GestildLeestijd 1 min

De vlinders van je gedachten zijn je dromen. Eric de Preester

Ik wist niet dat ik zo stil kon zijn.

Het was die vrouw die iets wilde weten, waarvoor ik haar lidmaatschapskaart nodig had.

“O ja,” zei ze, waarna ze haar portefeuille pakte en tussen de pasjes begon te zoeken.

Dat lukte niet meteen.

Terwijl ze haar platvink leegde, dwaalden mijn gedachten af – of zeg ik dat goed? Het was niet dat ik echt afdwaalde, ik verdween in mijn gedachten. Zeg ik dat goed? Het was niet zozeer dat ik verdween als meer dat ik oploste in mijn geest. Ja, zo zeg ik het goed. Ik loste op in mijn geest.

Voor zo lang het duurde was ik ergens zonder tijd of ruimte – en het was leeg – in de meest complete zin van het woord. Ik was gevuld met leegte, bedacht ik naderhand, en zo was het. Niets was even alles.

“Ik heb hem,” zei de vrouw ineens.

Verdomme, dacht ik.

Standaard