Aan de stok

Nu we zo onder mekaar zijn, kunnen we toch best wel es wat eerlijk zijn, vind je niet?

We moeten wat bekennen. Of liever: Brrrr heeft wat op te biechten.

Kortgeleden kwam hij briesend thuis van zijn werk. Ik zal je de letterlijke scheldkannonade besparen. Maar het was niet fraai. Z’n agressie was gericht op een buurtbewoonster.

-“Weet je wat die (…) heeft gedaan?” Ik dacht aan moord, een milieudelict of dierenmishandeling. “Ze heeft vlaggetjes gespannen. Oranje vlaggetjes!” Hij keek me aan in de verwachting dat ik ook in woede zou ontsteken. Maar ik haalde mijn schouders op.

-“Nou en?”

-“Dat kàn toch niet! Niet hier! In Zuid misschien, maar niet híer!”

Later die dag had hij het er herhaaldelijk over. Hij kreeg het niet uit zijn systeem.

-“Ik knip ze er gewoon vanaf.”
-“Dat durf je toch niet.” tergde ik. Een vurige blik was mijn antwoord.

-“O nee? Ik doe het zo!”
-“Welnee.” wakkerde ik het vuur aan. “Je bent een watje.”

Zo werd het bermbrandje een flinke bosfik en voor ik het wist was Brrrr, in het donker, naar buiten. Met schaar en al.

-“Zo.” zei hij, toen hij terug was gekeerd. “Die krijgt ze er niet meer aan.”
Ik gaf hem een kus.

-“Zullen we nou gaan slapen?”

[In de stad heeft Brrrr nog veel te doen. Ik verwacht hem laat thuis, de komende tijd.]

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.