KennisLeestijd 1 min

Foto: Rick Kewal Gademann
De gedachte verliest als de dingen haar overweldigen. Arletty

Hij stond al even glimlachend naast me, alsof we een geheim deelden waar ik niks van wist. Uiteindelijk besloot hij mijn ongemakkelijkheid te breken.

“Ik ken je,” zei hij, “we hebben op dezelfde school gezeten.”

Mijn brein moest ineens de opdracht verwerken om alle kaartenbakken die het ooit had opgeslagen subiet te doorzoeken.

“Maar jij kent mij niet,” zei hij alsof het al niet erg genoeg was, “ik zag je op internet en daar las ik dat, van die school.”

Dan noemde hij de namen van directeuren en docenten die ik ook had gekend. Maar in plaats van een verbondenheid die hij mogelijk wilde creëren, veroorzaakte hij een kregel alsof hij de binnenzak van mijn jas had geleegd en doorzocht.

Mijn aanvankelijke ongemak was degout geworden. Onterecht ongetwijfeld, want voorzeker goedbedoeld.

“We moeten binnenkort maar eens koffie gaan drinken,” vond hij.

Ik was voor eens blij dat alles gesloten was.

Standaard