Wachten

Het baasje was even weg. De hond wachtte.

Het dier zat in een fietskarretje en leek zich bewust van zijn tragisch lot. Vroeger was ie nog jong en dartel en hij herinnerde zich hoe hij als pup achter de pluizen van de paardebloem aanrende en ravotte met zijn broertjes en zusjes. Maar dat was lang geleden.

Natuurlijk, baasje was goed voor hem. Hij kreeg op tijd zijn eten, werd regelmatig uitgelaten en werd op zijn tijd onderzocht op kwalen en klachten. Feitelijk was er niets te klagen.

Behalve dat de tijd zo z’n werk deed. Dartelen en ravotten waren werkwoorden in de voltooid verleden tijd. Het leven was mooi. Geweest.

Nu restte enkel wachten. Op baasje. En zo.

[En dan komt er ook nog zo’n rare kwibus een foto maken. Vooruit dan maar. Dat kan d’r ook nog bij.]

Standaard

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.