Wachten op Godot

Nergens is men zo eenzaam als in een grote stad. Wie daar het kleine nest van zijn gezin verlaat en de huisdeur achter zich sluit, wordt plotseling een silhouet in de straat, een voorbijganger, een naamloze. Godfried Bomans

Nergens is men zo eenzaam als in een grote stad. Wie daar het kleine nest van zijn gezin verlaat en de huisdeur achter zich sluit, wordt plotseling een silhouet in de straat, een voorbijganger, een naamloze. Godfried Bomans

Het meisje in de winterjas zat op het puntje van een bankje op het perron en wachtte met de handen op haar schoot.

Niet op de trein — die was al voorgereden. Ze bekeek de uitstappende reizigers één voor één; onderzocht hun gezichten en keek hen na wanneer ze niks bekends had ontdekt waar ze het wel vermoedde. Ze leek ongemakkelijk, in haar winterjas, zo op dat puntje van dat bankje met de handen in haar schoot.

De trein was leeggestroomd en weer volgelopen. Het sein klonk, de deuren sloten en het voertuig vertrok. De aangekomen reizigers hadden het perron intussen verlaten. De verwachte leek niet verschenen.

Het meisje keek naar links. Toen naar rechts. Dan stroopte ze de mouw omhoog en keek op haar horloge.

Nog een half uur voor de volgende.

[Ik had haar kunnen aanspreken, natuurlijk. Een kop koffie aanbieden, wellicht. Maar stel dat ze me dan de ware ontluisterende toedracht van haar verblijf op het station had verteld? Nee, dit was beter zo. Veel beter.]

Standaard

5 gedachten over “Wachten op Godot

  1. Peter schreef:

    Ik ben blij dat je haar niks gevraagd hebt… Als de situatie je deed denken aan ‘wachten op Godot’ dan is ze nu waarschijnlijk van verveling van haar puntje gevallen (en je lezers waarschijnlijk ook had je hier haar verhaal opgetekend)… 😉

    {Mowl: ik vond het risico te groot.}

  2. Steve schreef:

    Ik weet het niet hoor…ik denk dat je toch met haar het gesprek aan had moeten gaan.

    {Mowl: nou ja. ’t Is nu in elk geval te laat.}

  3. peer schreef:

    Zo’n verhaal doet het een stuk beter bij de koude winters van pakkembeet twintig jaar geleden. Bij deze temperaturen wil ik ook wel op een perron gaan zitten. (Toch sneu)

    {Mowl: ’s ochtends om half zeven is het nog best frisjes, hoor.}

  4. Wellicht was haar verhaal wel stof voor nog zeven blogs. Waarom heb je het haar niet gevraagd? Nu branden we voor eeuwig van nieuwsgierigheid.

    {Mowl: mijn hoofd is groter dan de wereld.}

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.