Verhalen van de zesde (3 en slot)Leestijd 1 min

Zo. Nu is het wel weer genoeg geweest met dat teruggekijk op een weekje ziekenhuis. Het wordt tijd dat ik me weer es nuttig ga maken van de maatschappij!

Maar voor het zover is wil ik het volgende nog kwijt:

1. Als ik bijna dood was, waar bleef dan mijn bijna-dood-ervaring? Ik vind dat ik recht had op een licht-tunnel met aan het eind het een of andere familielid dat me terugstuurt omdat het mijn tijd nog niet is. Waarom is mij die mystieke ervaring onthouden? Nou?

2. Donderdag ging meneer G naar een revalidatie-oord. Op zijn plek kwam meneer W – een sjagrijn eerste klas! Voorbeeldgesprek:
Meneer W: “Het ziet er koud uit, buiten.”
Ik: “Ja, de weersverwachting had het over zonnig, maar tegen het vriespunt.”
W (draait zich om): “Zal ik wel weer geen bezoek krijgen.”
Je kunt je voorstellen dat ik extra blij was toen ik even later hoorde dat ik naar huis mocht. Kon ik de voorronde van het Nationala Songfestival tenminste kijken zonder W’s commentaar.

3. Voor ik op de zesde kwam, heb ik eerst een nachtje op de zevende gelegen. Daar was een mevrouw die zich beklaagde over het ouder worden. Ze maakte zich zorgen over de vorderende vergeetachtigheid.
Ik: “Bent u bang dement te worden?”
Zij: “Bang om dement te worden? Man, ik bèn al zo dement als een deur!”

Heb ik nog wat vergeten? Vast wel. Maar mij hoor je er niet meer over.

(Da’s overigens geen belofte.)

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.