Zwarte Piet

piet

Sommige families bestaan vrijwel uitsluitend uit zwarte schapen.
Jean de Boisson (ps. v. Cees Buddingh’, 1918-1985)

Toen ik gisteren Sinterklaas met zijn Pietermannen door de straat zag lopen, dwaalden m’n gedachten onwillekeurig af naar de tijd dat hij ook nog ons huisje bezocht. En dan met name die keer dat ook een oom en een tante met onze twee neefjes erbij aanwezig zouden zijn. Ik voorzag bezwaren.

“Maar dan heeft Sinterklaas toch geen cadeautjes voor oom, tante en de neefjes bij zich?” bedacht ik. Mijn moeder stelde me gerust.
“Sinterklaas weet altijd waar je bent.”

Ik had daar zo mijn twijfels over. Immers, elk jaar rond pakjesavond bleek dat Sinterklaas ook – per ongeluk! – geschenken had bezorgd bij mijn oma, mijn tante in D of een ander familielid. Met zo’n mentaliteit zou een postbode zijn proeftijd nooit hebben gehaald. Maar ik had meer ontzag voor mijn moeder dan voor Sinterklaas, dus hield ik mijn mond.

De bewuste avond moest ik echter toegeven dat mijn moeder gelijk had. Natuurlijk had Sinterklaas ook cadeautjes voor mijn neefjes bij zich. Hij riep ze één voor één bij zich. Sint keek in zijn grote, rode boek en glimlachte.

Zelden had hij zulke brave en oplettende kinderen gezien. Een vreugde voor hun ouders en een aanwinst voor de maatschappij. Hij was bijzonder verguld met mijn neefjes en liet dat ook blijken in de geschenken. Met blije, glunderende gezichtjes keerden mijn neefjes weer terug naar hun plaatsen.

De sfeer werd aanmerkelijk grimmiger toen het de beurt was aan mijn broer, mijn zus en ik.

Sint las zijn aantekeningen en fronste zijn wenkbrauwen. Nee, we waren geen lichtende voorbeelden. Sterker nog: we vertoonden nogal wat mankementen.

Terwijl de Sint de lijst voorlas van ondeugden en kwalijkheden krompen mijn zus, mijn broer en ik ineen. Aan het eind van het verhaal waren we zielsgelukkig dat we niet in de zak werden meegevoerd.

Na zijn vertrek besloten mijn zus, mijn broer en ik stilzwijgend dat er niks goeds of heiligs aan die man was. We zouden hem gaan negeren. Ontkennen. In elk geval tot december het jaar erop.

[En nu is het dan weer zover. En ik zie hem lopen in de straat. Een beetje weemoedig volg ik hem en zie hoe hij aan de deur klopt. Hopelijk zitten er geen ooms en tantes te wachten.]

Standaard

2 gedachten over “Zwarte Piet

  1. Anne schreef:

    Toch wel hoor, en meestal kreeg ik wel wat ik erg graag wou 🙂
    ‘k Vond het alleen eng dat die man zijn gezicht zo verborgen hield achter die baard en als een flink bebaarde man me ook vandaag nog aanspreekt, ga ik voorzichtig een stapje achteruit. Tja.

    {Mowl: open gezichten spreken inderdaad meer aan.}

  2. ‘k Heb als kind altijd een hekel gehad aan Sinterklaas. Later ondekte ik dat ik ook niet van mannen met baarden hield. Zal beslist wel verband hebben met elkaar. 🙂

    {Mowl: je kreeg nooit een cadeautje, veronderstel ik?}

Zeg het eens.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.