AlaafLeestijd 1 min

Het najagen van perfectie vormt vaak een belemmering voor verbetering. George F. Will

“Ze hebben wel pech gehad met het weer,” zei de man van het stel. Ze waren uit Maastricht gekomen, waar zojuist het carnaval was losgebarsten.

“De prinsenwagen mocht geeneens rijden,” vulde zijn vrouw aan.

De man schudde zijn hoofd.

“En de optocht duurde nog maar een uurtje,” zei hij, “te triest voor woorden.”

Ze keken naar buiten, waar het net zo raasde als in het zuiden.

“We wonen midden in de stad,” zei hij na een tijdje, “dan ontkom je niet aan de vrolijkheid.”

“En tot diep in de nacht,” knikte de vrouw, “dat is gewoon niet leuk meer.”

“Tenzij je je elke dag laat vollopen,” zei de man.

“Maar daar hebben wij geen zin in,” zei de vrouw.

“Dus,” zei de man.

“Dus kwamen we hier,” zei de vrouw.

“Hier is het ook niks,” zei de man.

“Maar er is hier in elk geval geen feest,” zei de vrouw.

Standaard