Ostago

17141166538_e81f68f7ed_o

In het vliegtuig bleek het rumoerig van inzittenden, die schreeuwden uit paniek. Vanuit de gordijnen kwamen stewardessen om passagiers gerust te stellen. Het haperde nou immens, alsof een storm het overnam en de piloot een foute bocht maakte. Christina vond haar eigen manier te ontsnappen aan alle commotie. Ze tuurde vanuit haar raam om het uitzicht te verkennen. In de verte zag ze plots iets merkwaardigs.

Christina wreef in haar ogen, kneep zichzelf, en realiseerde dat ze niet aan het dromen was. De schim verdween. Achter de horizon verdween het, als een mirakel die wachtte. In een wimpel zag ze het leed, nogmaals, die zich verschool in de wolken. Aan haar gezicht te zien was het ernstig. Het begon zich nu te vervormen in meerdere gezichten van hetzelfde. Ze zag hem overal. Het beeld wat zich in haar leven had voorgenomen, achtervolgde haar als geesten. Het was heibel, luguber ingenomen tot aan de laatste druppel.

“Zit je comfortabel meisje?” vroeg de stewardess. “Lust je misschien nog wat te drinken of iets te eten?”

“Nee dank u, de turbulentie maakt me al enige tijd misselijk.” antwoordde ze. “Weet u wanneer het ophoudt?”

“We maken dit soort bevingen vaker mee. Niets om je zorgen over te maken. Zal vast zo overgaan.”

De stewardess reed met haar trolley-kar verder en liet het meisje dat zich misselijk voelde in haar rust.

D’r vingers moesten langs het papier dat aanvoelde als de fluwelen vacht van een adelaar. Ze moest, daar waar het veilig voelde en gewaarborgd. Haar handen kregen een eigen leven, ze bibberde van hetgeen. Christina besloot te gaan schrijven na het vegen van haar onbedoelde tranendal en besloot met opgeheven hoofd het af te sluiten. Het was tenslotte over.

‹ Waarom zag ik hem? Is het niet genoeg geweest? De treeën die ik moest klimmen waren een dagelijks gevecht voor mij. Wanneer houdt het op? Ik wist de duivel te ontvluchten en daar was het weer, strak in de wolken. Iedere dag was mijn leven een ware hel. Genoeg is genoeg. De pijnlijke vergrepingen, die maar niet op hielden. Slapeloze nachten waren het, waarbij ik m’n handen bij elkaar moest rapen voor de volgende dagen. Niet-wetende. Aan een zijden draadje hield ik me sterk.

In hemelsnaam ga weg Max, je kunt me niet bezitten. Wil je me soms kwellen totdat ik dood ga. Ik ben zeer blij dat ik m’n hachje heb weten te redden van zijn wil aan wetten. Ik zwom meerdere malen onder. Al m’n wonden helen nog van de pijnlijke catastrofes. Het gloeit en brandt als de zon wanneer ik er met m’n handen langs ga. In dat moment kwam het elke dag weer terug, het vaarde over en over. Ik ben sterker, hoor je me? Hoor je me, als je daar bent? Anders blijf weg! Het leven vliegt in zuiderspoed voor me, er is niets dat me meer kapot maakt. Onbreekbaar als een leeuwenhart ben ik. Gezien alles wat ik had aan diggelen brak. ›

De donkere hemelen stonden lijnrecht in de ogen van het vliegtuig, die zich leek te verbannen aan onheilspellende verklaringen. Trillingen, bevingen waren zwaar aan te voelen, er liepen passagiers van uit hun stoelen, die nodig naar het closet moesten om te spugen. Gelukkig waren er de stewardessen nog. Hun komst was altijd gewenst van de timing die ze hadden. Ze brachten zakjes met zich mee, en gaven een ieder de gemoedsrust die verzorgend overkwam.

Christina zat met haar benen gekruist over elkaar heen. Ze leek gespannen en beet op haar nagels. Haar benen trilden zowaar, dat het dagboek bijna deed omvallen. Een indruk werd gewekt vanuit haar angstige gezicht, het was de manier waarop ze om haar heen keek. Alsof ze wist dat er iets komen zou. Het dagboek werd dichtgedaan en in het rugzakje gestopt, dat bij haar benen verscholen lag. Er kwam een vreemd geluid vanuit de tas, en de toon werd feller tot aan felst.

“Slechte timing zeg, nu het stormt.” mompelde ze. Een oude dame naast haar kreeg een neiging. “Zei je wat kindje?” “Nee hoor het gaat, m’n telefoon ging alleen af.” “Waarom neem je dan niet op?” vroeg de dame. “Aah, laat me raden: nare ervaring met een ex.” “Zoiets.” “Stoor je niet aan mij hoor, val zo in coma.” grapte de oude dame. Christina knikte en fronste met haar wenkbrauwen.

Haar ogen rolden uit naar diens telefoon. Ze schrok, want Max was dood. “Dit bestaat niet” – hij was omgekomen tijdens een ernstige brand. Nu leek hij gebeld te hebben. De telefoon ging nogmaals af, maar ditmaal besloot Christina haar oproep te beantwoorden.

