Nergens

Mijn gebed tot de Heer is elke dag: ‘Ik ben een groot zondaar geweest. De hemel verdien ik niet. Laat me hier blijven.’ Andrés Segovia

De bleke maan wierp een vage schaduw achter het meisje in het midden van de straat. Ze keek naar boven, met open handpalmen langs haar lichaam, alsof ze het universum om genade smeekte – wat ze mogelijk ook deed.

Wie luisteren wilde, hoorde hoe ze sprak – of bad.

“Ik kan nergens heen,” zei ze. Het was een vaststelling, meer dan een klacht. “Ik kan nergens heen.”

Het was alsof ze op antwoord wachtte, dat, in elk geval niet-hoorbaar, uitbleef.

“Als ik wegga, komt hij me achterna,” zei ze, bijna gelaten. “En als ik blijf, dan ga ik dood.”

Nu vielen haar handen slap langs haar lijf, ze strekte haar nek en sloot haar ogen.

“O God,” zei ze, mompelend bijna, maar toch verstaanbaar voor wie hoorde, “waarom heeft u me niet laten sterven, toen dat kon?”

Het bleef stil. Dan zakte haar hoofd.

“Het komt vast wel goed,” fluisterde ze daarna.

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.