LuikjeLeestijd 1 min

Wat idioot is, is niet noodzakelijk vervelend. Wolinski

“Ik voel me melancholisch, maar niet onprettig,” reageerde ik op de bekommernis van Lief na het acht slaan op mijn gelaatsuitdrukking.

Dat kon beter omschreven. De gepaste vergelijking kondigde zich onmiddellijk aan.

“Het is alsof ik me achter het luikje van een automatiek in een cafetaria bevind, zittend naast een net wat langer dan verantwoord warmgehouden kroket,” lichtte ik toe.

“Juist,” zei Lief. Ik negeerde de ingehouden ondertoon die me duidelijk moest maken nu helemaal de weg kwijt te zijn en stond op.

“Dit is eigenlijk best wel geniaal,” oordeelde ik ingenomen, “dat moet ik opschrijven.”

Ik ging naar de belendende kamer en opende de schootrekenaar om het kennelijke vernuft te noteren. Dan sloot ik het deksel weer en dacht na over de tekst. Een onderhuidse neiging kwam, ontstoken door de woorden, tot een niet te negeren uitbarsting.

“Liefste,” riep ik naar de eetkamer, “zullen we straks een frietje halen?”

Standaard