11-11-1989Leestijd 1 min

Vijftien jaar geleden werd ik wakker doordat mijn moeder mijn naam fluisterde.

Mijn vader had een onrustige nacht gehad en daardoor had mijn moeder geen oog dicht gedaan. Het was vroeg, ik meen een uur of vijf, zes in de ochtend. Ik was net zo wakker als mijn moeder en stond meteen naast het bed.

Mijn moeder wilde wat doen in de keuken maar ze durfde mijn vader niet alleen te laten. Of ik even bij hem wilde liggen. Ik knikte.

Toen ik bij mijn vader lag werd hij even wakker en sprak woorden waar ik tot op vandaag bijzonder fier op ben, maar die ik in mijn hart bewaar. Hij sloot zijn ogen en sliep. Rustig, voor het eerst die nacht.

Mijn vader zou nooit meer wakker worden.

[En nu, na precies vijftien jaar, besluit Arafat ook op deze dag te sterven. Toen ik dat vanmorgen hoorde werd ik opstandig. Dat mag niet! Geen terrorist mag deze dag bezoedelen, dacht ik. Een onzinnige gedachte natuurlijk, maar ik dacht het wel. Maar ja, je doet er niks meer aan.

Overigens: wat mijn steunkous betreft — ik loop vandaag zonder het ding. In plaats van een nieuwe voor te schrijven heeft de dokter besloten dat ik hem nog maar eens in de twee dagen hoef te dragen. Ik voel me hulpeloos en naakt. Dwaas die ik ben.]

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.