Misverstand

Ze zag me al aankomen Rianne, ik, met mijn verwoeste gezicht vol met littekens en brandwonden. Ik, die haar nachten zou warm houden, ik die haar zou moeten beschermen. Ik van de kustwacht, vol met schades door het lijf, ik die haar zou omarmen en ik die naar de omstandigheden smachtte naar haar lijf, geur, en bloesem. M’n smacht naar zeeslag geraakte intens over de wederom falende weken, moest mezelf weerhouden, maar het kon niet anders.

De poging moest er van komen. Met m’n verrekijker ving ik Ria op in de chaos. Als de verliefde man keek ik naar haar woning aan het strand en als de man van haar dromen zou ik haar vastklemmen. Haar indruk van mij was niet terughoudend. Waarom niet? dacht ik bij mezelf, maar dat gedeelte zou pas voor latere zorg zijn, als ‘t doelwit weer in het vizier was.

De koestering moest gaan gebeuren, na alle onzekerheden, slapeloze nachten en de vlinders die maar door sjeesden tot aan m’n hersenkronkels. Bevestiging moest bevestigd gaan worden en de nee zal geen nee zijn, dat weet ik zeker, dan had ze zich niet moeten geven. Met trillende knieën sta ik enige tijd mijn liefje in de gaten te houden, kan mijn verrekijker nauwelijks meer in bedwang houden. Ik weet dat ze er van houdt, dat moest wel. Ze vindt het niet erg om een andere rol aan te nemen. Integendeel, zo houden wij het spannend, dit is onze manier van ‘hard to get’. Haar raam zag opeens beslagen van de douche. Het instinct van mijn militaire discipline kwam tevoorschijn om aan te kloppen, dus deed ik dat.

Onze deur van liefde raakte gestrand in de storm van hormonen. Ik had de donder en bliksem in de schoenen en toen sloeg de deur open.

“Johan, wat doe jij nou hier?”, vroeg Rianne. “Weet je wel hoe vroeg het is. Moest jij niet pas om tien uur bij de kustwacht zijn, tenminste zo had ik het wel vernomen.” herhaalde Rianne zich. “Eén van je collega’s op de boot zei dat gisteren. Nee, wacht eens even, je bent zo vrij als een vogel als ik mezelf niet vergis, dat gold voor donderdag, besef ik me ineens. Is dit een onverwachts bezoek, je mag wel binnenkomen, als je dat wilt.” zei Rianne melig.

Stapte naar binnen met de blik van een ja-knikker, de alleswetende, maar koesterende man van Ria. Onze vleugels spreidden zich uit en in de bekommering van dauw wilde ik het bewapenen. De vraag in mijn achterhoofd bleef steken bij, ja ik wil met je trouwen Ria, ja ik wil er voor je zijn, in voor en tegenspoed. Ik zal mezelf voortbewegen voor je Ria en niets zal ons stoppen. Onze liefde is de kracht van de feniks, die steeds doodgaat en zichzelf weer herrijst door het vuur dat stilstaat en weer doorvaart.

“Ik moet je wat vertellen Rianne.” antwoordde ik. “Sinds onze eerste dagen ben ik al smoor op je. Jij en ik, dat zie ik wel zitten, lijkt het je wat Ria?” herhaalde ik aanschouwend.

“Johan, ik ben sprakeloos.” reageerde Rianne. “Ik weet niet zo gauw wat ik moet zeggen, anders dan, dat ik al een relatie heb. Ik hou niet van je en ben niet verliefd op je.”

“Rianne, met wie ben je aan het praten schat?” riep Mathilde luid.

Onrustigheid van de kamer werd overmand door de schaduwen en leed was gevolg van dien.

“Wie is dat, is zij degene die jou heeft afgepakt van mij.”

M’n hart bonsde op en neer, kreeg er de grip niet meer op, een achtbaan die maar bleef kraken, dacht ik.

“Johan, alsjeblieft, nee, doe het niet, je begrijpt het niet.”

De trekker verloor zijn evenwicht, kon er niets aan doen. Dit was samen zijn, alles of niets, op dat moment was het een bevrijding door de liefde. Angsten, onzekerheden vielen van mijn schouders en de dam brokkelde geheid af.

“Onze sessie zit er weer op voor vandaag Johan. Ik weet op het moment voldoende, we moeten het niet overhaasten, morgen is er weer een dag.”

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.