Het lot

Noem me dwaas, maar ik begrijp de mensen niet die willen werken.

Ik zeg dat hierom: nu we het einde van het jaar naderen wordt er weer kwistig gestrooid met allerlei loterijen waarbij reusachtige prijzen te winnen zijn. De topper is — geloof ik — twintig miljoen euro. Met zo’n prijs (en met minder ook, hoor) ben je er toch wel van verzekerd nimmer meer ene vinger uit te hoeven steken.

Over zoiets praat men.

-�Ik zou er niet aan moeten denken,� hoor ik tot mijn verbijstering mensen zeggen, �dat ik nooit meer zou hoeven te werken.�

Ik spreek die verbijstering ook uit.

-�Ik ben verbijsterd.� zeg ik dan.

Maar blijkbaar ben ik dus dwaas. Want het willen werken zit de mens in z’n genen. Blijkbaar. Nou — niet in de mijne.

Ik zou dolgraag mijn tijd willen verdoen met uitsluitend de dingen die me aanstaan. Musea, restaurants, reizen. Dat klinkt me veel aantrekkelijker in de oren dan vijf dagen in de week de slaaf zijn van de wekker.

[Mocht jij dus die onfortuinlijke zijn die die twintig miljoen toucheert, dan help ik je graag van die ellende af. Brrrr ook, hoor.]

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.