Neerslag

In het hart van elke winter zit een trillende lente, en achter de sluier van elke nacht zit een glimlachende dageraad.: Kahlil Gibran

Terwijl ik rilde van december, liepen voor mij uit twee jongens onder de luifel van het café, toen de donkere van de twee de blonde opzij trok, voordat er een lading sneeuw op hem zou vallen. Er leek intussen geen syllabe van hun gesprek te zijn gemist. De blonde jongen reageerde niet verbaasd of geschrokken. Hij reageerde eigenlijk helemaal niet.

Even verderop herhaalde de scène zich. Tijdens het lopen trok de donkere jongen de blonde naar zich toe en bewaarde hem voor de sneeuwval meteen erop. Onderwijl praatten ze gewoon door, alsof er niets was gebeurd.

Het was of de donkere jongen de dreiging voorvoelde, zo quasi-achteloos beschermde hij zijn metgezel. En omgekeerd vertrouwde de blonde jongen blijkbaar volledig op de hoede van zijn kompaan.

Het was geen verrassing dat ze even verderop elkaars handen vatten.

Zo liepen ze de donkerende winter in. Ik had het ineens niet koud meer.

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.