KantelingLeestijd 1 min

Niets prikkelt de massa zozeer, als wanneer zij door iemand gedwongen wordt haar mening over hem te herzien. Herman Hesse

“Het meisje stond gewoon stil op het pad en toen ik ernaar vroeg ging ze niet opzij. ‘Waarom zou ik?’ vroeg ze, ‘ik heb toch geen corona.’ Nu vraag ik je, wat een onzin. Dat zei ik ook tegen haar: ‘Kan best zijn, maar misschien heb ik het wel,’ zei ik. Toen reageerde ze alleen nog maar door haar schouders op te halen. Nou vraag ik je.”

Collega I. had ik al een tijd niet meer gezien of gesproken. Ik overviel haar met mijn klachtenlitanie. Ze houdt van kinderen, namelijk.

“Ach gut,” smuilde ze, “wat fijn dat dat meisje nog zo onschuldig is. Hopelijk blijft ze dat heel lang.”

Het was niet echt de reactie die ik had gehoopt. Ik voelde me gecorrigeerd in mijn verontwaardiging, waar ik eigenlijk een medestander in haar had gezocht.

“Ja, nee, natuurlijk,” kantelde ik, “heel fijn, bedoel ik.”

I. zei niks, maar heel nadrukkelijk.

Standaard