Honorarium

16750847012_2584f560b4_o

Het was tamelijk rustig in de coupé, ik nagelde m’n vingers om de balpen en mijn notitieblokje lag op de desk. Kon mezelf niet concentreren, de drie personen die ik vanuit mijn ooghoek observeerde gedroegen zich vreemd. Ik moest en zou het weten, dus legde ik de balpen even neer. Keek naar de raam links van mij, zodat ik het drietal kon schaduwen door middel van hun reflecties. Er zat een vrouw in hun midden, een debutante dame die zich verborg achter een schimmige krant. Het leek erop dat zij niet wilde dat iemand hen kon horen. Mijn ogen puilden uit van nieuwsgierigheid, want ze verkromde de krant zodanig, alsof het leek dat ze er niet bij hoorde. Ik doorzag dat uiteraard, maar bleef anoniem op de achtergrond.

Toen zag ik het, een aanwijzing dat ze elkaar wel degelijk kenden. De debutante dame hief haar hoofd en knikte. Ze wees naar een artikel van de ochtendkrant en keek naar de heren. Ving de glimp op door de ruit, hun reflecties brachten mij steeds dichterbij. Ik wist bij mezelf dat ik in de buurt was van een onopgeloste puzzel. Mijn handen begonnen te trillen van de zenuwen, ik had deze intensiteit nog nooit gevoeld. In al mijn zaken die ik in het verleden had was dit het meest zenuwslopende. Pakte de balpen weer eens op om aantekeningen te maken. Uiteraard zo discreet mogelijk, ik ken de privacy-wetten en die houd ik hoog in ‘t vaandel. Het hoort erbij.

“Kijk naar dit artikel, dit is de volgende slag.” fluisterde de dame. “Dat levert niets op.” antwoordde de man met de bolle hoed. “Wat is de waarde van het pandje?” vroeg de tweede man. “Zie hier de kroon, omcirkeld en wel.” “Tja je zult wel gelijk hebben, hoe zit het met de, je weet wel.” “Wordt voor gezorgd, laat dat maar over aan een vrouw. Ik kan nog wel meer dan bij het aanrecht staan.” grinnikte de dame. “Je bent onze hoofdpersonage.” grapte de man met de bolle hoed.

De man met de bolle hoed keek plots in de richting van mij. Ik schrok, want ik was geconcentreerd bezig te puzzelen in hun doolhof. Hij fronste z’n wenkbrauwen en keek weer naar het raam dat naast hem was gesetteld. Ook hij gedroeg zich te opvallend. Ik wist het niet zeker, maar volgens mij zijn het die. Nee dat kan niet. Toch? De debutante dame trok de krant ditmaal nog dichter naar haar toe en keek met haar hoofd naar links en rechts. Ze herhaalde de bewegingen in snelvaart, toen wist ik het, de omcirkeling moest het zijn.

“We zijn niet alleen heren. De man naast me bespiedt ons al een tijd door de ruit.” “Laten we één voor één verkassen.” fluisterde de man met de bolle hoed. “Zo rustig mogelijk, zodat we niet opvallen.” “Goed plan, we bespreken dit op een later tijdstip.” “Zal ik als eerste gaan, we zijn er toch bijna.” “Ik ga als allereerste heren, ga naar het damescloset om de neus te poederen.”

De conducteur kwam aangelopen om een signaal te geven bij de intercom en riep de halte op van eindbestemming Victoria. M’n debutante dame liep op de man af om hem te vragen of hij de krant wilde weggooien. Fout nummer één, dacht ik bij mezelf. Eureka, dit is mijn kans, ik wachtte tot de heren ook zouden opstaan. De man met de bolle hoed, die deed alsof hij constant naar buiten keek, liep als tweede weg naar de deuren. Een minuut later stond de derde man op met zijn houten koffertje. Het koffertje geraakte in noodweer open en ik kwam ter plaatse om de papieren behulpzaam te verzamelen. Door de snelheid van de trein waren alle papieren van de mijnheer verslingerd door de hele coupé. Ik raapte zo snel als ik kon enkele bij elkaar. De mijnheer begon zelf ook met het papier te vechten. Het leek wel alsof het zijn hele hebben en houwen was.

“Alstublieft mijnheer, uw papieren.” “Ja dank u wel.” bromde de man. “Als u mij nou wilt excuseren.”

De mijnheer leek enorm gehaast alsof de wind zijn snelheid gaf en de trein hem liet glijden over de baan. In ieder geval wist ik het mysterie te ontfutselen. Dankzij de laatste aanwijzingen, was ik mezelf er van bewust dat de heren en dame geen gewone mensen waren of vreemden van elkaar. Zij kenden elkaar en waren bezig met de bekokstoving van het jaar. Het was tijd om uit te stappen, de conducteur gaf aan dat onze eindbestemming was bereikt en dat we konden overstappen.

“Zou ik die ochtendkrant van u mogen, ik lees nog al graag ziet u.” “Natuurlijk meneer.” antwoordde de conducteur. “Fijne reis nog verder, tot ziens.”

De frisse lucht rook naar den, en gaf een lichte briesje. Heerlijk, eindelijk, wat een verademing na zo’n lange reis.

Voor mij, zag ik het drietal geniepig afscheid van elkaar nemen. Het was hectisch, maar kon het nog meepikken. Ze lieten de debutante dame alleen. Ik liep op de dame af, en tikte op haar schouder.

“Mevrouw u staat onder.” “Pardon, ik sta onder wat?” “Nee niets, uw hoed waaide er bijna af.”

“Ik weet wie u bent, houdt u zich niet voor als een domme. Over mijn lijk dat ik een smies mij laat pakken.”

De debutante dame duwde de man uit verdediging, hij verloor zijn evenwicht en viel van het perron. Er kwam een trein in aantocht. Het was kiezen of delen op dat moment. Ik belandde op de baan en wist mezelf net op tijd te redden van een tragedie. Niemand zag me, niemand wist dat ik daar was, door de menigte zag ieders mij als een geest. Het had finaal kunnen aflopen, maar dat werd het niet. Stond voor een keuze die ik tegen het einde al doorhakte. Niet de goede, want anders zat ik aan de overkant, net als jij.

“Zo zie je zoon, ook papa maakt fouten.”

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.