Kou

-„Waar zit je?” vroeg mijn moeder gisteren.
-„In de stad.” sprak ik tegen de telefoon. „Brrrr wilde naar de markt.”

-„Ach jongen toch!” protesteerde mijn moeder aan de andere kant. „Het is toch veel te koud.”

Zonder dat ze het kon zien knikte ik.

-„Brrrr zegt dat het gezond weer is.” probeerde ik hem toch te verdedigen.

-„Het mist! Het is vochtig!” bracht mijn moeder daar tegenin.

Ze had gelijk.

[Brrrr is gisteravond vroeg naar bed gegaan. Hij was niet lekker. Hij voelde zich verkouden en klaagde over hoofdpijn. Mijn moeder heeft altoos gelijk; dat moest ie nu toch wel weten.]

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.