De Blijde Boodschap

Het is het antwoord niet dat verlicht, maar de vraag. Eugène Ionesco

Mahmoud had een boek bij zich, net als bij onze eerste ontmoeting. Op dezelfde plek waar ik kort ervoor de Poëet terug had gezien stond hij ineens voor me. Zijn rug rees rechter en zijn ogen zagen helderder dan ik had durven denken voor iemand die ik inmiddels in een inrichting vreesde — of erger. Hij schudde mijn hand.

“Hoe gaat het met je?” vroeg hij aan mij, in plaats van andersom. Ik verhaalde in het kort en zo ontspannen mogelijk de laatste jaren. Toch moesten er wrok en verbittering doorheen hebben geklonken, want hij schudde zijn hoofd.

“Jij hebt je plek, net als hij,” zei hij, “wat er ook is gebeurd. Vergeet dat niet.” Het klonk bijna als een beloken boodschap op een prentbriefkaart. Toch dorst ik er niet om te lachen.

[Ik heb het eerder ervaren: wanneer het er op aankomt, verliest cynisme het van ethiek. Zeker in december.]

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.