Ik was voor eens blij dat alles gesloten was.

Standaard

Offline

Waarom is de meest verheven weergave van de vreugde steeds minder indrukwekkend dan het tafereel van het meest bodemloze zieleleed? Pieter Frans van Kerckhoven

De kinderen waren op bezoek. De kinderen van de overbuurvrouw. De overbuurvrouw met het hoofddoekje – daar de kinderen van, die waren op bezoek.

Tenminste, dat vermoedde ik. Ik moest het ook maar doen met wat ik zag, zo vanaf onze kant.

Hoe dan ook, ze zaten met zijn allen in een kring en dronken koffie. Of thee, dat kon ik niet zien.

Net een verjaardag, dacht ik.

Hé, dacht ik ineens daar achteraan, zij is er niet. De overbuurvrouw zelf, dacht ik, ik heb haar zelf nog niet gezien. Ze zal toch niet…

Ik dorst het nauwelijks te bedenken.

“Dood zijn?” fluisterde ik benepen.

Nauwgezet betuurde ik de overkant. De overbuurvrouw bleef kapoeres.

Maar plotseling was ze er weer. Kort nadat de familie was vertrokken, zag ik haar weer gaan door de woonkamer. Ze schuifelde, dat wel, maar verder leek ze behoorlijk levend. Heel eigenaardig.

Beter dan Netflix, dacht ik.

Standaard

Vissen

De laster komt af op een glinsterend doelwit. Chuck Fairbanks

Ze wachtte, net als ik, op een visje.

Misschien ben ik onzeker, en misschien had ik een andere rij gekozen als ik haar had gezien. En zij had zich niet omgedraaid, denk ik, als ze mij achter zich had geweten.

Ik had haar kunnen vragen wat er was gebeurd, maar ik had het zelf al ingevuld. Dat L., haar dochter, afstand had genomen toen mijn relatie was opgeblazen door de verkilde lucht die er was ingeblazen.

Voor vrienden is dat vaak moeilijk, had ik begrepen.

Of ze had iets gehoord, wat we nooit hadden besproken. Iets, zwaar genoeg om een vriendschap te verbreken. Dat kan ook, natuurlijk.

Natuurlijk ben ik onzeker.

Zij wist meer, dat zag ik toen ze omdraaide en me zag. Ik had het willen vragen, kunnen vragen – maar ik dorst niet, uit vrees voor het antwoord.

“Ongemakkelijk, hè,” zei ze.

Ik knikte.

Maar ze bedoelde het mondmasker.

Standaard

Wintertijd

Als je de dingen niet ziet, omdat nacht of mist ze hebben opgeslorpt, bestaan ze dan toch? Bestaan dingen alleen als men ze ziet? Jeroen Brouwers

Er zijn momenten.

Lief danste voor me. Hij bewoog zijn schouders, zijn voeten, armen en zijn heupen en lachte me toe met zijn speciale lach. Dan pakte hij mijn handen en liefkoosde de huid, mijn huid, mijn lippen, mijn wangen.

Ik sloot mijn ogen en voelde – niet enkel de aanrakingen, de strelingen, maar de man, de mens die me beminde, me liefde.

Ik sloot mijn ogen en voelde de angst die me overspoelde, de wanhoop, het onweerhoudbare lot, onafwendbaar, onherroepelijk.

Alles van schoonheid verbleekt uiteindelijk, vergaat, verdwijnt. Dat heb ik geleerd. Alles wat mooi was en goed leek ging weg, ging dood, vertrok. Verstreek.

En ik, die geen geboorte kende en geen dood nog wist, zou eeuwig, want mijn hele leven, afscheid nemen van wat dierbaar was. Niets was bestendig en wat het mocht lijken zou uiteindelijk voorbijgaan.

Ik heropende mijn ogen en zag die van Lief.

Er zijn momenten.

Standaard

Erbarmen

Het kenmerkende van het bewustzijn is dat het onafgebroken tot stand komt. Breyten Breytenbach

“Het uitzicht is ook niet meer wat het was,” vond de fietser bij de bankjes aan de Utrechtsestraat, even verder van waar de Sicherheitsdienst in de oorlog had gehuisd.

“Mijn vader heeft Hitler nog in de ogen gekeken,” zei hij, wrijvend over de grepen van het stuur. “Hij was als dwangarbeider naar Duitsland gevoerd en op een dag was die daar ineens.”

Hij liet een stilte vallen.

“Het was natuurlijk niet aangekondigd, dat hij zou komen, dus het was voor iedereen een grote verrassing,” zei hij, “voor mijn vader ook, natuurlijk.

Ik had hem zo kunnen doden, zei hij later,” ging de fietser verder, “zonder enig probleem, maar dan was jij er niet geweest.

“Toch bijzonder,” zei hij, “dat je vader op zo’n moment nog aan jou denkt.”

Hij moest weer verder.

“Ik heb dat steeds als ik hier ben,” zei hij nog, “al is het uitzicht nog zo veranderd.”

Standaard

Droomvlucht

Als je toekomst heden is geworden, rest er weinig manoeuvreerruimte meer voor dagdromen. Dat heeft zijn nadelen, bijvoorbeeld bij het in slaap komen. Remco Campert

Ik droomde dat ik droomde en dat, toen ik wakker werd, ik mijn droom wilde vertellen aan Lief.

Het ging om de regels van een spel, weet ik nog, een spel met kaarten en woorden, dat in de droom die ik droomde aan alle wetten van de logica – dat wil zeggen: de logica van de wereld die ik droomde – voldeed, tot ik ontwaakte in mijn droom en de absurditeit inzag van wat even daarvoor nog volstrekt samenhangend had geleken.

Ik bezwoer dat ik opnieuw zou wakker worden, want ik scheen te beseffen dat ik in een nieuw visioen was ontwaakt dat slechts de illusie van dat daarvoor had gevolgd.

Hoe lucide het was, ik weet het niet, maar ik opende daarop mijn ogen en zag Lief, die ook al uitgeslapen was, mij aankijken.

“Wat ik nu toch heb gedroomd,” begon ik. Maar toen ik wilde vertellen was ik alles kwijt.

Standaard

Afgewimpeld

De enigen die een standbeeld verdienen zijn zij die er geen nodig hebben. William Hazlitt

We hoefden geeneens weit weg, het moest niet per se Brussel zijn of Berlijn – zelfs Kleef of Elten was al buitenland genoeg geweest, maar Pruisen schijnt levensgevaarlijk te zijn, dit jaar.

Het nakende reces dreigt geen vakantie te worden.

Het is geen ramp, in de tijd gezien – welja, een kleine dan, hooguit. Mijn oma zaliger verkreeg een eeuw geleden in haar dienstbetrekking bij een Haagse minister twee verlofdagen per jaar. Elke kerst weer.

Dus waarom zou ik klagen?

Collega F. opperde dat deze beperkingen vermomde zegeningen waren: “Je kunt nu de laatste dozen uitruimen en het huis een goede beurt geven.”

Het moest een gelukkige gok zijn geweest: ik zou hem er de noodzaak van nooit hebben verteld.

Ik knikte ietwat onbestemd, gewoon uit eenvoudige beleefdheid. Tegelijk had hij iets gewekt wat we misschien mijn antropologische belangstelling zouden kunnen noemen.

Inderdaad, dacht ik, dat is wat andere mensen doen, opruimen.

Standaard