AardbeiLeestijd 1 min

Ik zie d’r uit als een aardbei.

Dat is niet normaal. Normaal lijkt mijn huidje meer op die van een perzikje. Zacht roze. Baby’tjes zijn jaloers op mij. Maar nu niet meer.

Een dag of twee geleden besloot de Grote Machinist van mijn lichaam dat het tijd was voor verandering. ‘Waarom niet aardbei?’ heeft ie waarschijnlijk gedacht. Eerst de armen en de borst en toen – pats! – het hele lijf. Als extraatje voel ik me d’r nog hondsberoerd bij. Rillerig en koortsig. Slaperig en moe.

Omdat ik alles wat een kind normaalgesproken krijgt al onder de leden heb gehad, dacht de dokter meer aan een allergische reactie. Omdat het zo plotseling is gekomen, dacht ie, zou het ook best plotseling weg kunnen gaan. Het schijnt het adagium in 90% van de wachtkamergevallen te zijn. De dokter heeft me pilletjes gegeven. Tegen jeuk en zo.

Geheel in stijl kwam mijn lieve moeder langs. Met aardbeien. Ze is zo’n schat!

-“Ik heb gelezen dat je er zin in had. Deze zijn van de koude grond.”

Paul had gelijk. Gezegd moet worden dat ik in geen jaren zulke lekkere aardbeien heb gehad. De geur alleen al. En dan de smaak! Bij een goede aardbei loopt me het water in de mond.

[Maar ik betwijfel of iemand dat nu ook van mij vindt.]

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.