AdemLeestijd 1 min

Al wat tanden heeft, bijt vroeg of laat. Jim Meuse

“Ik zie steeds minder kapweigeraars,” zei hij, terwijl we naar de voorbijgangers keken.

“Logisch,” zei ik, om te laten horen dat ik ook wel eens wat las, “een Schots onderzoek wijst uit dat deze mensen vaak anti-sociaal zijn.”

“Onderzoek,” hoonde hij, “dat is precies waar zij zich ook op beroepen. Toen ik studeerde leerde ik dat je met onderzoek alles kunt bewijzen wat je wilt. En het tegendeel net zozeer. Zolang je maar de juiste vragen stelt.”

“Waarom draag jij eigenlijk een kapje?” wilde ik weten.

“Voor mijn tanden,” zei hij.

“Voor je tanden?” vroeg ik.

Hij knikte.

“Yep,” zei hij, “toen ik dat kapje begon te dragen rook ik pas echt mijn eigen adem. Man, wat een putlucht – ik had geen idee!”

Hij lachte hard en breeduit – voor zover ik dat zag.

“Ik heb niet eerder mijn tanden zo goed gepoetst,” zei hij. Hij snoof. “Heerlijk fris,” genoot hij.

Standaard