BaardLeestijd 1 min

De wachtkamer op het perron was verlaten, op een jongen in lange jas na. Ik ging zitten en sloeg de krant open. De jongen boog zich naar mij. Zijn ogen probeerden zich te focussen. Ik zag dat hij zich een dag of twee niet had geschoren.

“Mag ik u even storen?” vroeg hij.
“Natuurlijk.”
“Waarom hebben de mannen van vandaag geen baarden?”

Ik dacht na. Goede vraag.

“Ik zou het echt niet weten.” De jongen zuchtte en dook terug in zijn jas. Maar zo makkelijk gaf ik niet op.

“Heeft u zelf een idee?” vroeg ik.

De jongen schudde zijn hoofd. Toen keek hij op.

“Neem nou de Romeinen en de Grieken.” hervatte hij ineens. “Geen baarden. Nu waren die Grieken wel de grootste homo’s.”
“Maar die hebben ook baardgroei.” moedigde ik hem aan.
“Precies.” Weer was de jongen stil.

“Als ik nog even mag storen?” vroeg hij. Ik knikte.
“Waarom heeft u geen baard?”
“Ik vind het ruiken.”

De jongen hief zijn hoofd schuin omhoog en snoof enkele malen.

“Mmm.” zei hij nadenkend. “Ik ruik niks.” Hij keek me aan.
“Ze zeggen dat de mannen te veel op elkaar gaan lijken,” zei hij, “Wanneer ze allemaal baarden hebben.” Hij schudde zijn hoofd. “Maar dat is niet waar.”

De trein kwam voorgereden. “Ik moet instappen.” zei ik. De jongen knikte.

Toen ik de krant weer aan het lezen was in mijn coupé, kwam de jongen nog een keer langs.

“Dick?” riep hij. “Dick!”

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.