Mystieke Lotus

Wanneer de vleugels spreiden zal er een ontvangst zijn.

Wanneer de vleugels spreiden zal er een ontvangst zijn.

Plotseling zag ze zwart voor haar ogen en geleidelijk aan verdween de lotus van de vensterbank. De zijde van roze veranderde in een duistere zwarte kleur, en een zonlicht schemerde door de kamer. Opeens kon de koningin geen licht meer baren. Ze werd doorbroken door een bloem, die deel uitmaakte van haar binnenste. Tot het afstierf. Nostalgisch spiegelde haar evenwicht in een schaduw. Er overspoelde een rumoerigheid die ze niet zag aankomen. Haar landgoed was niet meer hetzelfde.

“De vloek is uitgekomen.” schreeuwde de koningin. “Ik zie gif om me heen.”

In hetzelfde ogenblik stormde één van haar dienstmeisjes binnen, die de schreeuwpartij hoorde, buiten het paleis. De koningin had vaker van dit soort aanvallen gehad, maar die bleken meestal gevaarlijker. Dit keer zag de koningin er niet verbitterd uit, eerder zorgelijk. Wat het kon zijn wist Marie nog niet. Maar daar zou ze snel genoeg achter komen.

‘Uwe majesteit, waarom schreeuwt u zo hard!”

“Er is iets met mijn ogen sinds die verdraaide lotus dood is. Alles vooruit en of achteruit weergalmt zich in het zwart-wit Marie. Waarmee mijn lot en leven in de handen liggen van die verdraaide vloek des doods.”

“Heeft u iets gedronken?” “Hoe kom je daar zo bij? Ben zo nuchter als een paard.”

“Zomaar.” mompelde Marie. “Een klein vraagje. Ziet u mij nu ook zwart-wit?”

“Kan geen kleur voor ogen houden. Echt waar, pieker en ijsbeer al een uur door de kamer. Wil je weten waar ik over bazel?” Marie knikte. “Ja graag.” “Het is een geschiedenis waar ik al jaren mee zeul.”

“Zo vertelde mijn grootmoeder me hier ooit over. Dat de vloek een legende zou zijn geweest. Zelf wilde ik het nooit geloven, noch wilde ik er van dromen of het vasthouden. In die tijd was ik tamelijk jong, welliefst zeven. Ze vertelde erbij dat men die nooit kon liefhebben zou sterven als de lotus die vanbinnen zweefde. De enige manier om er uit te komen was echte liefde.”

“Die ik nooit te nimmer heb meegemaakt in mijn hele leven. Weet niet hoe het voelt, hoe het streelt, hoe het raakt, of hoe het zich verdringt door mijn ziel. Pure liefde zou de hemel opslokken, volgens grootmoeder.”

Dan lachte de koningin innemelijk met haar rechterhand voor d’r mond, zoals geisha’s dat vaak deden.

“U zweert dat u niets, maar dan niets heeft gedronken.’’ Met samengeknepen ogen schudde de koningin haar hoofd. “Wat gebeurt er nu?” vroeg Marie. “Bent u ziek of gaat u dood.”

“Als de vloek zich effent ben ik binnen de kortste keren weg, dus dood. Mocht alles kloppen natuurlijk.
Maar laten we er vooral geen grote drama van maken. Vergeet wat ik heb gezegd en houdt het voor je.” “Natuurlijk majesteit, zoals altijd.” “Loop je met me mee, want ik heb het vereerde behoefte om een frisse neus te halen.”

Daar ging Marie weer met een iets minder vrolijk gezicht, maar nu wist ze wat er tenminste speelde. Aan haar gezicht te zien was het duidelijk dat ze zich zorgen maakte. Ze keek om terwijl ze beiden door de deur liepen, maar geen woord dat gewisseld werd. Dan draaide ze zich en een rilling die nableef was te voelen. Het tweetal scheidde elkaars wegen bij de lange trap naar beneden. Het zat haar behoorlijk dwars dat de koningin vandaag of morgen er niet meer kon zijn. En dat is het lastigste. Tenzij.

Een zekere vrouw met een halssnoer van witte parels om haar nek en een zwarte cocktailjurk betrad de treden langzaam om naar haar veranda te gaan. Tree voor tree en stapje voor stap werd er verlegd. Haar lichaam begaf zich in rep en roer door het zwart-wit beeld dat ze zag. Zo grauw dat het aanvoelde, zo eenzaam het zich insloot en zo koud dat het zich opvrat. Dit gevoel voelde ze alleen wanneer het kwam en dichtbij was.

De koningin van ijzer werd nou breekbaar in haar ogen en haar handen trilde terwijl ze de leuning stevig vasthield. Toch verloor ze grip en greep snel de leuning. Bij de laatste tree kwam daar Toetan aangerend, de herdershond van de koningin die ze zo verachtte. Hij deed Agnes denken aan hem. De vader die het in zijn handen had, haar lot te bepalen. Dat terwijl ze liever vrij wilde zijn.

Voor even vroor ze stil en keek ze starend om haar heen. Herkenning was er vaag en alles leek onbereikbaar. Al gauw besloot ze door te lopen naar de veranda. Toetan bleef achter haar aanrennen alsof ie voelde dat er iets was. Dan greep hij de koningin met zijn bek aan de onderkant van de jurk. En trok er hard aan. Agnes struikelde over de drempel van de voordeur, maar hield haar zelf in balans. En maakte geen val.

De herdershond Toetan liep met de koningin naar de schommelstoel die links van de veranda stond. Daar zat Agnes dan te kijken naar de hemel met Toetan naast haar.

“Hoe moet het toch nu grootmoeder?” mompelde ze zachtjes. “Is dit het dan? Ga ik weg zonder echte liefde in me handen gehad te hebben? Raakt mijn hart dan nooit vol van liefde? Is dit hoe het is?”

Op hetzelfde moment raakte Toetan’s geduld op en sprong hij op de koningin’s schoot. “Scheer je weg mormel!” schreeuwde Agnes. “Ik haat je.” Toetan verroerde zich niet en bleef braaf zitten. Al wat hij deed was haar liefde geven en een troostige aai. Ze raakte ontroerd door de streling die krachtig op haar af kwam, want die voelde ze.

Ergens diep van binnen wist ze dat ze het niet verdiende. En kon ze het niet geloven dat ondanks dat ze Toetan veel pijn deed, hij haar juist liefde gaf die onvoorwaardelijk leek te zijn. Nou keek Toetan met tranende ogen naar de koningin. Ze keek terug. In de toenadering stopte ze met uitvluchten te bedenken waarom hem niet te mogen. Er viel een ballast van haar schouders en haar hart pompte een weg naar bevrijding. Dan voelde ze iets. Alles wat ze onderdrukte viel in een niemandsdal. Niets hield haar meer tegen.

“Zou het dan.” zei de koningin. “Ben jij mijn liefde?” ze aarzelde geen seconde erna. “Ik geloof het, ik weet het vrijwel zeker. Jij bent mijn echte liefde Toetan.”

De zonsondergang was net tevoorschijn of Agnes besefte dat ze kleuren begon te zien. Ze hield Toetan stevig vast en kroop hem dichter naar haar toe. “Een wonder ben je.” Dan kuste ze hem op de wang. Met open armen zat ze in het zonlicht naar een nieuwe begin.

“Het uitzicht is prachtig Toetan. Dat ik het met jouw nog zou meemaken.”

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.