TijdreizenLeestijd 1 min

We hadden een brief gekregen van Villa d’Arto. De kunstuitleen uit Uden had de failliete kunstuitleen in Tilburg overgenomen. En, zo werd ons gemeld, ook de verplichting van het uitbetalen van de opgebouwde spaartegoeden. Alleen moesten we dat tegoed wel verzilveren voor 1 februari.

Dus togen we naar het zuiden.

Tilburg was, in mijn herinnering, niet veel soeps. Begrijp me niet verkeerd — ik heb daar een geweldige studietijd gehad. Maar als stad stelde het niet veel voor. Het hart was kunstmatig, het winkelaanbod gering en de huizen rijp voor de sloop.

Mijn vertrek hadden de autoriteiten blijkbaar aangegrepen om een en ander te verbeteren.

Zo was de Stationsstraat, waar ik destijds woonde, helemaal opgeknapt. De huizen waren gezandstraald, de trottoirs opnieuw geplaveid en er waren veel leuke winkeltjes in de ouwe panden gekomen. Ik herkende het bijna niet meer terug.

Mijn hart maakte een sprongetje toen ik langs Cinecitta kwam, de bioscoop waar ik ooit zes uur lang op een keukenstoeltje ademloos naar Novecento heb gekeken. Of toen ik Polly Magoo zag, de kroeg waar we aan het eind van de middag heengingen.

Zucht.

Waar is die tijd gebleven.

[Hier zie je de voordeur van mijn ouwe studentenwoning. Ik heb nog even gekeken of er bekende namen bij de deurbellen stonden. Niet dus. Niet vreemd, na bijna twintig jaar.]

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.