Afscheid

Een kerk, een koor, een kist. Kaarsen, wierook en wijn. Een ‘in memoriam’, een lezing, een preek. Een tocht naar een kerkhof, naar een gat in de grond. De kist in dat gat gezakt. Rozen en bloemblaadjes als een laatste groet op die kist. Dan: condoleances en koffietafel. En toch nog lachen. Dan is het voorbij.

Ik was vandaag veertien jaar terug in de tijd. Toen: overweldigde deelnemer, nu: betrokken deelgenoot. Afwisselende emoties, vanuit dit moment of geput uit veertien jaar oude en weggestopte herinneringen. Mijn vader’s dood en die van mijn oom leken ineen te vloeien.

Dit voelt niet eerlijk, niet naar mijn neef en nicht. Hun vaders overlijden kan niet, màg niet verweven raken. Ik moet niet vergeten hoe verontwaardigd ik veertien jaar geleden was, wanneer men mij vertelde met mij mee te leven. Donder op! Meeleven? Wat wisten zij van mijn vader? Van zijn ziekte? Van zijn sterven? Hoe het was om zonder hem achter te blijven? Verder te moeten? Waar haal ik dan de euvele arrogantie vandaan andermans verlies te vergelijken met het mijne?

(…)

Dag ome Jo. Doe je de groeten aan mijn vader?

(Overigens heet ome Jo eigenlijk Joop. Mijn familie heeft een beetje een namentik. Zo heet ome Broer eigenlijk Gerard – geloof ik. En tante Zus luistert ook naar Lenie. En tante Dorrie wordt niet graag Dut genoemd, maar liever Dojje. Maar mijn moeder spant, vind ik, de kroon. Mijn neefjes en nichtjes noemen haar Piet. Tante Piet.)

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.