NescioLeestijd 1 min

Er zijn sommige dingen die ik opschrijf en die ik niet hardop zou durven zeggen. Paul Léautaud

“Voor wie mag het zijn?”

Ik mocht signeren. In elk boek dat ik aangereikt kreeg probeerde ik iets persoonlijks te schrijven. Maar meestal bleef het bij een vluchtige variatie op het voorgaande, als de tijd ontoereikend leek. Ik keek op naar de lezer.

De man die voor mij aan het tafeltje stond en mijn boek had gekocht leek bekend. Hij glimlachte ook als een bekende. Maar dan waren er veel in die klasse in te delen, die dag, zo had ik gemerkt.

“Voor mij, natuurlijk,” zei de man.

Ik glimlachte terug.

“Maar natuurlijk,” antwoordde ik. Intussen rolde ik gejaagd door mijn geheugen, om me te herinneren waar ik hem van kende en vooral: hoe hij heette.

Ik pakte mijn pen.

“Hij is leeg,” zei ik, “wacht even.”

Ik liep naar opzij waar Lief stond die iedereen wist, intussen wakend dat mijn glimlach niet verdween.

“Wie is die man?” fluisterde ik.

Standaard