Happiness only real when shared

saucijzenbroodjes
Geluk is een saucijzenbroodje. Ongeluk: een gebroken mossel die stinkt. Adriaan van Dis (1946)

De postbode leek op Alexander Supertramp met z’n baardje en wilde haren. Brieven rondbrengen was duidelijk geen eindbestemming maar eerder ‘n fase voorafgaand aan Grotere Dingen.

“Misschien wil hij ook wel ‘n saucijzenbroodje.” riep Brrrr, die bezig was z’n baksels onder de buren te verdelen. De postbode knikte. “Haal d’r maar één uit de keuken.” zei Brrrr. “Met ‘n servetje.” Ik liep naar binnen en deed wat me gezegd was.

“Alsjeblieft.” zei ik tegen Alexander. Die pakte de snack gretig aan en begon meteen te eten.

“Zag je dat?” zei Brrrr, toen ie weer thuis was. “Hij kon niet wachten.”

“Ze zijn ook te lekker.” zei ik. “Kijk.” Ik hield de post omhoog.

“Getsie.” zei Brrrr. “Ze zitten onder de vlekken.”

“Ondanks ‘t servetje.” zei ik.

[Twee dingen stonden vast: Alexander leeft en post bezorgen is vet.]

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.