Niet blij

Ik had vroeger een poes die van me hield. Dennis (dat was zijn naam) miste me als ik een paar dagen weg was. Als ie me dan weer zag sprong ie van vreugde wel een meter hoog. (Hij had in de tussentijd wel eten gekregen, hoor.) Dat gemis en die vreugde maakte me warm en week. Vakanties werden kortdurende tripjes – tot we eigenlijk helemaal niet meer weggingen. Dat konden we Dennis toch niet aandoen?

Hoe anders zijn onze huidige poezen.

Vanaf dat ik in het ziekenhuis was heeft Pimmetje mijn plaats ingepikt. Brrrr maakte het nog extra lekker voor hem, door er een kussen neer te leggen. Prinsheerlijk bracht Pim daar zijn dagen en nachten door. Af en toe es eten of de bak op – wat kan een kat zich meer wensen.

Groot was zijn teleurstelling dan ook toen ik weer terug was. Ik ging zitten op (zoals ik dacht) mijn ouwe plekje. Pim sprong meteen naast me en week niet van mijn zijde. Hij bleef me strak aankijken. Geloof me: daar kun je behoorlijk nerveus van worden, starende kattenogen. Het was duidelijk. Ik zat op zijn plek. Hij wilde, nee, eiste dat ik een ander plaatsje zou vinden. Pim was niet blij met mijn thuiskomst.

(Ik ben die eerste avond vroeg naar bed gegaan. Ik was nog niet opgestaan of Pim had zich al opgekruld op mijn plekje. Hij had heel wat slaap in te halen.)

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.