HelderLeestijd 1 min

Foto: Rick Kewal Gademann
Hier heeft de wintervorst zijn zetel opgeslagen;
hier is zijn erf! zijn rijk! hier zijn geen lentedagen.
Hendrik Tollens

Dat ik niet gediend bleek van ijs en sneeuw beantwoordde hij met een betoog over zijn dochter en de KLM.

De jonge vrouw was namelijk boer, vertelde hij. “En dus nogal mistrouwig tegenover de overheid,” achtte hij ontegensprekelijk, “zeker na die bovenmatige steun aan de blauwe luchtklievers, terwijl de landbouw en veeteelt aan de achterste mem hingen. Heb je je trouwens afgevraagd waarom het zo wintert?”

Ik was wat verrast over de koers die de man voor dit gesprek had gekozen. Ik schudde dus mijn hoofd. Hij trok knakkend zijn mondhoeken omhoog, omdat hij er wel over had nagedacht.

“Dat zal ik je vertellen,” zei hij, “omdat de dampkring sinds lang niet meer zo helder is geweest, nu het vliegverkeer in louter beperkte mate is afgenomen.”

Hij knikte zodanig dat het bijna pedant werd.

“Geniet dus maar,” gluipte hij, “want na de corona zal het niet meer zo snel vriezen.”

Standaard