“Hallo, wie ben je?” “Weet je dat dan echt niet meer. Je hebt me levend verbrand, Chrisje, ik kom je halen, al is het mijn laatste adem. Je bloed zal uit elkaar spatten, eveneens als mijn brandwonden.” “Is dit een grap, hallo, hallo.” Aan de andere kant van de lijn werd opgehangen.

Het werd nou stil om haar heen alsof de tijd vroor en stil stond. Niets om haar heen bewoog. Zo leek het. Ze keek voor en nu achter zich. Tot haar verbazing zag ze hem met zijn grijns en bedrukte wenkbrauwen. Hij zwaaide lieflijk met zijn linkerhand. Intussen verruimde het vliegtuig zich voor de duistere kleur zwart. Kil viel ter plaatse en de achtergrond was somber. Dus rende ze en rende ze zo hard als ze kon door de smalle loopruimtes. Hij achtervolgde haar op de voet en zag dat ze hem aanstaarde. Max lachte nu vriendelijk met z’n jagersmes in zijn rechterhand.

“Juffrouw zou je niet willen rennen door de wandelgangen.” “Asjemenou.” “Ben je de weg kwijt of zo.” “Kun je even rustig doen, meisje.” Christina begon stemmen te horen vanuit alle richtingen, maar kon zich niet vasthouden aan een gesprek. Haar leven stond namelijk op het spel en echt tijd ervoor had ze niet.

Als een jager had hij zijn ogen gericht op diens prooi. “Gelukkig.” Ze had het gered en deed het nauwe toilet snel achter zich dicht. Plek om te verschuilen was er niet. Gespannen keek ze naar de deur, er kwam geluid op haar af. Aan de andere kant werd er immens geworsteld. Vastberaden stond hij het slot te verwoesten met zijn jagersmes. Het slot leek zich nu op en neer te bewegen. Met haar netvliezen probeerde ze de bewegingen in de gaten te houden. Ze besloot om actie te ondernemen en het slot nou stevig vast te grijpen met haar beide handen. Gezien hij het slot er bijna af had kon ze niets anders dan.

“Auw.” riep ze. Haar vingers voelde geforceerd door de druk aan het slot en gaven zich over. Er werd geduwd nu door Max vanaf de andere kant. Nu de wegen vrij waren voor zijn prooi. Christina duwde de deur nu met alles wat ze in zich had. Ze raakte uitgeput en zakte knielend neer op haar knieën. Op één of andere manier wist ze dat ze dit niet kon winnen. Nou keek ze hem knielend aan vanaf de grond en wachtte wat haar toekwam. Hij strompelde op haar af en pakte haar hoofd beet met zijn linkerhand.

“Zo, dacht je werkelijk dat je mij kon omleggen.” sprak hij. “Ik ben onsterfelijk. Heb je nog laatste woorden Chrisje.” “Zak toch in de grond Max.”

Met zijn rechterhand liet Max merken dat hij schoon genoeg van haar kreeg. Gevolg van dien was dat hij haar hals koelbloedig door sneed met zijn jagersmes. Hij begon zijn linkerhand los te laten. Ze viel achterover en haar blik in de ogen waren de emoties die nableven. Gestrekt lag ze er met een stroom van bloed die uit haar hals deed drijven. Max keek nog even, sloot de deur, begon zich al snel te kalmeren en liep ontspannen van de scene af. Niets of niemand had iets opgemerkt. Het stormde nog steeds verraderlijk. Er werd geklopt op de toiletdeur. Eén keer. De hendel werd naar beneden gehaald en de deur werd opengedaan.

“Hij is hier, en wilde me vermoorden.” “Wie was hier?” De stewardess liep nou naar Christina, die er verkreukeld bij lag op de grond. “Pas op voor het bloed, hij heeft me neergestoken.” “Juffrouw heeft u wat geslikt, u bent niet gewond.” “Maar ik heb hem gezien, echt waar.” “Hij liep hier binnen en achtervolgde me.” “Dan zou ik het gezien hebben.” antwoordde de stewardess. “Wij houden hier alles nauw in de gaten.” Christina luisterde en merkte dat ze niets mankeerde. “Hoe kan dit? Het is een wonder.” “Zou u nou zo vriendelijk willen zijn om op te staan en naar uw zitplaats te gaan.”

“Chrisje, Chrisje.” “Hoorde u dat?” zei Christina angstig. “Zal vast één van de passagiers zijn.”

Standaard

8 gedachten over “Ostago

      • Beste Possum, zoals ik al zei: hier komen we niet uit. Ik ben het niet eens met je, maar ik kan je niet overtuigen. En omgekeerd ook niet. Misschien moeten we het daar gewoon maar bij laten.

  1. Rick schreef:

    Gelukkig ben je wel nieuwsgierig Possum. Thank you for the compliment. If you think its crap don’t read it please.

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.