Lezen

Regen lijkt nooit zo nat als op zondagmiddag. Dan Bennett

Hij had het boek beetgepakt alsof hij aan een graf uit de heilige schrift moest voorlezen. Zijn lippen prevelden ook in die trant. En alhoewel er niemand te betreuren viel – of misschien temeer daardoor, vond ik het aandoenlijk hoe hij zijn woorden proefde: één voor één, alsof hij elk doppertje afzonderlijk smaakte, in plaats van ze op een grote lepel naar binnen te kauwen, gelijk het grauw van ons dat doet in het gemeen.

Hij sloeg een pagina om, waarbij hij zag dat ik hem bekeek.

“Pagina elf,” meldde hij. Het klonk bijna triomfant.

Ik glimlachte, enigszins beschaamd dat ik betrapt was op mijn bespieding. Ik wilde iets zeggen ter compensatie, maar hij was teruggedoken in zijn papieren wereld. Dus deed ik er maar het zwijgen toe.

Voor hem was het niet gedaan echter. Hij keek nog eens op en glimlachte.

“Het boek begint pas bij pagina negen,” smuilde hij.

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.