GerichtLeestijd 1 min

Er is een tijd om de roos te plukken en een tijd om zich de geur te herinneren. Marcel Jouhandeau

Opa liep midden op straat. Dat hij Opa was, hoorde ik van de kleine jongen die even achter hem liep. Netjes op de stoep, dat wel.

“Opa,” zei die, “je loopt midden op straat.”

“Er komt niks aan,” bromde Opa, die niet in de stemming was gecorrigeerd te worden. De kleine jongen leek wat dat betrof op hem, dat merkte je meteen: hij trok zich helemaal niks aan van een excuus.

“Je loopt midden op straat, Opa,” zei hij nog eens, “dat is gevaarlijk.”

Met onverbloemde tegenzin ging Opa aan de kant.

“Zo goed?” mompelde hij, zodat de kleine jongen het niet hoorde.

Die zei ook niks, tot er een ander op het voetpad hen tegemoet kwam.

“Je moet opzij, Opa,” riep de kleine jongen, “anders word je ziek!”

Met een flinke vloek en grote passen stapte Opa terug de weg op.

“En nu blijf ik godverdomme hier,” raasde hij.

Standaard