WisselLeestijd 1 min

sporen

Iedere verandering maakt een gelukkig mens bang. Friedrich von Schiller (1759-1805)

Tantes leven is in dozen gestopt. Volgende week gaat ze naar haar nieuwe appartement. Dan laat ze het huis achter waar ze jaren met Oom en Andere Oom heeft gewoond. Oom is dood. Andere Oom zit in het verpleeghuis. Gisteren heeft ze hem weer es bezocht.

“Hij deed zo lelijk.” zegt ze. We zitten in de keuken aan een tijdelijke tafel. Haar gezicht staat bedrukt.

“Zo lelijk.” verzucht ze nog es en vertelt hoe Andere Oom is vastgebonden in zijn rolstoel en vloekt en tiert. Een ander moment bidt hij luidkeels – bidden of vloeken is ‘m om het even. Voor Tante is het niet makkelijk.

Andere Oom weet van niks meer. Tante weet nog al te goed.

[“Als ik zo word mogen ze me een spuitje geven.” verklaart Tante. Ik knik – natuurlijk. Maar ik zal het niet zijn.]

Standaard

3 gedachten over “WisselLeestijd 1 min

  1. Si iS schreef:

    wat een leed op zo’n leeftijd, het zou niet mogen moeten om mensen dan nog te laten verhuizen naar een huis wat voor hen heel onbekend is.

    {Mowl: Tante is er tevreden mee, voor zover dat kan.}

  2. Het zou niet mogen dat mensen uit hun huis moeten als ze niet meer voor zichzelf kunnen zorgen; tenzij ze het natuurlijk zelf heel graag willen.
    Ik zou niet graag verhuizen. ‘k Woon heel graag waar ik woon en de enige manier om mij definitief uit mijn huis te zetten is mij buitendragen in een doodskist. Dan wel als ik dood ben hé.

    {Mowl: Tante wil zelf weg. Het huis is te groot voor haar alleen.}

Zeg het eens.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.