Ik zie, ik zie

bril

Het leven: pampers, steunzooltjes, een brug voor de tandjes, een bril, een stok. Een leunstoel. Hugo Raes (1929)

“Ja maar,” stamelde ik, “Ik ga ook veel te laat naar bed. Da’s niet goed, natuurlijk.”

De vrouw tegenover me trok haar mondhoeken omhoog.

“Mmm.” zei ze.

“Nee, echt waar.” probeerde ik mijn positie te versterken. “En ik slaap ook nog es veel te kort.”

De vrouw ging verder met waar ze mee bezig was en scheen niet van mijn argumenten onder de indruk.

“En ik eet niet altijd gezond.” voegde ik toe aan het rijtje. “En misschien drink ik wel teveel.”

Ik knikte heftig. “Want ik drink wat af! Poeh hé. Zo!” Ik pauzeerde een moment.

“En.” zei ik bijna wanhopig, “Ik ben d’r toch ook nog es nog veels te jong voor! Toch?”

De vrouw maakte een eind aan mijn illusies.

“Het is onvermijdelijk op een bepaalde leeftijd.” was haar korte maar onverbiddellijke vonnis.

[Ik zal mijn lot onder ogen moeten zien. Het nieuwste symbool van mijn vorderend verval is al besteld. Binnenkort heb ik een leesbril.]

Standaard

4 gedachten over “Ik zie, ik zie

  1. Ach, sinds Jamai zijn brillen toch weer helemaal terug?
    Draag er al jaren een, naar volle tevredenheid.

    {Mowl: ik ben met een brilletje geboren – daar gaat het niet om. Maar een léésbril! Dàt!}

  2. Zat je in gesprek met Rita? Dat van dat niet onder de indruk zijn van argumenten gaf wat weg.

    {Mowl: ik zou nog eerder tussen een roedel hyena’s gaan slapen dan in een stoel plaats te nemen om door Rita te worden behandeld.}

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.