Het vuur aan de schenenLeestijd 1 min

Het is vandaag geen maandag: het is dinsdag. Morgen is het woensdag. Ik zal dan om elf uur ‘s ochtends worden gecremeerd. Ik heb het zelf gedroomd.

Het zat namelijk zo: ik was ernstig ziek. Een of andere allergie maakte dat ik overal vlekken op mijn gezicht kreeg. Je begrijpt dat zoiets niet kan duren. Mijn einde naderde en ik wist het. En, voortvarend als ik ben, greep ik dit voldongen feit aan om mijn eigen uitvaart te regelen.

Met de meneer en de mevrouw van het crematorium maakte ik alvast afspraken. Zoiets kun je immers niet aan iedereen overlaten. De gesprekken waren vruchtbaar. Mijn afscheid zou nog lang een onderwerp van gesprek zijn.

Opgelucht en enigszins opgewonden keerde ik huiswaarts waar ik nog een potje Oil of Ulay ontdekte. Ik wreef het smeerseltje over mijn vlekken en zie — mijn huid was weer babybilletjesblank! In eerste instantie was ik erg opgelucht. Toen dacht ik aan m’n crematie. Die was misschien toch iets te overhaast geregeld.

Toen ik dit aan de meneer en mevrouw van het crematorium meldde, reageerden zij ontsteld.

“O nee, meneer!?” protesteerde de mevrouw, “Dat gaat echt niet. De kaarten zijn de deur al uit.”
“Bovendien is het morgen.” zei de meneer. “Op zo’n korte termijn kunnen we niks meer terugdraaien.”

Ik begon me zorgen te maken. Want bij nader inzien had ik eigenlijk niet zo’n trek om levend gecremeerd te worden. Ik legde mijn probleem voor aan het uitvaart-duo.

“Als u daarover in zit,” zei de meneer zichtbaar opgelucht, “Dan kan ik u geruststellen. We hebben nog nooit klachten gehad.”

[Dat heb je als je op één dag IKEA en Six Feet Under combineert.]

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.