TalenLeestijd 1 min

Want zie je, hij had zijn middelpunt, zijn eigen middelpunt in hem gevonden: en dat was te zien. Hij was niemands neger. En dat is een misdaad in dit verdomde vrije land. Je zou iemands neger moeten zijn. En als je niemands neger bent, ben je een slechte neger: en dat is wat de politie besloot toen Fonny naar het centrum verhuisde. James Baldwin

De werkelijkheid is cynisch. In het jaar voordat hij predikant in uitgerekend Moordrecht wordt, in 1851 dus, schrijft de dichter De Génestet een vrolijk versje naar aanleiding van de negerende wijze waarop destijds het staatsexamen werd afgenomen.

Voor alle duidelijkheid bekroont hij de eerste klinker van het woord met een accent aigu, zodat er geen twijfel over de uitspraak en de klemtoon kan bestaan: négerend, dat wil zeggen: kwellend, gelijk de behandeling van een – excusez le mot – negerslaaf. Mogelijk vond hij zijn inspiratie in het Frans, waar de uitdrukking Traiter quelqu’un comme un nègre bestond, wat betekent dat iemand hard en met veel minachting wordt behandeld.

Het zou nog meer dan tien jaar duren voordat in Nederland de slavernij werd afgeschaft. De Génestet was twee jaar daarvoor op dertigjarige leeftijd overleden.

Het negeren is vastgelegd maar opgeborgen in het Woordenboek der Nederlandse Taal. Alsof het zonder lemma niet meer zou bestaan.

Standaard